verhalen – blogs

Hier lees je wat Vincent weet of meemaakt in Zuid-West Frankrijk. 
En over o.a. de Franse 'Bouriane' keuken.

Alle verhalen onder elkaar, zoek uit welke je graag wilt lezen en scrol omlaag.

1. Pain
2. Invité
3. Brood bij de maaltijd
4. C'est du Gâteau !! 
5. Tuinsetjes
6. Macarons
7. Foie gras  
8. Creuset
9. Mique
10. Les Soupes
11. Mange ta soupe
12. Bouillabaisse
13. On Trinque
14. Paté ou terrine? 
15. Les legumes
16. Fromage
17. Nagerechten
18. Chocolademousse
19. Café
20. Zorg goed voor jezelf
21. Gallië 
22. Feiten & fabels muggen 
23. Truffels
24. 1e Dag in je LDF huis 
25. Picknick
26. Lot (rivier)
27. Dordogne (rivier)
28. Côte de Boeuf
29. Magret de Canard
30. Quarantaine versoepeld 


31. Confit de canard

32. Stop, politie !! 
33. Leed dat hooikoorts heet
34. IJskoffie
35. Bronnen wijnvreugde 
36. Begroeting en afscheid
37. Samen koken in LDF
38. Samenwerken
39. Hoe leuk kan het zijn? 
40. Vrienden voor het leven
41. Crêpes 
42. Bizar, wat een (on)geluk 
43. de Patissier
44. Confiance
45. Auto met drie wielen
46. Buren van de buren
47. Druiven
48. Vincent
49. Oesters
50. Smaakt het, of niet?
51. Telefoneren met LDF
52. Paddenstoelen
53 Joue de porc
54. On a faim, on a soif
55. Faire chabrol
56. Reste à la maison
57. Kadootje burgemeester 
58. Blonde d'Aquitainen
59. Fibre 
60. Tuin klaar?

61. Leveranciers
62. Gast in een restaurant
63. De jacht
64. Kaas
65. Historie van Citroën
66. Saint Vincent
67. Leo Ferré
68. Vlees op de BBQ
69. Met z'n 2en
70. Karamel 
71. Met de elektrische auto 
72. Alweer die muggen
73. Bedwantsen of oogstmijt
74. Geen corona, maar dan? 
75. Transporteurs LDF
76. Vlinderstruik
77. Opstaan!!
78. Tapas
79. Eerste avond-eet-markt
80. Vakantie 
81. Boot zonder peddels
82. Sanglier
83. Kaas en wijnbeurs
84. Kaas-wijnmarkt
85. Onze buren
86. Cordon bleu
87. Schoorsteenvegers
88. Lunchen
89. Zwemmen
90. Oostvogel geschiedenis
91. ???

1/100 - Pain
Als je naar de bakker gaat, moet je eens verder kijken:
la baguette +/- 70 cm lang en weegt 250 gram;
la ficelle = dunner dan een baguette en weegt +/- 125 gram;
la flûte = dikker dan een baguette, 70 cm lang en weegt 400 gram, dit brood wordt ook wel 'restaurant "genoemd;
le pain complet = een bruin brood, hierin gaat graan in met het vliesje er nog omheen;
le pain au lavain = brood dat nuiet door gist maar door zuurdesem is gerezen; 
le pijn multicéréales = Een meergranenbrood, aaar kunnen o.a. granen in zitten als: 
seigle = rogge
avoine = haver
orge = gerst
zoon = zemelen
lin = lijnzaad Graines
de tournesol = zonnebloempitten
maïs = maïs 
La baguette viennoise is een zoete variant, met een dunnen lange vorm. Deze is van brioche-deeg gemaakt. Le pain d'épices is een ontbijtkoek of speculaas, dus is geen brood.
Als je nou ergens lekker gegeten hebt kun je zeggen: bon comme du bon pain ....

2/100 Invité
 Word je bij je franse buren, als straks de "lock-down" wordt opgeheven, uitgenodigd of komen de Franse buren bij jou, dan is het onderstaande wel handig om te weten: 
Venez prendre l'apéro of boire un verre betekent dat je alléén maar bent uitgenodigd om samen een glaasje te drinken. In NL kennen we dat niet, maar in LDF is dat heel normaal.
Als op een gegeven moment niets meer wordt ingeschonken, dan is de borrel voorbij.
Echter als je ook mag blijven eten, dan luidt de uitnodiging vaak: 
venez manger à midi / soir. 
Een aperitief hoort er dan natuurlijk automatisch bij.  Kom 's middags niet vóór 12.00 uur en' s avonds niet vóór 18.00 uur. Tussen 17.00 en 18.00 uur is dat de 
gouter, het vijf uurtje.
De Fransen werken vaak tot 19.00 uur, houd daar rekening mee. Je zult je verbazen wat er allemaal klaarstaat: champagne, wijntjes, rode martini, Ricard, Suze, whisky, biertjes, etc. en op tafel staan dan de lekkerste hapjes: 1 of 2 soorten foie gras en rillette (vaak zelf gemaakt), chips, quiches, pizza, stokbrood, etc. Maar dat is niet altijd zo, als wij bij onze Franse buren gaan borrelen beginnen we meestal met een glas champagne met een pot zelfgemaakte foie gras of canard met stukjes brood en na de bubbels witte en rode wijn. Het daarna samen eten is heel normaal, dus daar wordt ook niet over gepraat, het lijkt wel of ze dat een beetje van ons hebben overgenomen. 

Maar wat neem je mee: als je een fles wijn meeneemt, wordt deze vaak direct opengemaakt, heel normaal en maak de fles die je Franse gasten meeneemt ook direct open.
Tenzij je er uitdrukkelijk bij zegt: 
gardez-la pour vous deux. In NL wordt zo'n meegebrachte fles vaak bewaard. Maar niet overal in LDF wordt gewaardeerd dat je een fles wijn meeneemt, ze zullen eens denken dat ze geen goede smaak hebben of niets in huis hebben. 
De Fransen zijn beste gul in het meebrengen van geschenken, anders dan de NL-lers. Het is erg sympa om een deel van het menu mee te nemen, bv het dessert, overleg dat wel v.t.v. Of een taart, quiche, stuk Nederlandse oude kaas, zak drop of een bos bloemen (pas op: geen chrysanten). Zelf neem ik wel eens een Nederlandse borrel mee in een afgepast flesje, dat wordt zeer gewaardeerd. Dus geef royaal, dat doen de Fransen ook. We waren ooit op Koningsdag in een restaurant in de buurt, we hadden een fles Oranjebitter bij ons en we vroegen de eigenaresse of we iedereen een glaasje mochten inschenken. Dat werd met veel dank ontvangen. Leuk!

3/100 Brood bij de maaltijd, heel gewoon
 Ik heb het al over de diverse broodsoorten gehad, maar hoe ga je er eigenlijk mee om? 
Wat je thuis mee moet je zelf weten: maar in het restaurant of tijdens een visite gelden de volgende regels tijdens een maaltijd: dat er al gesneden brood op tafel staat, niet in plakjes maar in grote stukken. Het is niet de bedoeling dat je al met het brood begint, voordat het voorgerecht op tafel staat. 

Als de maaltijd begonnen is, pak je een stuk brood en breek je daar kleine stukjes af, neem zeker geen hap uit het hompje brood. De ober (vaak de eigenaar) komt nét voordat je soepbord leeg is langs en vraagt: Chabrol? Als je ja knikt of oui s.v.p. zegt, schut hij een klein beetje van de wijn die op tafel staat in het restje soep. Het is de bedoeling dat je met je lepel de soep en wijn mixt en dan met beide duim en wijsvingers je bord opneemt en het bord aan je mond zet. Na elk gerecht veeg je met een stukje brood je bord schoon, zodat het laatste restje lekkers op je bord wordt verorberd. Uiteraard is het laatste restje met een stukje brood op en schoon is je bord. Deze methode zie je steeds minder jammer genoeg.
Vaak worden in restaurants die een dagmenu serveren hetzelfde bord gebruikt, dus het is beter dat je bord schoon is. Maar uit de etiketten blijkt, dat het helemaal niet zo hoort, dus als je comme it faut wilt doen, kijk je om je heen hoe andere gasten het doet. En wat de Fransen helemaal niet doen, is een stukje brood in de rode wijn dopen, ik zie het eigenlijk nergens, maar doe het zelf wel. 

De smaak van de wijn in combinatie van het zetmeel in het brood geeft een bijzondere smaak, dus als je dit wilt proberen, eet dat stukje brood met wijn niet gelijk op, maar zuig de wijn uit je brood.

4/100 C'est du Gâteau !!
Hoe ga je er mee om? Heb je wel eens in de rij gestaan bij de bakker en dat de rij maar niet kleiner werd?
Dan is de kans groot dat een voorganger aan de balie staat die gebak nodig heeft.
In NL ben je zo aan de beurt, daar schuiven ze de gebakjes in een kant-en-klaar doosje, maar hier is dat anders.

Dus op naar de bakker en als je aan de beurt bent zeg je: je voudrais quelques gâteaux, voor degene die achterin staan de reden om eerst naar de slagerij te gaan.
Vous en voulez combien, deze vraag is belangrijk, want de grootte van de doos is afhankelijk van het aantal. Douze s.v.p.  
Ik heb wel eens horen: oef, die mevrouw gaat taartjes bestellen, wat zou ze te vieren hebben? Niets is minder waar. In een restaurant is vaak een nagerecht zo'n zoete lekkernij, maar als je op het terras zit en je vraagt er un gâteau bij, dan kom je van de koude kermis thuis. Uiteraard als je in een salon de thé zit, is er wel een keuze. 
De doos wordt gepakt en de patissière pakt een doos en begint deze langzaam in elkaar te vouwen.
Ik hoor een zucht achter me en ik denk, laat maar wachten - zeker geen Fransman.
De uitzoekfase kan beginnen, het is niet zo: van doe maar van alles wat.
Neen, gebakjes zoek je met veel zorg uit: deux éclairs au café, un éclair au chocolat, deux madeleines, une tarte tartin, une religieuse, etc en zo kan dit wel 5 tot 10 minuten in beslag nemen.
De taartjes worden met veel zorg in de doos gelegd en als er 12 liggen wordt de doos dicht gevouwen. Dan volgt de keuze uit het soort van kleur lint en wordt om de doos een prachtige strik gemaakt. Zeg niet van "dat hoeft niet", dat wordt niet geaccepteerd, niet door de winkelbediende maar ook niet van de mensen in de rij.

Want jij bent nog steeds diegene die maar liefst 12 gebakjes bestelt. Ohhhh, wordt er wel eens geroepen. Dan bij het afrekenen nog een kleine discussie welke gebakjes je hebt besteld, wat ze hebben nagenoeg allen een andere prijs. Na het afrekenen wordt de doos plechtig overhandigd en begint je langs de rij naar de deur te lopen.
Veel kijken je glimlachend aan, een paar heeft een frons op het voorhoofd en de laatste houdt de deur eerbiedig voor je open.

5/100 Tuinsetjes genoeg?
Maar heb jij ook van die leuke, originele bistro-stoeltjes met bijbehorende tafels?
Ze zijn beroemd als het Franse stokbrood, de Eiffeltoren, de brug van Millau, de alpinopet, het Louvre en ga zo maar door. Het is een Frans ontwerp uit 1889 en in de loop der jaren nauwelijks veranderd. Eerst waren ze van hout, nu ook in metaal en in alle mogelijke kleuren te zien.  En gemakkelijk, want ze zijn gemakkelijk in te klappen. Bij ons in de tuin zijn er enkelen te vinden, gewoon omdat het leuk staat, maar ook om op een mooie plek van het uitzicht te genieten of even uit te rusten bij een jeu-de-boules-spel. Toen wij vroeger catering "in het groot" hadden we een honderdtal gele houten stoeltjes met bijbehorende tafeltjes in het magazijn, die veelal als reserve werden gebruikt maar ook voor decoratie bv bij een tuinfeest of bruiloft.

Grappig genoeg hebben wij die setjes hier in LDF tijdens een vide grenier weer aan Fransen verkocht.
De ijzeren variant houden we nog even, je ziet ze wel staan als je bij ons het terrein oprijdt.
6/100 Macarons
Die mooie kleine ronde zoete koekjes / gebakjes, heb je die nooit willen aanraken, betasten, het in je mond stoppen en daar op je tong laten smelten?
Verwar het niet met 'onze' Franse president Emmanuel Macron, het scheelt maar 1 letter. Echter pas in 1930 is het gebakje beroemd geworden toen patissier Pierre Desfontaines, die voor zijn oom Louis Ernest Ladurée werkte in Parijs, het gebakje ging maken op basis van het Italiaanse recept met een vulling van ganache (crème voor garnering van nagerechten, vulling van taarten en bonbons). Het 2-delig schuimpje bestaat uit gemalen amandelen, poedersuiker, suiker en eiwit. En het artikel werd zo goed verkocht dat hij in Parijs 5 vestigingen heeft en zelfs ook in Londen, Genève en Tokio!   

Macarons bestaan uit wel 20 kleuren en smaken en is voor het eerst gezien rond 1581 in Italië, waarbij Catharina de Medici voor een huwelijk dit nieuwe gebakje van fijngestampte amandelen introduceerde; de macarone of maccherone (fijn deeg) is geboren. Iedereen was enthousiast over de smaken zoals chocolade (bruin), mokka (middenbruin), kersen (rood), pistache (groen), aardbei (roze), framboos (karmijn), citroen (geel), kokos (wit), etc. 

En na de beroemde film van Marie Antoinette en de serie Gossip Girl werd de macaron enorm populair.
Je kunt ze kopen in de betere patisserie of bij de grotere supermarkten. Maar die uit de supers smaken natuurlijk anders omdat ze fabrieksmatig zijn gemaakt.  Geniet ervan !!
Wil je ze zelf maken, ik vond deze voor je: 
https://rutgerbakt.nl/friandise-recepten/macarons/zelf-macarons-bakken-stap-voor-stap/ Je moet ervan houden, maar veel Fransen eten het met de feestdagen of tijdens een verjaardag.
7/100 Le foie gras d'oie ou de canard
Zelf gemaakt van gekocht, de smaak zal zeker verschillen, maar het is een delicatesse van de Franse bodem. Niet dat ik het eens ben met de methode (le gavage) die veel boertjes gebruiken om hun ganzen of eenden vet te mesten, ik hoop dat zij wel tot bezinning komen omdat veel mensen het daarom niet willen eten. Maar in LDF zeggen ze: quand on aime le foie gras, inutile de voir l'oie - als je van foie gras houdt, hoef je de gans nog niet te zien of ervan te houden. In veel landen is het maken van foie gras verboden. Le foie gras d'oie wordt vaak verdrongen door le foie gras de canard die een sterkere smaak heeft en lagere productiekosten. Le foie gras d'oie wordt toch beschouwd als de beste foie gras.
Dat het een culinaire specialiteit is weten we allemaal, dat is wel aan de prijs te zien. Leuk is dat als je bij iemand op bezoek komt, ze vaak 2 potjes hebben: één zelf gemaakt en één gekocht. Je proeft het onmiddellijk. In dunne plakjes op stukje brood gegeten. Daar staat vaak een vaatje zout of een zoutmolen naast. Daar mogen ze mij voor wakker maken. Traditioneel komt de ganzenlever uit de Perigord, maar tegenwoordig komt het overgrote deel uit Bulgarije en andere Oost-Europese landen en wordt het hier in LDF verder verwerkt. Daarom is Frankrijk de grootste expediteur van de ganzen- en eendenlever en behoort het tot het Franse erfgoed. Een paar jaar geleden werden wij gevraagd om deel te nemen aan le fête Européenne in Cazals.  Wij zouden dan NL moeten vertegenwoordigen.
Nou, dat hebben we geweten, ik heb Nederlandse kazen laten komen, alle soorten jenever, pindakaas, bitterballen, hagelslag, tulpenbollen, etc. etc. én appelstroop. Wij hadden stukjes stokbrood belegd met le foie gras d'oie en daar een tipje appelstroop op gedaan. En de mensen die kwamen waren uiterst verrast van die smaakcombinatie. De potten appelstroop waren snel uitverkocht en we hebben jaren daarna nog potten in nabestelling gehad.
Verder is er nog een spreekwoord als je teveel gegeten hebt: une crise de foie, dat kan van de ganzenlever zijn, maar ook van iets anders. Als we in de zomer naar de avondmarkt gaan, eten we wel eens gebakken foie gras, kort gebakken met een streepje balsamico erover. Ik heb er liever gebakken appeltjes, wat zout en vers peper bij, maar dat is weer niet Frans.
Of een verse vijg iets uithollen, dessertlepel foie gras erin en dan in de oven. Lekkerrr ...
En wist je dat er wereldwijd zo'n 30.000 ton foie gras wordt verhandeld? Bizar hè .....
8/100 Creuset pannen
Voor echte koks (in spé). Wie kent ze niet, de zware, mooie (oranje) braadpannen. 
Ideaal om stoofpotten in te maken, de warmte wordt gelijk verdeeld zodat je gerecht op en top wordt bereid. 
95 jaar geleden begon Armand Desaegher en Octave Aubecq met het ontwikkelen van de Creuset pan. De fabriek staat in Fresnoy-le-Grand, in het noorden van Frankrijk en is sinds 1988 in handen van Paul Van Zuydam.
Ieder onderdeel is uniek en wordt apart gemaakt in een van zand gemaakte mal. Iedere Creuset pan wordt nog steeds van gietijzer gemaakt en dan ken je merken ook aan het gewicht. Laat 'm niet vallen, want dan heb je een grote kans dat er een barst in komt en dan kun je er niets meer mee, behalve als decoratie op de bovenste plank. De originele kleur is oranje, tegenwoordig kun je ze in iedere kleur krijgen. Dat vind ik wel jammer. Oranje pannen van Creuset vallen op en zijn niet weg te denken in de (professionele) keuken. Berdien kookt er graag mee en wij gebruikten ze veel bij wat kleine partijtjes met de lekkerste stoofpotten uit de internationale keuken, zoals: boeuf Bourguignon, Irish Stue, stifado, ossobucco, rendang, paella, potdeurmekaar, stamppotten, pepperpot, borsjtsj, etc. etc. 
Je kunt ze in diverse maten krijgen, rond, ovaal, vierkant om een mooie paté te maken, enzovoort. Als je een keuken binnenkomt en rondkijkt en je ziet een aantal pannen van Creuset, weet je dat de maaltijd goed komt: de kok herken je aan zijn pannen! De fabrikant heeft de pannen in de loop van jaren verbeterd, zoals een anti-aanbaklaag, de knop op het deksel en de handgrepen, al kunnen deze laatste nog wel eens té warm worden.
Je moet er wel even voor sparen, want de pannen zijn niet goedkoop, ik zeg wel eens: ze zijn goed én duur. Prima!
Maar als je op een van de vele vide greniers rondloopt, maak je kans dat je er nog wat vindt, de kleur maakt dan niet zoveel uit, maar kijk goed of ie nog heel is. Met een beetje onderhandelen heb je voor een tientje en een half uurtje poetsen een mooie aanwinst in je keuken.
Le Creuset is een pan voor je leven ...

9/100 Mique
De term mique komt waarschijnlijk van Occitaanse mica, wat mie betekent.
Mique is een op granen gebaseerd gerecht dat dicht bij brood ligt en waarvan het recept lokale sterke kan verschillen, maar het kenmerk van een compacte massa dat in bouillon wordt gepocheerd.  De verschillende recepten van mique, verschillen door hun basisingrediënten: tarwe- of maïsmeel, mogelijke mix van beide, met extra toevoeging van boekweitmeel, eieren, melk, boter, eendenvet, spek, oud in blokjes gesneden brood, bakkersgist, Elzasser gist en natuurlijk zuurdesem. Hieraan wordt de kookvloeistof toegevoegd, die van gewoon water naar latere groentebouillon gaat en met het kookwater van de worst.
Het wordt meestal gegeten met "petit salé" (halfzout varkensribbetje) in de lagere Corrèze, Quercy en zwarte Périgord (Sarlat en omgeving).
Volgens de recepten gaat de mique gepaard met stoofpot, gezouten gekookt in bouillon, gegrilde gekonfijte eend, winterwortel, kool, aardappel, augurkjes, enz.  Maar de verschillende varianten van het gerecht zijn ook bekend onder andere namen zoals hard stuffing, farçun, far of far levé.  Het wordt al sinds de middeleeuwen gegeten en de traditie van de mique is van generatie op generatie.  Waarschijnlijk is het ontstaan doordat de oven niet aanwezig was, of in gebruik was en kon men dus geen brood bakken.  Op een moment ging de vrouw die meestal het brood bakte, het deeg in bouillon koken, dus bijna brood maar met een heel andere smaak.
Als je in een restaurant komt waar men een dagmenu heeft en die staat op dat moment op mique, dan zou je als je er niet van houdt kunnen doorlopen, of toch maar weer eens proberen, of je kunt vragen of ze iets anders voor je hebben .
Doorgaans lukt dat laatste wel.  Wij houden er niet zo van, jij wél?

10/100 Les soupes
Dan denk ik gelijk aan mijn favoriete uiensoep en mosterdsoep; verder zijn er natuurlijk de broodsoep, linzensoep, courgettesoep, pompoensoep, bouillabaisse, aspergesoep, champignonsoep, tomatensoep, etc. etc. Ik ken er een heleboel en ik ben er gek op.
Maar wat weet je van: potage; soupe; bouillon; consommé; crême; gazpacho; velouté; etc.
Wanneer gebruik je het ene en wanneer het andere.
In volgende blogs laat ik het je lezen, zet alvast een volle gasfles onder het fornuis, scherp je messen, dek de tafel, haal een mooie droge wijn uit de kelder, poets de stof van de glazen en van je zilveren lepels, haal die mooie diepe borden van Villeroy & Boch onder uit de kast en haal een paar verse baguettes en leg die in de vriezer, want die heb je de volgende week nodig. 

11/100 Mange ta soupe !!
De Fransen zijn echte soepeters, voor de kids is dat vaak iedere dag raak. Kijk maar eens naar de Minestronesoep en ook de Zuid-Afrikaanse pistouensoep, beiden rijk gevuld met groenten maar ook met pasta, stevige maaltijdsoepen dus, zijn nog steeds te herleiden tot de oorspronkelijke 'broodsoep'. Voordat de kinderen naar bed gaan krijgen ze een kopje soep ... met brood natuurlijk.

Het klinkt misschien vreemd, maar la soupe was oorspronkelijk brood! Om precies te zijn, een dikke snee brood met daaroverheen en flinke schep bouillon. De uitdrukkingen être trempé comme une soupe betekent niet dat je doorweekt bent "als soep", ook niet doorweekt als water, hoogstens mét water. Neen, je bent doorweekt als brood, met bouillon, kletsnat dus. De oorsprong van deze manier van soep eten komt uit Italië. Maar die kennen we in NL ook, de wintersoepen zoals erwtensoep, bruine bonensoep, rijstesoep, etc. En wat dacht je van die heerlijke, traditionele uiensoep, la soupe à l'oignon met dat stukje brood erin die met kaas is gegratineerd. Maar wat mij zo intrigeert is dat de Fransen zoveel benamingen hebben voor soep:
Le consommé = een krachtige bouillon die geklaard is met groenten, wie kent Henry lV niet ?
la soupe = is een licht gebonden soep
le bouillon= dubbel getrokken: water, soepkip / gevogelte of soepvlees (rund / kalf), bouquet groenten (ui, wortel, prei, knolselderij), kruidnagel, laurierblaadjes, tijm;
le potage = gebonden soep met stukken vlees en groenten
le vélouté = een gebonden soep waarvan de ingrediënten fijn zijn gemalen met een mixer, het is een fluweelzachte soep met een toefje room erdoor
la jullienne = een bouillon met met fijne reepjes groenten
la bisque = soep van gepubliceerde zeevruchten, heel bekend is de bisque homard
Soep eet je met stukjes brood en als je bord bijna leeg is maak je het schoon via het eerder besproken "chabrol". Voor liefhebbers van een extra smaakje in de soep: in de bisque doe je een scheutje cognac, wij doen als we een kookworkshop doen een scheutje Ricard in de pompoensoep of courgettesoep. Gasten durven eerst niet maar later zie je aan hun gezicht welke wonderbare smaak dit aan hun soep geeft.

12/100 Bouillabaisse
Naast uiensoep is bouillabaisse mijn meest favoriete soep. Als we aan "la Côte" zijn en we een lekker visje eten, neem ik graag zo'n bord soep.
Niet zo'n kleintje, maar zo'n diepe, waarin de stukjes vis, mosselen, kreeftjes en krabbetjes drijven.
Heerlijk met knoflookbrood en dan denk ik bij mezelf ... zal ik het hoofdgerecht afbestellen en nog een bord soep nemen? De oorsprong van bouillabaisse komt uit de Provence en dan noem ik in het bijzonder Marseille, waar het beroemd is.  Zoals veel van die traditionele producten, was het een gerecht voor de armste vissers. Van vis die niet verkocht kon worden, of als ze beschadigd waren, werd met wat aardappelen een soep gekookt en veel arme families werden daarmee geholpen. En ik snap dat Asterix en Obelix daar ook heel blij van werden, als voorgerecht op het speenvarken ......
Tegenwoordig is het geen armenvoedsel meer, voor een mooi en goed gevuld bord soep betaal je tenminste € 15,00. Deze wordt dan ook geserveerd met geroosterd brood met une rouille.

Met daarin nog eens wat extra piment, om er nog meer kracht achter te zetten.
De huidige Provençaalse bouillabaisse wordt gemaakt met vers gevangen rotsvis, gekookt in een bouillon van water van witte wijn, gekruid met knoflook, olijfolie of zelfs saffraan. Het wordt traditioneel geserveerd, naar keuze van de restaurateur, in twee fasen: de soep, waarin we oud of  geroosterd brood weken, ingewreven met knoflook, dan de vis en aardappelen.
Afhankelijk van de smaak van de gast, kunnen de twee in een diep bord worden gemengd of apart worden geserveerd. Wat la bouillabaisse zo bijzonder en duur maakt zijn de verschillende soorten vis die erin zitten, zoals rascasse - schorpioenvis, saint-pierre - petrus- of zonnevis, galinette - poon, daurade (dorade) - zeebrasem of roodbaars, lerlan - wijting, homard - kreeft, fiélas - zeepaling, moulles - mosselen, crevettes - garnalen (ongepeld), etc. etc.
Volgens elke Marseillais is het echte authentieke recept voor bouillabaisse dat van zijn moeder of grootmoeder, dat traditioneel in het geheim wordt alleen van moeder op dochter.
Maar een echte bouillabaisse is geen standaardproduct, dat ligt aan van wat de vissers meenemen. Dus eet eigenlijk je "bouillabaisse du jour". Weinig mensen wagen zich aan de bouillabaisse. En toch kan iedereen een bijzonder smakelijke versie van dit gerecht op tafel zetten. Vaak denkende mensen dat het hier om een soep gaat, maar dat is niet het geval. Laat ons zeggen dat het 'eten en drinken' is! Je hoeft er ook geen zeven verschillende soorten vis voor in huis te halen, zoals de traditie het voorschrijft.
Met twee exemplaren en enkele gamba's kan het net zo goed. Terwijl het groentemengsel voor de bouillabaisse zachtjes stooft kan je de rouille en de broodstukjes afwerken.
Dan is het puur genieten van de vis, de krokante broodjes en die typische rouille die erbij hoort.

13/100 On trinque - Proost !!
In Frankrijk drink je wijn, rood, wit en / of rosé. Oké, er zijn er die bier drinken, maar als er iets speciaals is van onder het eten, wordt er wijn gedronken. Tijdens 'le dejeuner' staat standaard een fles of karaf rode wijn op tafel. Iedereen laaft daar aan, de Engelsen en Nederlanders zeker, ik ook hoor, maar de Fransen vermengen het soms met water, omdat ze na 'le dejeuner' vaak moeten werken. Water en brood is door de overheid verplicht tijdens de lunch dat het op tafel moet staan. Of er een apéritief wordt gedronken is verschillend, ik zie het de Fransen niet veel doen, maar in Parijs wordt gewoon voor en soms onder het eten een 'un verre de pastis' gedronken.

Een beetje of verdund met water.
De wijn die op tafel staat is die van de hele gewone, maar meestal best goed te drinken.

Ik denk dat de uitbater die koopt voor 1 of 2 euro de liter, dus als er een karaf op gaat, is men best bereid om die bij te vullen. Omdat Frankrijk nog steeds de grootste wijnproducent is, is er ook van alles te koop.
De schappen bij de supers staan vol met wijn uit alle windstreken, uiteraard meer van de streek waar je woont. Bij ons de Cahors wijnen gemaakt van het druivenras Malbec (côt) en de Bergerac de 
Pécharmant.
Beiden goed te onderscheiden en duidelijk anders van smaak. In mijn keldertje heb ik het meeste uit de Cahors streek. Flessen die een jaar liggen, maar ook die goed op dronk zijn uit 2012 en 2014. Met daarbij nog enkele magnums, omdat als je gezellig met een stel zit te slurpen je niet elke keer een nieuwe fles hoeft open te maken. Plus je moet de wat oudere 'Malbecs' een dag v.t.v. rechtop zetten en een uurtje of 3 v.t.v. ontkurken om even op adem te komen én om de kurk te besnuffelen, uit te sluiten dat er eentje bij zit die niet pluis is. Oorspronkelijk is de cépage 'Malbec' afkomstig uit het Zuidwesten van Frankrijk. In de Cahors streek is het een belangrijke druif voor de zwarte wijn. Na een periode dat men vooral langs de oevers van de Lot deze druif verbouwde, komt er nu ook steeds meer goede wijn van deze druif uit de hoger gelegen wijngaarden. Gelukkig maar, want in de 19e en 20e eeuw heeft dit ras een flinke dreun gekregen via het 'phylloxera', een luis die het probleem meeldauw veroorzaakte waardoor 70% van de wijnstokken verloren ging. De oplossing voor de wijnboeren was het importeren van wortelstokken uit Amerika en hierop Franse varianten te enten.

Ken je onderstaande benamingen nog?
Magnum 1,5 liter - 2 flessen
Jéroboam 3,5 liter - 5 flessen
Réhoboam 4,5 liter - 6 flessen
Methusalem 6 liter - 8 flessen
Salmanazar 9 liter - 12 flessen
Balthazar 12 liter - 16 flessen
Nebudchadnezar - 15 liter - 20 flessen
"À votre santé"

14/100 Paté ou terrine?
Ik vind het altijd leuk als iemand mij vraagt om ergens over te schrijven, dit keer wil ik je iets vertellen over: paté of terrine? 
Je ziet het wel eens op de kaart staan, een terrine van dit of van dat en ook wij hebben dan soms wel informatie van de serveerster nodig zoals: wat is dat, wat zit erin, hoe wordt het geserveerd?
Paté wordt meestal in een rechthoekige bak gemaakt en op het vleesgerecht wordt soms een deegkorst (paté en croute) op gelegd ie in de oven gaat, of aspic: het vrijkomende vet ligt als een afdichtende laag op de paté. Paté is de (Franse) aanduiding voor vleesproducten waarin lever wordt gebruikt. De naam heeft dezelfde afkomst als de Nederlandse pastei; oorspronkelijk stond het voor een bereiding met deeg. Lever is erg bederfelijk en met deze wijze van verwerking wordt bereikt dat het langer houdbaar is.
De klassieke methode behelst het malen van lever en het vermengen met andere ingrediënten, waaronder in elk geval vet of spek, het bij een lage temperatuur au bain-marie in een oven gegaard wordt. Paté is eenvoudig te smeren op bijvoorbeeld een toastje of de stokbrood.
Een warme of koude plak paté wordt ook als voorgerecht geserveerd. Maar ik eet de paté het liefst koud. Ganzenleverpaté, eendenpaté, paté au poivre en parfait (paté) van kippenlevers.

Wildpaté wordt beschouwd als een culinair hoogstandje en wordt gegeten met veenbessen, chutney of uienconfituur. Een terrine wordt ook in een rechthoekige bak met aan weerskanten handvatten gemaakt en daar komt een deksel. Maar in Frankrijk spreek je over een terrine als je het hebt over het gerecht wat je maakt, maar ook de vorm waarin je het gerecht maakt.
Dus da's niet gemakkelijk. Terrine komt van het woord terre, de vorm die meestal gemaakt is van vuurvast aardewerk.  Hoeft niet altijd, Creuset heeft een bak met deksel gefabriceerd waar Berdien graag een terrine in maakt, of een paté, dan laat ze de deksel ervan af. De klassieke terrine bestaat meestal uit vlees, wild of gevogelte met veel kruiden, sterke drank en gebardeerd (omwonden) met spek. Of een terrine van vis met groenten, echter deze wordt vaak omhuld met een gelei.

15/100 Les legumes
 Op de markt staan de boertjes met hun groenten, fruit en aardappelen en je hebt de nieuwe Franse rieten mand bij je met diep onderin je portemonnee. Dan sta je voor je groentestal en je wijst naar de andijvie en zegt op je mooiste Frans: "deuks kilo andijvie silvoeplet".  Je draait je om, want iemand tikt op je schouder en daar staat je vriendin uit het dorp verderop.
Je verontschuldigd je en je kijkt het boertje aan die een zakje in zijn handen heeft met jouw "andijvie".  Je hebt verder besteld, citron, tomates, pommes de terres, radis, pommes, champignons, carottes, etc.  Je rekent af en je mooie nieuwe Franse rieten mand puilt al flink uit. Maar goed dat er hier en daar een terrasje open is. Maar voorlopig was het kwart over twaalf dat je thuis komt en je pakt je boodschappen uit, ook van de bakker en slager waar je was geweest.
Maar je vindt de andijvie niet, je had nog zo in gedachten om een lekker andijvie-stamp te maken met een lekkere gehaktbal, maar zou die groenteman dat nou vergeten zijn? Maar er zit wel witlof in een zak, die heb je niet besteld !!  Heb jij dat ook wel eens: bestel je andijvie ... krijg je witlof. Ja, dit is het toppunt van vergissen in de taal.  Dit noemen ze hier nu: "des faux amis" en het betreft de woorden die in talen gelijk zijn maar een andere betekenis hebben.  Dat wordt dan improviseren, gebakken aardappelen met die gehaktbal en witlofsalade. Ook niet vies.  En dit zal jou nooit meer gebeuren.

16/100 Fromage
In NL kennen we "brie van de mat". Welke mat?
Komt die brie wel van de "mat"?
Oooo, dat matje van stro wat de importeur onder dat lekkere kaasje legt! "Le brie de Meaux" is verbasterd naar die uitspraak. Echter brie de Meaux komt uit het plaatsje Meaux, ten oosten van Parijs.
Nou dan hebben dit tenminste uit de wereld.
Maar waarom worden de NL-lers nou kaaskoppen genoemd?
We staan in Europa op de derde plaats, eerst Griekenland (wist je dat?) En dan LDF.
De Nederlanders en Fransen samen eten net zoveel kaas als de Grieken.
De Fransen misschien en klein stukje naast de jam bij het ontbijt, maar vooral na de maaltijd.
Zet bij een apéro géén kaas op je tafel, dat zullen ze vreemd vinden. 
Frankrijk heeft meer dan 400 soorten kaas, dat zie je ook als je langs de koelvitrines van de super loopt. 
Links en rechts, voorverpakt en vers. Maar ook onze "goeda" vind je daar. Vooral de jonge versie daarvan en ook die uit Edam.
Een paar jaar geleden vroeg onze buuv of wij een stuk OUDE kaas wilde meenemen uit NL. Tuurlijk, immers als wij er niet zijn, passen zij op ons huis. Sindsdien nemen we een "wiel" oude kaas mee, om er zelf van te eten, om weg te geven, maar ook voor Lotgenoten die dat bestellen.
En dan hebben we Paturain, een smeerkaasje, je kent die spreuk wel: paturain, da's pas fijn ...
Die bestaat niet in Frankrijk, net zoals mon chou. Dat zijn allemaal commerciële verzinsels van de Nederlanders. Dus in Frankrijk eten we na het hoofdgerecht een stukje kaas. We hebben nog meegemaakt dat we een plank voor 10 personen op onze tafel van 2 kregen voorgeschoteld en denk je, wow, da's toch niet normaal, wel 8 soorten. Maar als je stukjes begint af te snijden wordt je met argusogen in de gehouden wordt, want als je eenmaal dat kaasmesje hebt neergelegd, komt de serveerster aan tafel en vraagt ze: "fini ??" waarop je op je bord kijkt en maar knikkend "oui" roept, terwijl je misschien later nog een ander stukje had willen proeven. De plank wordt dan direct van tafel gehaald en verhuist naar de andere kant van het etablissement, waar gasten vol verwachting op die plank zitten te wachten. Dus snij 3 stukjes kaas af, neem je meer, dan betekent het dat je niet genoeg hebt gegeten of dat het niet lekker was. En hak niet zomaar een stuk van de kaas af, maar kijk eerst naar de soort, ronde kazen vanuit het midden; cilindervormige, vierkante of recht-hoekige een plakje en van een harde kaas mag je een brok afsnijden. Vraag je om een kaasschaaf? Die kennen ze in LDF niet, dus doe het altijd met een mes. Meestal worden 5 soorten gepresenteerd: een bleu, een geitenkaas (Rocamadour, soms mét de kwalificatiesticker); een tomme de savoie of comté; brie van camembert en natuurlijk kaasje uit de streek. En wist je dat als je een zakengesprek hebt dat pas na het hoofdgerecht de gesprekken loskomen en de deals wordt gesloten. Ik hoorde eens van een kennis die met het vliegtuig naar Parijs ging voor een overleg. Hij arriveerde rond 12.00 uur en moest gelijk mee naar het resto. Eenmaal aan tafel wilde hij gelijk de papieren op tafel leggen, maar neen, dat was niet de bedoeling. Eerst eten, eerst die tongen los, een Ricard vooraf en een goede fles wijn bij het hoofdgerecht. Dan de kaas en een kopje koffie en toen was er tijd om zaken te doen.
Maar goed, als je bord leeg is, de kaas is gegeten, dan volgt vaak nog een dessert, je hebt de keuze uit wel 5 soorten, maar dat doe ik een andere keer. Kaas is in de keuken niet meer weg te denken, in veel gerechten kom je het tegen, gesmolten, gegratineerd, in blokjes door de salade, noem maar op. Van welke kaas, kaasjes houd jij het meest?

17/100 Desserts
Haha, eindelijk ... de "toetjes".
We zijn er dol op, de kinderen gaan niet naar bed voordat ze een zoet achterafje hebben gehad. En ze hebben gelijk. Want vaak na de kaas komt het toetje. Zelf bereid, wie kent de vlaflip nog, een pak yoghurt in je linker- en een pak vanillevla in je rechterhand, uitgietend in een kom tot bijna de rand toe. En boven een scheutje bessensaus. In LDF zijn veel toetjes die de naam van een bekendheid hebben gekregen, zoals "peche melba": van de beroemde Australische zangeres Nellyy Melba.
Het was de beroemde kok Escoffier die ter ere van haar de pêche melba heeft gecreëerd: gepocheerde halve perziken met vanille-ijs met frambozensaus. Tja, dat had ik ook kunnen bedenken, maar de PM is wereldberoemd, toen ik in 1974 mijn eerste restaurant had, stond ie al op de kaart (alleen kwamen de perziken toen uit blik). En waar denk je dat de naam bavarois vandaan komt? Van Elisabeth van Beieren (Isabeau de Bavière) die met Karel VI trouwde. Bavarois betekent Beiers.
Het is een luchtige pudding gemaakt van melk, room en eieren en er bestaan tig varianten van: zoals met sinaasappel, aardbeien, mokka, noem maar op.  Zelf ben ik verzot op "crêpe Suzette": een dun pannenkoekje afgeblust met Grand Marnier.
Dat bestond al, maar een jonge kok had het laten misleiden doordat er de vlam in kwam, maar dat werd zo op prijs gesteld door de aanwezige Prince Edward of Wales, dat het op dat moment aanwezige dame "Suzette" de naam kreeg.
Als wij uit lunchen gaan, ontbreekt de "crème brulée" nooit in het opgesomde rijtje van onze serveerster.
Het lijkt wel of ze die altijd in voorraad hebben. Maar dat klopt wel, want dit nagerecht kan heel lang in de koeling bewaard worden. De naam doet denken of er iets is aangebrand, maar in feite is het zo dat de vanillepudding een laagje suiker krijgt, die met de speciale brander een gekarameliseerde 'top' krijgt. De pudding is ijskoud en het laagje erbovenop is warm, want de suiker wordt vlak voordat je het krijgt gebrand .. Wie ooit een "charlotte" als nagerecht heeft gekregen, die eet daar zijn of haar vingers bijna letterlijk mee op. Het is een bavarois met een rand van lange vingers, "les boudoirs". Ik vond een bron die vermeldt dat dit dessert genoemd is naar Charlotte van Mecklenburg, de vrouw van koning Gerorges III, maar er zijn ook andere theorieën, waarbij elke keer een dame aan te pas komt die Charlotte heette.
En natuurlijk de "Ile Flottante" (drijvend eiland). Dat is een bolletje luchtig eiwitschuim dat in een vanillesaus drijft: "crême anglaise". Deze saus wordt veel in de Franse keuken gebruikt en helaas niet altijd vers maar uit een pak. Men sprenkelt er ook wel eens wat mocca-crême en/of fijngehakte amandelen over. En niet Frans toetje is de "tiramisu" (tiramisù): dit heerlijke dessert komt uit de 15e van de 16e eeuw en is in Italië voor het eerst gemaakt, maar vele jaren later met Amaretto vervolmaakt. In LDF vaak als dessert op tafel gezien.

18/100 Chocolademousse 
Is het 'chocomousse' of 'chocolademousse' of 'mousse au chocolat'?
Dit nagerecht is in Frankrijk ontstaan.
Het Is een nagerecht van eieren en chocolade, dat nog steeds erg populair. 

Het woord mousse au chocolat is samengesteld uit het Nederlandse woord chocolade en het Franse woord mousse (schuim).
Een traditionele chocolademousse wordt gemaakt met pure chocolade.
Een minder sterke chocoladesmaak wordt verkregen door gebruik te maken van melkchocolade of witte chocolade. 

De chocolade moet worden gesmolten. Dit kan au bain-marie gebeuren of in de magnetron. Vervolgens worden er geklopte eiwitten, slagroom en eventueel wat water doorheen geklopt. Bij bepaalde variëteiten wordt ook het eigeel verwerkt.
Door de mousse te laten afkoelen in de koelkast stolt de chocolade en wordt de mousse stijf. Eventueel kan, net zoals bij een bavarois gebeurt, wat gelatine wordt toegevoegd, maar dat zou ik niet doen.  

Soms wordt er een likeur of een drank als cognac toegevoegd, maar dit is in afwijking van de traditionele bereiding.
Zet de digestief er maar naast voor bij de koffie !!
Een traditionele vers gemaakte mousse bevat ongepasteuriseerde rauwe eieren, waarin de salmonellabacterie aanwezig kan zijn.

In verband met dit gezondheidsrisico kan ook gepasteuriseerd eiwit en eigeel gebruikt worden.  Een gezondere variatie van chocolademousse kan gemaakt worden door eiwitten en slagroom te vervangen door magere kwark.

19/100 Koffie
En dan is er koffie, wat nog meer….
Koffie drinken in Frankrijk is niet zo normaal als wij in NL (of België) kennen. Alleen drinken ze in Nederland 2x zoveel koffie als in LDF, wel 10 kg per jaar!
Maar een kopje koffie in Frankrijk vind ik wel veel lekkerder dan als je in NL: want als je in NL bij iemand op bezoek komt wordt je gevraagd: kopje koffie?
Ja graag en dan hoor je ze in de keuken rommelen en begint het gepruttel. Vraag hier niet aan de loodgieter als die 's morgens een klus bij je komt doen of ie een kop koffie wilt, hij zal je vreemd aankijken. Een glas koud water en als het tegen 12.00 uur loopt, lust ie best wel een biertje.
Douwe Egbert heeft het goed gedaan, maar in het moderne tijdperk drinken we toch liever een espresso? Vers uit de hogedrukmachine geperst en liefst vers gemalen. We kennen ze hier, die ieniemienie kopjes koffie waar nog net op de rand van het schoteltje een staafje suiker of een koekje past. Eén slok en wég! Neen, je moet het nippen. Ik heb de tijd meegemaakt dat je in het café bij je koffie standaard een glaasje water kreeg geserveerd, immers, koffie onttrekt vocht uit je lijf en da's niet goed hè…
Maar een café is dan ook heel anders geprijsd dan in NL of België, op het platteland dan, tussen de € 1,00 en € 1,50. In de grote steden weten ze voor dat kleine kopje € 3,00 of € 4,00 te vragen.
Op het terras vraag je om een “un café” of “un double” of “un cappuccino”, etcetera… s'il vous plait.
Een café au lait drinken de Fransen alleen thuis en wie om een café vraagt, krijgt standaard een espresso. Koffie bestellen in Frankrijk is lastiger dan je denkt. Hoe krijg je precies wat je wilt hebben?
"Un café" : is de meest gebruikelijke manier om in Frankrijk koffie te bestellen, je krijgt dan een klein kopje zwarte koffie: "un espresso". Je kunt ook zeggen: un 'café noir, un express, un expresso, un café court of un petit noir' - allemaal hetzelfde. 
“Un café double” : wil je een dubbele espresso, dan vraag je om je “un double”.
"Un café serré": een extra sterke koffie: espresso met de helft van de gewone hoeveelheid water. Lijkt op Italiaanse “ristretto”, al is die nog sterker.
"Un allongé"  van  “un américain” : is een espresso aangelengd (= allongé) met heet water. Deze koffie lijkt qua sterkte het meeste op een 'gewoon' kopje koffie.
“Un café au lait” : vraag maar niet om een café au lait, want die drinken Fransen alleen thuis bij het ontbijt. Het gaat om koffie met veel melk geserveerd in een ontbijtkommetje, zodat je een croissant of zelfs een heel stuk stokbrood - inclusief boter en jam - in kunt dopen. Café au lait wordt in sommige delen van Frankrijk ook wel 'café renversé' genoemd: onze 'koffie verkeerd'.
"Un café crème": is een grote koffie met melk (een 'latte') in 2 formaten: le petit crème en le grand crème.
“Une noisette” : is een koffie in espresso-formaat met wolkje opgestoomde melk erin.
“Un cappuccino” : een Italiaanse koffievariant met opgeklopte melk, op platteland krijg je soms slagroom i.p.v. opgeklopte melk.
“Un déca” : koffie zonder cafeïne, zo vraag je om “une noisette déca” of “un déca allongé”.
“Un café filtre” : in de barista-cafétjes in grote steden zie je nieuwe of juist klassieke koffiesoorten terugkomen.  Zo is op diverse plekken de gouwe-ouwe filterkoffie weer heel erg in de mode. Je kunt zelfs een cursus volgen om een correcte barista koffie te maken, met een doordruk koffie, precies afgemeten en opgeklopte melk op de juiste dikte op de koffie draperen, elke vorm is tegenwoordig haalbaar, leuk!

20/100 Zorg je wel goed voor jezelf
nu we tijdens de pandemie thuis moeten blijven? 
Thuiswerken, sportschool dicht, maar eens per 2 weken naar de supermarkt, etc. De maatregelen hebben een impact op je normale routine. En dus ook op je gezondheid, want wees eens eerlijk: beweeg jij nog net zoveel als eerst? En eet je nog wel gezond? Met onderstaande tips kom je deze tijd gezond door: 
zet 10.000 stappen per dag, er zijn veel sportscholen die video's op YouTube plaatsen nu, voor oefeningen die je thuis kunt doen. Plan bijvoorbeeld elke dag een moment om die oefeningen te doen.
Thuiswerken en zoveel mogelijk thuis blijven betekent voor jou misschien ook wel flink wat minder beweging. Je wekelijkse sport-uurtjes vervallen, je hoeft niet te reizen. Probeer zoveel mogelijk beweging te krijgen. Wij hebben zelf een extra hometrainer aangeschaft omdat we de eerste hadden uitgeleend en voorlopig niet terug krijgen, heerlijk 3x per dag 10 minuten fietsen is genoeg.
En genoeg stappen zetten kan gewoon in huis. Een paar keer per dag de trap op en af lopen is een goed idee en sta eens wat vaker op om iets te pakken of dans zelfs op je favoriete muziek. Je kunt ook gymoefeningen op je stoel, of als je naar de tv kijkt. Als je dan twee waterflesjes in je handen neemt en die mee beweegt maak je er meteen een work-out van. 
Bedenk dat ook stofzuigen en ramen wassen extra beweging is. (En soms is dat wél nodig!)
En als het even kan (en je hebt geen ziekteverschijnselen) probeer dan elke dag een rondje te wandelen. 
Ga niet crashen: hoeveel zorgen je ook maakt over je gewicht na al die negatieve berichten over overgewicht in het nieuws, ga niet opeens een crashdieet volgen. Crashdiëten zijn nooit een goed idee, en nu al helemaal niet. Het grote gevaar van een dieet met heel weinig calorieën, is dat het ook per definitie te weinig voedingsstoffen als antioxidanten, vitamines en mineralen. En dat ondermijnt je weerstand. Juist gezond en volwaardig eten is wat je nu nodig hebt om je weerstand op peil te houden.
Ontbijt, lunch en diner: als je zorgt dat je stevig ontbijt en luncht en een goede warme maaltijd neemt, krijg je in elk geval minder snel trek tussendoor. 
Want juist tussendoor liggen snoepen en snaaien extra kilo's op de loer.  Probeer je te beperken tot die drie gezonde, goed vullende maaltijden per dag. Dan heb je eigenlijk niets tussendoor nodig.
Denk bij ontbijten bijvoorbeeld aan yoghurt met granola en fruit, brood met een gebakken ei of een kom havermoutpap met fruit. En bij de lunch aan een goede gevulde salade of een kom verse soep met brood. Eet 's avonds een vol bord dat voor de helft gevuld is met groenten. Zo kom je de dag wel door.
Geef groenten en fruit de hoofdrol: groente en fruit zijn lekker en zitten boordevol goede voedingstoffen als antioxidanten, vitamines, mineralen en vezels. En ze bevatten verrassend weinig calorieën. Het vult de maag goed en de voedingsstoffen ondersteunen je weerstand. Het is daarom een prima idee juist nu veel groente en fruit te eten. Probeer 2-3 stuks fruit per dag te eten, bijvoorbeeld bij het ontbijt, de lunch en als nagerecht bij de warme maaltijd.
Wat groente betreft: probeer eens aan 300-400 gram per dag te komen. Je kunt denken aan extra tomaat en komkommer op brood, salades of soepen bij de lunch. Neem bij de warme maaltijd een grote portie groente of neem een gekookte of gewokte groente plus een salade.
Pak die zon: UV-stralen van de zon zorgen ervoor dat de huid vitamine D aangemaakt. Zonlicht is daarom een geschikte bron van vitamine D voor ons lichaam. En dat vitamine D speelt een rol bij het op peil hadden van je immuunsysteem. Voor voldoende vitamine D is het wel nodig om elke dag minimaal 30 minuten naar buiten te gaan. Dat is voor ons dus geen probleem momenteel, want we genieten nu (2020) van een uitzonderlijk mooi voorjaar.  Zorg dat de zon ook bij je huid kan komen: laat minimaal je handen en hoofd onbedekt, maar voorkom uiteraard dat je verbrandt. Dus maak iedere dag een wandeling en ga een boek lezen in de tuin. Achter glas in de zon heeft geen zin want glas houdt UV-straling tegen. Ga wel het liefst tussen 11.00 - 15.00 uur de zon in, want dan staat de zon het hoogst.
Neem lijnzaad, gedroogde pruimen of iets anders vol vezels: minder bewegen en een andere ochtendroutine kunnen funest zijn voor je stoelgang. Kon je normaal gesproken de klok gelijk op het moment dat je aandrang om naar het toilet te gaan?
Grote kans dat door langer slapen, op een ander tijdstip ontbijten en andere koffiegewoonten je stoelgang flink van slag raakt. Neem bijvoorbeeld elke dag wat lijnzaadjes door de yoghurt of granola of eet een paar gedroogde pruimen van gedroogde abrikozen. Ook volkorenbrood, noten, zaden en peulvruchten zitten vol vezels.

En natuurlijk groenten! Dus een bak sla op die tafel.
Daar komt nog bij dat bewegen heel belangrijk is voor het ritme van je darmen. Je kunt je darmen helpen door vezelrijk te eten en daarbij voldoende te drinken (2 liter per dag). Biertje ?? 
Slaap voldoende: als je een goede nachtrust heb - dat wil zeggen 8 uur per nacht - is de kans groot dat je de volgende dag minder snoept. Dat blijkt uit een onderzoek onder mensen die normaal gesproken maar 5 tot 7 uur slapen per nacht.
Meer slapen kan er voor zorgen dat je voeding verbetert. Ook blijkt uit onderzoek dat te kort slapen de hormoonbalans verstoort van de hormonen die je honger- en verzadigingsgevoel regelen. Dus toch maar op tijd naar bed!
Verwen jezelf: Het is allemaal al vervelend genoeg dus je wilt jezelf af en toe wel even verwennen. Dat kan natuurlijk met iets lekkers. Maar verwen jezelf dan ook echt en haal dat bijzondere stukjes kaas of die dure noten. Echte goede kwaliteit proef je en daar geniet je extra van. Het mooie is dat je er ook niet veel van nodig hebt om van te genieten.
Kook met plezier: Misschien heb je juist nu de rust en de tijd om wat meer zelf te koken? Geen gehaast immers omdat je 's avonds nog weg moet. Ruil daarom de minder gezonde kant-en-maaltijden en snel-klaar maaltijden in voor zelf bereide maaltijden van verse ingrediënten. Ook daarmee zet je een stap voor je gezondheid. Hoe puurder de voeding is, hoe gezonder deze is. Zoek lekkere recepten.
Heb je een vraag over een recept of je wilt weten hoe je iets maakt, schroom niet ons dat te vragen !!

21/100 Gallië
Gallië is de Latijnse benaming (Gallia) voor het westelijke gebied van Europa, dat dynamische met het moderne Frankrijk, België, West-Zwitserland en delen van NL en Duitsland ten westen van de Rijn. Galliërs, ook bekend als Kelten, dit wist ik zelfs nog niet, want als ik aan de Galliërs denkt, denk ik alleen maar aan everzwijnen.  De Galliërs waren verspreid over een groot gedeelte van Europa in de eeuwen voor de Romeinse bezetting en spraken verschillende Keltische dialecten.
Er woonden ook Galliërs in de vlakten van Noord-Italië het zogenaamde Gallia Cisalpina en Venetië.
Gallië werd geannexeerd door de Romeinen, toen Julius Caesar de Gallische stammen in het gebied overwon, in de periode tussen 58 - 51 voor de jaartelling. De hele oorlog kostte het leven aan meer dan een miljoen Galliërs en nog een miljoen werden tot slaaf gemaakt. Alle gebieden? Neen, ik heb uit betrouwbare bron vernomen dat een aantal Galliërs zich niet wilde overgeven omdat er een toverdrank in het spel was. Met name Obelix, de onafscheidelijke metgezel van Asterix. Als kind viel hij in de ketel waar de drank in werd gemaakt. De ketel staat nu op ons terrein en af en toe neemt Vincent een plons om zelfs op krachten te komen. Maar goed, verder om de geschiedenis uit te diepen, want ik kom nog terug op Bretagne: Brittany.  Het gebied werd vervolgens geregeerd als een aantal Romeinse provincies. De hoofdstad van de Galliërs was toen Lyon.
In bijna al deze "Gallia's" werden verwante dialecten van dezelfde Keltische taal gesproken. In Aquitania werd een geheel andere taal gesproken, verwant aan het Baskisch en aan het dan uitgestorven Iberisch. Al vanaf de 1ste eeuw bouwde men versterkte grenzen tegen de toenemende druk van invallende Germaanse stammen. Het Romeinse Rijk stond op de rand van de afgrond. Op 31 december staken 406 verschillende Germaanse stammen, onder meer de Alemannen, Vandalen en Sueven de Rijn over om Gallië te plunderen. Het Romeinse leger bleek niet in staat adequaat op te treden.
Een aantal legereenheden kwam bovendien in opstand en riepen hun eigen generaals uit tot keizer. In Britannia nam Flavius Claudius Constantinus het heft in eigen handen. 
In 486 eindigde het Romeinse gezag in Gallië. 
Eén van de thema's die wij tijdens onze catering activiteiten deden was niet Bourgondisch, maar Gallisch. Daarvoor hebben we een kunstenaar gevraagd de personages op plaat na te maken en dat hebben we geweten !!  Plus we hebben heel veel materiaal gekregen van Parc Asterix net boven Parijs. Ieder jaar verlootten we 2 entreekaarten voor de best verklede Galliër onder de gasten en medewerkers. Prachtig decor altijd. En wijzelf gingen in gepast ornaat met voor Vissix zelfs een verse schol aan zijn riem.

22/100 Feiten & fabels over muggen
Zoemende muggen staan in de zomer stip op nummer één als nachtrustverstoorders. Er gaan veel onjuistheden rond over deze vervelende insecten. Wat moet je nu wél en niet geloven?
Komen muggen op licht af, feit of fabel? 
Fabel. Deze fabel zal je misschien wel het meest verbazen. De lampen in je huis hoeven niet uit om aan muggen te ontkomen. Sterker nog: ze houden helemaal niet zo van licht, omdat ze zich in het licht minder goed kunnen oriënteren. Dat je de insecten 's avonds ziet rondvliegen in je slaapkamer, heeft een simpelweg te maken met het feit dat je meer insecten ziet in het licht. Jeuken muggenbeten altijd, feit of fabel? Fabel. De jeuk is afhankelijk van hoe het immuunsysteem reageert op de circa twintig lichaamsvreemde eiwitten die een mug op je achterlaat. 
Sommige mensen reageren daar hevig op, anderen helemaal niet. Als je krabt, beschadig je het weefsel in en onder de huid nog meer. Dit activeert de ontstekingsreactie die bij de beet hoort.
De jeuk wordt intenser en zal langer aanhouden. Hou jezelf dus in. Hoe ontstaat die jeuk? Normaal stolt je bloed als je een wondje hebt. Om het bloed rustig op te kunnen slurpen, moet het even vloeibaar blijven. Daarom spuiten muggen tijdens het steken een beetje speeksel met een antistollingsmiddel in je huid. Als reactie op dit antistollingsmiddel komt er histamine vrij, wat zorgt voor een allergische reactie die gepaard kan gaan met jeuk, roodheid en zwelling.
Hebben muggen een voorkeur voor bepaald bloed? Feit of fabel? 
Fabel. Het is een veelvoorkomende vergissing te denken dat we lekker bloed hebben en daarom veel worden gestoken. Niets is minder waar. Muggen hebben geen voorkeur voor een bepaalde bloedgroep of zoet bloed.
Hebben muggen de voorkeur voor koolstofdioxide, lichaamsgeur of warmte, feit of fabel? 
Feit. Muggen hebben een buitengewoon sterke reukorgaan.  Ze worden aangetrokken door koolstofdioxide, lichaamsgeur en warmte. Koolstofdioxide komt van nature voor in de atmosfeer: we ademen het in en uit. Hoe meer je uitademt, hoe aantrekkelijker je voor een mug bent. Lange en grote mensen stoten meer koolstofdioxide uit dan kinderen en baby's en worden over het algemeen dus meer gestoken. Bij zwangere vrouwen is dit ook het geval. Naast koolstofdioxide jagen muggen eerder op mensen die veel lichaamszuren produceren. Zoals bijvoorbeeld urinezuur of zweet. Deze stoffen kunnen muggen al van ver ruiken.  Daarnaast ben je sneller het doelwit voor een mok als je een warme huid hebt.
Muggen vinden de geur van lavendel onaantrekkelijk, feit of fabel? 
Feit
Muggen zijn helemaal niet dol op de geur van lavendel. Druppel bijvoorbeeld wat lavendelolie bij het raam om te voorkomen de beesten naar binnen vliegen. Huidproducten van lavendel zijn ook erg efficiënt. Ze verbergen je natuurlijke lichaamsgeur.
Heftige geuren als knoflook, citroen, eucalyptus en pepermunt houden de vervelende beesten ook op veilige afstand. Alleen vrouwtjesmuggen prikken mensen, feit of fabel? 
Feit. Mannetjesmuggen zuigen alleen nectar uit bloemen om de suikers te eten.  De vrouwtjes hebben de eiwitten uit het bloed van mensen en dieren nodig om de grote hoeveelheid eieren te kunnen produceren.
Muggen houden van een frisse wind, feit of fabel? 
Fabel, muggen houden niet van wind, dus zet een ventilator in je (slaap) kamer. Of gebruik een klamboe.

23/100 Truffels
Het was in ons eerste jaar (2007) dat we op "Résidence Le Magnolia" woonde, toen we onze eerste truffel vonden. We waren de boshut aan het schoonmaken, ik stond op het dak om blad en dennennaalden eraf te blazen en Berdien stond eronder om het in bos te harken. Ik schrok me een hoedje: Berdien stootte een gilletje uit van bijna 900 hertz en ik draaide me om en ik zag haar gehurkt op de grond zitten met aan de ene hand de hark en de andere hand wreef over de grond. “Wat is er”, riep ik. “TRUFFELS !! “Was het antwoord. Stomverbaasd klauterde ik naar beneden en begon Berdien te helpen met het schoonvegen van de plek waar ze die ene had gevonden. Een half uurtje later hadden we allebei onze handen vol met “het zwarte goud”. Neen, de vorige bewoners wisten het niet en waren ook verbaasd natuurlijk. De boomhut en het bosje eromheen was van 1986, toen de tuin werd aangelegd, dus die truffels hebben jarenlang verborgen gelegen. Was het daarom dat we in de winter van 2006 een familie waren 
sangliers in het bosje zagen. Die waren daar lekker aan het snoepen. Een paar dagen na de vondst hebben we bij een oude commandeur de truffe in Gindou om advies gevraagd en het blijken dus truffe d'été te zijn, de zomertruffel. Mede door die groep wilde zwijntjes hebben we een begin gemaakt om het hele terrein dicht te maken met snoeihout, gaas en grote keien.
Hoe weet je nou of je truffels hebt: ten eerste lees je het hele verhaal en dan zoek je zo'n bosje. Je harkt het blad enzo weg en kijk je goed of je een hondenneusje ziet. Nét boven de grond. Soms lijkt het op een omgedraaid hoedje van een beukennootje. Als het even niet geregend heeft splijt de grond boven een truffel: 3 kanten op, haal wat grond weg en misschien dat de truffel zich naar boven aan het werken is, maar pas op dat je het ruim uitschept, zodat de truffel niet beschadigd.. 
Een truffel (Truffe - Knol) is een ondergrondse zwam die groeit op boomwortels. Voornamelijk op wortels van eiken, hazelaars, dennen en wilgen. Er ontstaat een symbiose (samenwerking): de truffel wordt door de boomwortels gevoed met organische stoffen en de boom krijgt door de truffel water en voedingstoffen. De truffel is kostbaar en wordt verwerkt in de hogere gastronomie en wordt beschouwd als een delicatesse. Het duurt 6 maanden tot een jaar voordat een truffel volgroeid is. De zwammen kunnen niet gekweekt worden of in ieder geval niet eenvoudig. Er is een heel specifiek klimaat, een kalkrijke bodem en extra bomen nodig om de truffel te laten groeien.
Welke soorten zijn er:
De zwarte wintertruffel (Tuber melanosporum) heeft een donkere schil en binnenkant met een lichte dooradering. Deze truffel wordt gezien als het meest delicaat (onder de zwarte truffels) en groeit van november tot en met maart en wordt gevonden in Umbrië, Zuid-West Frankrijk en Spanje.
De zwarte herfsttruffel (Tuber brumale) heeft een donkere buitenkant en een lichtbruine binnenkant met een lichte dooradering. De smaak van de herfsttruffel is iets minder sterk dan die van de wintertruffel. De herfsttruffel groeit van september tot en met januari.
De zwarte zomertruffel (Tuber aestivum) lijkt erg op de herfsttruffel, maar het vruchtvlees is nog lichter van kleur. Daarbij is de smaak ook iets minder sterk. Deze truffel groeit van mei tot en met augustus.
En natuurlijk de koningin onder de truffels:
 de witte truffel (Tuber magnatum) Dit is de meest kostbare en zeldzame truffel. Deze truffel wordt gevonden in Piëmonte en ten Noord-Oosten van Rome en heeft een sterke knoflookachtige geur. Het seizoen voor de witte truffel loopt van september tot en met januari.  De prijs van een kilo truffels kan oplopen van € 150,00 tot wel € 2.000,00, maar de duurste truffel die ooit wordt verkocht was bijna 1,5 kg en bracht samen met een truffel van 450 gram € 330.000,00 op aan een Chinese miljardair.
Eekhoorns eten truffels en zijn belangrijk voor de verspreiding ervan. We hebben dus ook hoog in de pijnbomen nesten waar die rappe beestjes hun nacht doorbrengen. De passage van de sporen door hun maag-darmkanaal verbetert zelfs de kiemkracht. Varkens en “onze” wilde zwijnen zijn dol op truffels en werden dan ook van oudsher gebruikt bij het zoeken naar truffels. Honden worden hiervoor getraind en het gebruik van honden is het meest gangbaar. Vooral de Lagotto Romagnolois hier erg bedreven in. Hier in Les Arques woont iemand die een Duitse herder heeft en het baasje heeft hem opgeleid om truffels te vinden. En mét succes !! Bij varkens is het moeilijk te voorkomen dat het varken een deel van de truffels opeet of ze brengen schade toe aan de bodem, in het bijzonder aan het mycelium van de truffels zelf. In Italië is het gebruik van varkens om deze reden sinds 1985 verboden. De vraag is van vliegen ook op truffels afkomen, ik geloof dat wel, want soms lopen we over ons truffelveldje en zien we hier en daar een vlieg op de grond zitten. En daaronder liggen meestal truffels. Maar wat moet je ermee? Wij nemen ze mee naar NL en geven ze aan bevriende restauranthouders. Wa kos da? Tja, wat moet je ervoor vragen, dus we zeiden dat we er wel een keer voor kwamen dineren. Leuke deal !! En je kunt truffels bij de eieren leggen, die nemen wat smaak over. Of dun geschaafd (met de truffelschaaf) in een omelet, over de pasta, in de salade, tussen een gekookte aardappel, etc. etc. Tegenwoordig doen we dat nog steeds, of we verkopen ze hier in de buurt aan de restaurants.
Of iemand in de Bourgognestreek gebruikte het voor een Truffelbrie die ze maakte.
Verder nog een tip over truffelolie: de truffelolie uit winkels bevat nooit echte truffel, maar geur synthetische en smaakstoffen.
Heb jij ook truffels in je tuin? Er zijn verschillende kenmerken om te ontdekken, Berdien heeft er al een echt neusje voor, dus een hond of varkentje hebben wij niet nodig. 
In Lalbenque is ieder jaar in oktober een truffelweekend, waarbij boertjes een mandje met een rode doek voor zich staan met hun oogst, leuk om te zien.  Je kunt een plaats reserveren in één van de 3 resto's, waar je een menu met truffels kunt krijgen: vanaf € 50,00 p.p.

Een FB kennis vroeg of ze er ééntje mocht hebben, kom maar halen zei ik, maar ze woonde in NL. Dus heb ik er eentje opgestuurd.
Wil je ook een truffelmenu maken , wij verkopen onze truffels, schoongemaakt, voor € 15,00 per 100 gram (na het seizoen komen ze uit de vriezer).

24/100 Je eerste dag in je nieuwe LDF huis
Het was 1 december 2006. We hadden net de sleutel gekregen. We waren er ettelijke keren geweest, zelfs met de vrachtwagen met spullen. Die mochten we vast in een lege kamer zetten.
Het was nog net een beetje licht en we liepen door de cour richting voordeur. Pjiep, pjiep, pjiep. Wat was dat en nog eens pjiep, pjiep, pjiep ...  We liepen weer een stukje verder en toen stopte het, tjee dachten wij, zou de oude eigenaar een alarm hebben die aanslaat als je langs loopt. Het klonk een beetje sonisch. We proberen het nog eens en verrek, weer dat gepjiep, pjiep, pjiep. We keken elkaar aan, beetje lachend met een groot vraagteken boven onze kaaskoppen. Ik zeg, ik bel Martijn (de oude bewoner).  Nou, die hadden we die middag nog gezien bij de notaris, dus hup draaien maar.
Hij nam vrij snel op en vroeg of we helemaal gelukkig met het huis waren. Jaha, zeker Martijn, maar hoe zetten we het alarm af? ALARM ??  Er is helemaal geen alarm. Dus we tuten ons monden en proberen het geluid na te bootsen. Hij begreep er niks van. Dan maar wachten tot het zich weer voordeed en we deden een paar passen naar achteren. En ja hoor, daar was het weer: pjiep, pjiep, pjiep. Telefoon naar die richting en hoorden uit de telefoon een schaterende lach komen. Wat lach je nou, vroegen we.  Hahaha, vertelde Martijn, dat is geen alarm ... dat is een pad. We waren stomverbaasd, een pahad ??
Waar zit ie dan.   Tja, zegt Martijn, die vind je niet zo snel, die zijn piepklein en zitten vaak onder wat bladeren, onder een steen of tussen de muur. Maar goed, wij naar binnen, peertjes aan (gelukkig had ie wat verlichting achtergelaten) en het eerste wat we deden was de open haard aan en een fles champagne open maken. Jaja, zo doe je dat, Inwijding van je huis. Proost !!
Heerlijk, daarna wat aan inrichting gedaan, Berdien had wat eten voorbereid en dat was snel klaar, weer een fles open en rond 22.00 uur voldaan naar bed.  Maar de volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan om het terrein te bekijken ennnn ... om die padden te zoeken.
Die hebben we niet gevonden, maar was wel hilarisch, toch ??
Het is nu een dagelijks geluid waar we helemaal aan gewend zijn.

25/100 Picknicken
Gezellig, je hebt een vrije (Konings) dag en je gaat lekker picknicken. Alleen nu niet met je vrienden of buren, maar met je partner en / of kinderen. Heerlijk op pad, met de cabrio een eindje toeren om een plek aan het water, in het park, op het strand of met mooi uitzicht te zoeken. Je hebt eergisteren de inkopen al gedaan en gisteren alles voorbereid. De mand is van zolder gehaald en je checklist is bekeken of je niets vergeet: mand, kleed, mooie bordjes, bestek, plank + kartelmes, wijnkoeler, glazen, doek tegen insecten, mooie hoed, etc. etc. de zon schijnt (tja, vandaag helaas niet in LDF) en je gaat de voorbereidde gerechten inpakken: kippenpootjes, sandwiches zalm, vers gehaalde stokbroodjes, frisse salade, lekkere blauwe kaas / prei quiche, fles water, fles witte wijn en nog wat uit de koelkast lag wat mee kan.
Nou, dit willen we toch allemaal. Misschien moeten we zoiets eens gaan organiseren als we weer op pad mogen en elkaar weer mogen zien, ik kom erop terug !!
Maar waar komt dat picknicken nou eigenlijk vandaan? Ja hèhè, hoor ik al enkelen roepen, dat komt uit Engeland: laten we picknicken. Maar dat klopt niet. Het is een Franse "uitvinding" en komt van het woord pique-nique. Piquer betekent pakken en nique is een oud woord om iets van weinig waarde aan te duiden, een klein hapje. Grappig hè !! Vroeger werd het woord pique-nique gebruikt om aan te geven dat het ging om een maaltijd buiten te gebruiken, waarbij ook de gasten iets van hun zelf mee namen. In de USA noemen ze dat ook wel 
een Amerikaanse fuif. 
Zo is er ook de picknicktafel, die zie je in parken, langs de kant van de (snel) weg en wie heeft er niet eentje thuis staan.
Maar een kleed op de grond uitspreiden en daarna gaan zitten is nog het leukst, hou wel je glas vast, want dat kan omvallen, dus schenk 'm niet té vol. Alles mag, het maakt niet uit wat je meeneemt, behalve dan dat je een vuur maakt om iets te roosteren, want dat is not done, die rook is niet prettig voor jezelf of voor andere mensen, immers, je hebt je mooiste hoed op en je mooiste picknick jurk of blouse aan. En gebruik mooie materialen, beslist geen plastic of kunststof en ruim alles op en laat niets achter.

26/100 de Lot ( Òlt of Òut), de rivier
Wij wonen in de streek LOT - 
Occitanie , wat vroeger Midi-Pyrénées was. Wat weten we eigenlijk van deze onbekende onbekende rivier. Hier enkele bijzonderheden: de Lot stroomt door departementen: Lozère , Aveyron , Lot en Lot-et-Garonne.  De Lot is een rivier die in het Centraal Massief ontspringt. De bron van de rivier ligt in het gebied van Mont Lozère (48) en loopt naar Aiguillon, waar de rivier in de Garonne stroomt. De Lot heeft een lengte van 481 km, waarvan hemelsbreed slechts 200 km overblijft.
De Lot loopt voor een groot deel door het kalkrijke gebied van Midden-Frankrijk. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de rivier voor grote delen door een diep uitgeslepen dal stroomt.
In het departement Lot, dat grotendeels op de 
Causse de Quercy ligt, wordt in het Lot-dal, het vruchtbare gebied naast de rivier, veel verbouwd, met name tuinbouw en als je de brug overgaat naar het zuiden kom je direct in large wijngebieden terecht waar de Malbec vandaan komt.
De Lot loopt o.a. door de volgende departementen met plaatsen: 
Lozère (48) (regio Occitanie : Mende
Aveyron (12) regio OccitanieCapdenac
Lot(46 regio Occitanie): Cajarc, Saint-Cirq-Lapopie, Cahors, Puy-l'Évêqu
Lot-et-Garonne(47 regioAquitanië): Fumel, Villeneuve-sur-Lot, Aiguillon
De rivier heeft een lange tijd een belangrijke rol gespeeld in het vervoer van goederen van de mijnen van 
Capdenac en van Decazeville. Om die reden is de rivier in de 19e eeuw tot en met de hoogte van Decazville bevaarbaar gemaakt en loopt er een spoorlijntje door het rivierdal van Cahors naar Decazville. Met het sluiten van de mijnen is de reden om de rivier bevaarbaar te houden verdwenen, maar de daarvoor aangelegde werken bestaan nog steeds. Het spoorlijntje is inmiddels buiten gebruik; een aantal stations zijn in 2007 aan particulieren verkocht en tot woonhuis omgebouwd. Het stroming in de rivier is sterk seizoens afhankelijk en kan met 13 m3 per seconde tot in de zomer tot 700 m3 per seconde in de winter en vooral in de lente. De Lot wordt bevaarbaar gehouden met een reeks dammen en sluizen, zodat het hele jaar door op de rivier gevaren kan worden met schepen met een niet al te grote diepgang. Kajakken en kano varen kan wel op de Lot, maar je moet dus rekening houden met de sluizen, ook rondvaartboten kun je huren, die varen een paar km stroomop- of afwaarts, maar draaien weer om als het door een sluis moet.
Zijrivieren die de Lot instromen zijn: 
BoudouyssouBramontCéléLémanceLèdeTruyère.


27/100 de Dordogne (rivier)
Dore en de Dogne: La Dordogne is één van de langste rivieren van Frankrijk met een lengte van 483 km die ontspringt in Mont-Dore uit de Dore en de Dogne op de noordflank van de Puy de Sancy , met 1885 meter de hoogste top van het Centraal Massief , waar je ook prachtig kunt wandelen en loopt in de Atlantische Oceaan bij Royan
Kort na de bron stroomt de Dordogne langs het kuuroord La Bourboule
Op de bovenloop van de rivier werden vanaf 1932 tot 1957 vijf stuwdammen en hydro-elelektrische centrales gebouwd die door de staatsmaatschappij Electricité de France bestierd worden. Eén van die stuwdammen is de Marègesdam. Na Argentat en Beaulieu-sur-Dordogne loopt ze bij Girac het departement Lot binnen en buigt ze af naar het westen op weg naar Creysse en Souillac. Na Souillac stroomt ze het gelijknamige departement Dordogne in.  Tussen Souillac en Sarlat hebben wij ieder jaar sinds 1996 een bivak aan de oever bij St. Jullien de Lampon aan de Dordogne. Het was in 2006 vanaf die plek dat wij rondtrekkend door de regio ons huis in Les Arques vonden. Onze kinderen hebben in de Dordogne leren zwemmen, je liet je gewoon tussen de forellen meetrekken met de stroming.
Je komt langs rotsformaties op weg naar Le Cingle de Montfort (een grote lus in de rivier) en Domme. En langs La Roque Gageac en de vallei van de 5 kastelen, Lacoste, Castelnaud, Marqueussac, Fayrac en Beynac naar Limeuil waar de Vézère samenkomt met de Dordogne. Van Le Cingle de Limeuil en vlak daarna Le Cingle de Trémolat naar Lalinde. Door Bergerac waar vandaan nog een enkel vrachtschip vaart en vele plezierjachten. Langs Port Ste Foy-et-Ronchapt en Castillon la Bataille naar Libourne. 
Argentat was historisch de plek van waar de Dordogne bevaarbaar werd met de "gabare", een platbodem die ook van een zeil kon worden voorzien. Tegenwoordig zie je dergelijke boten liggen in b.v. Beynac, waarop je een boottocht kan reserveren.
Op de terugweg stroomopwaarts, werden de boten toen getrokken met mankracht of door lastdieren. Vaak werd zo het bier vervoerd van de brouwerijen naar de gebruikers. Daarvan heeft chanteuse Michèle Bernard het liedje gemaakt:
"Quatre-vingt beau chevaux" (tirer les bateaux)
Of ze werden op het eindpunt (Lalinde) uit elkaar gehaald en met paard en wagen terug gebracht naar het vertrekpunt rivieropwaarts. Deze beroepsvaart liep vanaf het einde van de 19e eeuw sterk terug door de concurrentie van de spoorweg om rond 1950 geheel te verwijderen.
Nu wordt de ondiepe rivier met stroomversnellingen tot Saint-Pierre-d'Eyraud nog niet met kano's bevaren. Vanaf daar is de Dordogne ook bevaarbaar voor de gemotoriseerde pleziervaart.
Ter hoogte van Lalinde werd parallel aan de rivier een 15 km lang kanaal gebouwd om de huidige stroomversnellingen te omzeilen.
In 
Libourne wordt de Dordogne een brede rivier, onderhevig aan de getijden en bij de "Bec d'Ambès" ten Noorden van Bordeaux vloeit ze samen met de Garonne om de Gironde Souillac, te vormen. Bij springtij doet zich van bij de monding tot ongeveer 30 kilometer landinwaarts het fenomeen van vloedbranding voor, in de streek bekend als " le mascaret ".
De departementen die zich aan de Dordogne bevinden zijn: 
Puy-de-Dôme (63), Cantal (15), Corrèze (19), Lot (46), Dordogne (24), Gironde (33). Bekende steden aan de Dordogne: La Bourboule , Argentat ,Bergerac , Libourne , Domme, etc.
Zijrivieren van de Dordogne: 
Maronne , Cère , Vézère en Isle
Grotten met prehistorische tekeningen langs de 
DordogneLascaux, Grotte de Rouffignac, Grotte Cap Blanc, Bernifal, Grottes des Combaralles.
Ook kan de Dordogne uitstekend per fiets van auto gevolgd worden. Er zijn daarvoor zelfs fietspaden aangelegd, best bijzonder voor Frankrijk. Langs de Dordogne bevinden zich veel campings en vaak heeft zo'n camping ook een vertrekpunt om met de kano de Dordogne af te zakken.
Op enkele plaatsen bevindt zich ook een goed restaurant, zoals aan de oever bij Vitrac Plage, je moet er zomers wel reserveren: 0553.293.273. Op 11 juli 2012 is het hele stroomgebied van de Dordogne geclassificeerd als een 
biosfeerreservaat door de UNESCO .

28/100 Côte de Boeuf
Hier ben ik echt verzot op ben en is voor een echte vleesliefhebber als ik een waar feest. Het is groot, stoer, de smaak is werelds en het is perfect te bereiden op de houtskool barbecue, nee ... niet op een gasbarbecue want die wordt niet heet genoeg. Dit is toch wel ongeveer het mooiste stuk vlees waarmee je kunt werken en het is verrassend makkelijk te bereiden. Maar zoek wel een leverancier, slager of boer waar je van weet dat ze goed voor hun beesten zijn. Voor mij is de côte de boeuf een mythisch stuk vlees. Het is groot, er steekt een bot uit en het heeft een intrigerende naam. Ook de Engelse naam geeft aan dat het niet zomaar om een stuk vlees gaat; Primerib. De côte de boeuf wordt gesneden van de eerste 5-6 ribben van het rund. Ook de 
rib-eye komt van dit gedeelte, alleen dan wordt het been eraf gesneden. Van de ribben erna komt de entrecôte. Dit is zooo lekker !!
Zoals het voor zo veel geldt, 'less is more' ook van applicatie voor de côte de boeuf. Het vlees is van zichzelf al erg zacht, mals en super smaakvol. Daarom gaan wij ook niet te veel aan dit vlees doen. Zeker geen marinade dus, maar we voegen toch kruiden toe. Niet teveel, niet te weinig. En het kruiden vooraf of na het grillen is een discussiepunt waar ik me al lang bij heb neergelegd: van tevoren dus. Onze kruidenmelange (dat zijn 14 kruiden en wat zout die we altijd in een grote pot op voorraad hebben) wordt v.t.v. over het vlees gestrooid, dan kan het er lekker intrekken, het is echt een toevoeging, de kruiden geven een subtiele smaak mee waardoor het vlees nog lekkerder wordt! 
Wat gaat je doen? Of wil je liever dat wij het voor je doen? Maar goed, stel dat je v.t.v. even wilt oefenen, dan kun je het eerst doen: zorg vooral dat het vlees op kamertemperatuur is voordat je het gaat bereiden. Maak de barbecue schoon en vul het met niet te kleine stukken houtskool. Maak het nooit aan met die vieze witte blokjes, die gore smaak blijft er lang in zitten, maar je hebt al een goed afsluitbare pot met brandspiritus (alcool à brûler 90%) klaar staan die gevuld is met oude kurken of droge dennenappels van douglas. Als je er daar 2 van gebruikt krijg je een mooi vuurtje.
De pot kun je ook gebruiken om je open haard aan te maken. Heb je problemen met een goed vuur, pak dan even een windwaaier en dan is het zo gepiept. Als de houtkool goed brand ben je er bijna, wacht even dat ze grijswit zijn. Dan ie het vuur op z'n heetst en klaar om je côte de boeuf te grillen.
Zorg ook voor warme borden, wil als ik ergens een hekel aan heb dat je lekker zit te smikkelen, je vlees (enzo) koud wordt omdat je een koud bord hebt. 

Leg wat alu-folie klaar en heb je een kerntemperatuurmeter, heel handig voor zo'n mooi stuk vlees om te controleren of het van binnen wel de goeie temperatuur heeft.
Wrijf wat olijfolie over beide zijden van het vlees en leg het op het vuur. Neem een tang van een puntige vork en houdt het goed in de gaten. Draai niet te snel, het vlees moet dichtschroeien. Na een minuut van 5 draai je het om. Dan na een minuut of 3 controleer je de temperatuur van het vlees: voor rundvlees 48-50 ° C voor rare, 51-53 ° C voor medium-rare, 54-57 ° C voor medium en 63 ° C of hoger voor doorgebakken (dat laatste zou ik beslist niet doen). Deze temperaturen hebben alleen betrekking op de malse delen van het rund. Ben je bijna op je temperatuur, haal het vlees van de barbecue en leg het een minuut van 8 in alufolie. Als je een beetje doorgewinterd bent met het bakken of grillen, kun je met een vingerdruk al voelen hoe ver het vlees is. Als het vlees in de folie ligt, zou je een tweede stuk kunnen grillen, immers, je eet natuurlijk niet alleen. Het fijne van dat je achter elkaar grilt, dat je als je het 2e stuk in folie gaat doen, met het eerste kunt beginnen. Snijd het vlees in mooie plakken en geniet ervan.
Wat eten jullie erbij? Wij doen er graag maïskolven bij met sinaasappelboter en gepofte aardappel met zure room en kruidenboter. En een bak frisse salade, van alles wat met de lekkerste dressing.
En een toffe Malbec, die had ik al 3 uur voor het eten opengemaakt. 

29/100 Magret de Canard 
Ik geloof niet dat er in heel Frankrijk meer gegeten wordt dan iets van een eend:
eendenborst = magret de canard
de lever = le foie de canard
de poten = cuisses de canard
vlees van het karkas = viande de carcasse de canard
maagjes = gesiers de canard
de dunne filetjes = aiguillette de canard
het vet + graisse de canard voor de gebakken aardappeltjes: pomme Sarladaise
gerookte eendenborst of gedroogde eendenborst = magret de canard séché, enz. 
Het heeft allemaal zijn eigen smaak en bijzonderheden, maar ik wil graag beginnen met één van de mooiste delen: de eendenborst - magret de canard. Wie kent het niet, wie heeft het nog nooit gegeten, wie heeft het nooit in een restaurant op de kaart zien staan of in de supermarkt in de koelvakken zien liggen? Wij eten het graag en hebben het rond 2008 leren kennen tijdens een jaarmarkt in Montcléra met oude voertuigen. Uiteraard kwamen we ook voor de lunch en we aten een hele, gegrilde eendenborst met een gebakken tomaat voor € 8,00 p.p. met daarbij een plastic bekertje rode wijn tot de rand gevuld en een stuk brood. Onze dag kon niet meer stuk en aten het tijdens die zonovergoten dag in de stank en lawaai van de diesel of hout gestookte motoren om ons heen. Maar welke en waar koop je nou je eend? 
Wil je een tamme of juist wilde eend? Velen zweren bij de sterke smaak van wilde eend, maar wil je het wat toegankelijker maken en niet persé de hoofdrol in het gerecht geven? Ga dan voor tamme eend. Die zijn ook het meest gangbaar en je zult die boerderijen wel gezien hebben tijdens je rondritten door de regio. Deze zijn tevens (in tegenstelling tot de wilde variant) het hele jaar verkrijgbaar en is veel zachter van smaak. De wilde eend is daarentegen weer een stuk magerder.  Je koopt je eend natuurlijk bij de boertjes, 'vers van de pers' of je haalt het uit het koelvak bij de supermarkt. Kijk wel goed naar de data: wanneer verpakt en tot hoe lang houdbaar? En hoe ga je dat mooie stuk vlees nu uitbreiden?
In de oven? Bereid hem dan in z'n geheel en bak van eerder (gekruid met peper en zout) rondom aan in een pan, eerst op het vet, dat zorgt voor de nodige warmte. Zet de eend vervolgens in een op 220 graden voorverwarmde oven. Zet dan op tien minuten de oven op 180 graden en laat nog 5 minuten nagaren. Maar pas goed op dat je het niet té gaar laat worden, eet het vlees rood of rosé, het gaat naar de lever smaken. Laat het dan nog een paar minuten in alu-folie rusten en snijd het voorzichtig en met een scherp mes mooie tranches. Maak met de aanbaksels in de ovenschaal en pan een heerlijke jus. Gebruik een kernthermometer om de juiste temperatuur te meten, +/- 60 graden). 
Of In de pan? Kerf met een scherp mes ruitjes in het vet van ongeveer een halve centimeter diep. Kruid beide kanten met peper en zout en bak ze op hun vetrandje in een hete pan. Het toevoegen van vet is nu nog niet nodig omdat het vet van je eendenborst automatisch smelt. Draai het vuur laag wanneer het vet een stuk minder dik is geworden en mooi bruin kleurt. 
Je kunt tijdens het bakken vet over de eendenborst gieten, dat heet 
aroseren , doe dat iedere 2 minuten voordat je de borst omdraait. Draai de borst om als de vetrand bijna gesmolten is en laat nog een paar minuutjes naar smaak garen en gebruik hierbij een kernthermometer om de temperatuur te meten, of druk je met wijsvinger in het vlees, een beetje ervaren kok weet dan hoe ver het vlees dan is.
Of van de grill? Ook dan kun je het beste de eendenborst met het vet onder en in ruitjes gesneden in de pan voorbakken. Dat vuur in de barbecue of dat het vlees zwart aanbrandt, dat is beslist niet de bedoeling. Als je houtskool of vuur mooi grijs is met wat rode gloed erin, is het klaar om de bovenkant te grillen. Doe dat in het midden van de barbecue in een paar minuten. De hitte van het vuur zorgt ervoor dat het vlees direct dicht schroeit en alle smaken er in blijven. 

30/100 - Quarantaine versoepeld op elf mei 2022
 De coronacrisis in Frankrijk, waar na acht weken de quarantaineregels worden versoepeld. Er lag al een kaartje in onze bus. Van de burgemeester, hij kent alle 180 inwoners van ons dorp (bij naam). Bij zijn briefje zaten 2 mondkapjes. "Voor u en uw vrouw '', schreef hij." Zorg goed voor uzelf '', sloot hij af. Het was een kort briefje en toch was het ontroerend. In ons kleine Franse dorp deelt de burgemeester mondkapjes uit aan alle inwoners en hij wenst iedereen ook een goede gezondheid.  Dat getuigt van een politieke zorgzaamheid die je niet vaak meer ziet. De kapjes waren in een dorp verderop gemaakt, stond er nog bij. Voor de mensen om mij heen. Frankrijk laat zich dezer dagen sowieso van zijn solidaire kant zien. Kort voor de 2 mondkapjes in de brievenbus vielen, waren we zelf al op zoek gegaan.
En tevergeefs reserveerden we bij supermarkten: 'zodra ze zijn, ontvangt u een E-mail'.
Dus Berdien had er toen maar 6 gemaakt, verschillende kleuren en met neusklemmetje, anders beslaan je brillenglazen. Een vriendin uit de buurt maakte er vandaag ook 20 voor de gemeenschap, chapeau !! Jazeker, het bestaat nog niet. Mensen die iets doen voor een ander en er niets voor terug hoeven. Twee keer in één week werd ik geraakt door de gemeenschapszin op het Franse platteland. En met dat gevoel én een gloednieuw mondkapje kunnen we nu dus "beschermd" de winkel in lopen en weer bij de buren en vrienden op bezoek gaan. Vanaf vandaag worden dus in heel Frankrijk de quarantaineregels versoepeld.
Acht weken lang mocht je alleen naar buiten als er 'dwingende redenen' waren en moest je daarvoor ook nog een officieel document bij je hebben. In Frankrijk veranderen vanaf vandaag de regels, voor de duur van drie weken: De scholen gaan continu weer open, met kleinere klassen. Winkels mogen weer open, met uitzondering van cafés en restaurants. Fransen mogen vrij reizen in een straal van 100 kilometer rond hun huis. Het openbaar vervoer gaat weer rijden maar mondmaskers zijn er verplicht.
Bijeenkomsten (op straat) van meer dan 10 mensen zijn verboden. In ons dorp was het altijd al stil, nu was het acht weken muisstil. Het enige geluid kwam van de schapen van de boer verderop. En de vogels, vergeet de vogels niet, al vroeg hoorden we de nachtegaal, de koekoek en ook de wielewaal.
Door de rust? Ik denk het niet, ze waren er altijd, maar door diezelfde rust waren ze beter én langer hoorbaar. Niemand liep op straat. Contact met de buren ging via WhatsApp en over het hek, op de ene stiekeme bezoekje na tijdens een verjaardag !!
Wordt dat nu allemaal anders? Onze buren zullen weer gaan werken, de kinderen gaan weer naar school. De Fransen zijn er zelf niet gerust op. Uit een recent peiling blijkt dat 67 procent van de bevolking bang is. Ze zijn bang dat ze in het openbaar vervoer te dicht op elkaar zullen staan en dat hun kinderen op school al ravottend het virus gaan. Het heeft in Frankrijk geleid tot een hunkering naar 'het verloren paradijs', zoals dagblad Le Monde het omschreef. Toen de quarantaine begon maar liefst 200.000 Parijzenaars de drukke en overvolle verlaten. Ze namen hun intrek op het rustige platteland, bij familie of in een vakantiehuis: Frankrijk telt maar liefst 3,5 miljoen 'tweede huisjes'. De scholen waren toch dicht en werken kon vaak online. En nu moeten de mensen terug. Het Franse spoorbedrijf liet dit weekend zelfs extra treinen rijden, speciaal om alle gevluchte Parijzenaars weer op te halen. Straks gaan we er ook weer op uit, we missen de ritjes door de regio, het onverwachte bezoekje aan een vriend, vriendin, kennis, buur, de boeren en lotgenoten.
Maar we nemen onze voorzorgmaatregelen. De Franse overheid zegt: 'houd een meter afstand' en dat gaan we doen.  En als ik straks ons stille dorp verlaat en me weer in mensenmassa's moet begeven, wapen ik me met een masker.  Die van Berdien. Of die van de vrijwilligers uit het naastgelegen dorp? We hebben  keuze, gelukkig maar. Of ze helpen of niet, daar zijn de meningen nog sterk over verdeeld.
Geniet ervan beste vrienden en pas op je zelf !!

31/100 Confit de canard
Cuisse de canard is de bout van de mannelijke eend, geconfijte eendenpoot
Hij staat bekend om zijn krachtige smaak. De bouten bevatten een laag vet die veel smaak tijdens de bereiding. Het is lekker om de cuisse de canard ruim 4 uur te konfijten in de oven op 120 ° C. Konfijten betekent letterlijk 'garen in z'n eigen vet'. De laatste 20 minuten haalt u de eend uit z'n vet, zo krijgt de eend een krokant laagje. Het is goed te combineren met abrikozen, pruimen of appel.  Een eendenbout heeft van zichzelf al veel smaak dat het met een minimum aan kruiden te bereiden is.
Een andere methode is langzaam garen: de bouten worden met wat zout en een kruidenmengsel ingewreven. Vervolgens worden ze langzaam in het eigen eendenvet gegaard (maximaal 85 ° C). Vervolgens worden de bouten afgekoeld en in het eigen vet ingeblikt, of je doet ze in een glazen pot die je goed kan bewaren, waarnaar ze langer houdbaar zijn. Als de tijd komt dat je ze gaat eten kun je de bouten uit het vet halen en verder bereiden. Dat kan eenvoudig onder de gril (200 ° C, 8 tot 10 minuten), maar dezelfde tijd in de oven of in de koekenpan kan ook. Topproduct en heel handig om in huis te hebben voor onverwachte eters. Confit de canard is een specialiteit uit het zuidwesten van Frankrijk (Lot, Dordogne, Lot et Garonne) en wie ze heeft geproefd, zal ze nooit vergeten. De smaak is intens en typisch Frans. Ze staan ook regelmatig op het (dag) menu in de restaurants in onze buurt en als je ergens op visite bent, worden ze ook vaak gepresenteerd, want ze zijn gemakkelijk vooraf te bereiden. Botermals en tegelijkertijd krokant, het is misschien wel één van de lekkerste specialiteiten die ik ken. Dan weet je ongeveer hoe de smaak is.  Het is misschien één van de lekkerste specialiteiten die ik ken. Als je het nooit hebt bereid kun je het beste een keer blik kopen, die maak je open en verwarm je het in een pan of oven. Dan weet je ongeveer hoe de smaak is.
Eet het met pommes Sarladaise en gemengde salade, e
et smakelijk en geniet van de Franse keuken !!

32/100 Stop, politie !!
Het is al weer een tijdje geleden, we kregen gasten uit Engeland. Ze kwamen met een Landrover Discovery, stoere auto.
Ze arriveerden twee uur later dan we hadden afgesproken, maar dat gebeurt wel vaker. Langere stops, moe, lekker lunchen onderweg, er zijn tal van redenen dat gasten later aankomen. Maar zij niet, het was de auto. "Verschrikkelijk" zei ze wat een kl*te rit was dat. De auto liet het constant afweten.

"Vertel", zeiden we, maar eerst aan kennis maken met een flesje bubbels. Berdien had er een quiche blue bij gemaakt en de mensen kwamen wat tot rust. Toen kwam het verhaal: iedere vijf minuten moest ze aan de kant van de weg stoppen omdat de motor afsloeg. Dus ze bleven altijd rechts rijden, om snel naar de vluchtstrook te gaan. Dan even wachten en opnieuw starten en de auto reed weer. Dat begon zo ' n 200 km boven ons, zo bij Limoges. Naar de garage gaan hadden ze geen zin in, ze wilden naar hun vakantiehuis en dan verder zien. De auto was in Engeland én in de NL naar de garage geweest voor hetzelfde euvel, hij had al meer dan € 1.500,00 uitgegeven aan reparaties en was nu boos dat dat allemaal niet had geholpen, het probleem kwam weer terug. Maar goed, de gasten kwamen wat bij en hebben de auto uitgepakt en zich geïnstalleerd, ze zouden een goeie week blijven. Ik heb de volgende dag direct met een kennis gebeld, die in de buurt een garage heeft, een Nederlander. "Ja", zegt ie, "kom maar langs, dan kijk ik wel". In de eerste instantie kon ie niets vinden, maar eindelijk op dag 5 belde hij op en zei dat ie dacht dat het aan de filter van de benzine zou kunnen liggen. Die van in de motor of in de benzinetank. Als die verstopt zit, krijgt de motor geen diesel, dus dan kapt ie ermee. "Maar welke dan", vroegen wij en de monteur gaf aan dat ie bijna zeker wist dat het die van de tank was. Die had ie niet in huis en zou hem morgen, de 6e dag dat de mensen bij ons waren, bestellen. Nou weet ik dat die onderdelen soms snel geleverd worden bij de garages, maar bij langer navragen zou het onderdeel pas maandag bij hem binnenkomen en moest hij het nog plaatsen. En op maandag was ie vrij, dus het zou dinsdag worden voordat ie er aan kon beginnen. Ik zei dat de mensen zaterdag maar uiterlijk zondag weer verder trokken en of dat niet sneller kon. Neen, helaas. Maar toen vroeg ik: kunnen we het onderdeel dan niet ergens ophalen? Ja, dat kan het beste, in Brive. Dat is 100 km boven ons, een uur rijden. Het was nu 2 uur in de middag en na veel gebel en overleg besloten we om dat onderdeel te gaan halen. Uurtje heen, het onderdeel halen, uurtje terug, we zouden dan rond 5 uur in de namiddag terug kunnen zijn. Dat ging net, want dan kon ie het nog dezelfde avond installeren. Zo gezegd zo gedaan, het was prachtig weer dus ik maakte de Cabrio 308 CC klaar om te vertrekken en als een speer vertrokken we richting Brive, een half uur binnendoor en een half uur over de snelweg. Bekend terrein voor ons, want die weg hadden we al tientallen keren gereden. Het onderdeel lag gelukkig klaar, betalen en als een speer terug. We waren best ingetogen, de zon op onze bol en de radio hard aan suisden we langs iedereen die ons al hadden zien aankomen in hun spiegels. Totdat er een voertuig wel heel snel achter ons aankwam, één voertuig? Neen, het waren 2 motoren met motormuizen erop. Het blauwe zwaailicht werd steeds duidelijker en ik nam natuurlijk gelijk gas terug om rond de 130 km te blijven hangen, "misschien dat ze onderweg waren om naar een ongeluk te gaan" zei ik nog. Maar helaas, 1 motor bleef achter ons hangen en de 2e ging naast ons rijden met een gebiedende wijsvinger dat we hem moesten volgen. Tja, dat deed we natuurlijk en na een paar kilometer sloegen we af en stond bij een parkeerplaats een politiebusje met 2 agenten ernaast. We werden keurig afgeleverd, in snel Frans werden de agenten verteld waar het om ging en zoefff weg waren ze, speurend naar een nieuw slachtoffer.
We kregen een berisping voor het te snel rijden want je mag maar 130 op de snelweg, ja dat wist ik. Toen het rijbewijs, die is Nederlands en ik reed in een auto met Frans kenteken. Waarom heeft u geen Frans rijbewijs meneertje? En waarom werd er zo hard gereden meneertje? Ik vertelde dat ik een vakantiehuis heb en dat we gasten hadden die de volgende dag zouden vertrekken en dat hun auto kapot was en dat we naar Brive moesten om een onderdeel te halen en dat die dan' s avonds nog gerepareerd kon worden. "Laat dat onderdeel dan eens zien dan", zei ze. Die pakte ik, met de factuur, waar ook op stond hoe laat we dat ding net hadden betaald. Maar het was geen excuus om daarom zo hard te rijden, we brachten onszelf maar ook anderen in gevaar, dus we kregen toch een bekeuring omdat we 30 km te hard hadden gereden en daarmee zou ie ons ook nog matsen. Ik geloof dat we 170 reden ofzo, ik weet het niet meer. Maar goed, alles werd genoteerd en ik zou de bekeuring netjes per post én per E-mail krijgen. Ik was er niet boos om, daar konden die agenten ook niets aan doen, maar ik was heel beleefd voor mijn doen en gaf de agenten nog een hand met de mededeling dat ze gelijk hadden en ik het niet meer zou doen. Net een schooljongen die in de hoek had gestaan. Maar het was pech, zonde van de centen, maar daarna reden we "snel" weer door en kwamen om kwart over 6 bij de garage aan en de monteur stond al te wachten om het onderdeel te plaatsen, te testen en dan konden we de auto de volgende dag weer ophalen. Dus zaterdagmorgen terug naar de garage en warempel, wat de Engelse en Nederlandse garages niet was gelukt, was hem wel gelukt. Het oude filter in of bij de tank zat helemaal verstopt en was aan vervanging toe. Hij had een testrit gemaakt en alles goed bevonden. Wat een geluk, de gast was zeer tevreden en de monteur kreeg nog een leuke fooi en wij weer naar huis. De gasten vertrokken in het begin van de middag naar het zuiden waar ze ook nog een huis hadden gehuurd. En ik, ik wacht nog steeds op de E-mail, op de bekeuring, die wel € 250,00 zou kunnen zijn.  De gasten zouden mij die terug betalen, mooi, maar wat een geregel de laatste week en toch een beetje stress.   Tot nu toe heb ik nooit een E-mail gehad en op mijn adres in NL is nooit een brief binnengekomen met die boete. Ik ben daar zeer verbaasd over, ik heb die lui toch duidelijk alles zien opschrijven, adres in NL en LDF, E-mail, telefoonnummer, kenteken, rijbewijsnummer. Maar ik denk nu dat zij een hand over hun hart hebben gestreken en met het bewijs van het onderdeel en mijn beleefdheid hebben ze misschien wel die bekeuring niet door laten gaan, of verscheurd, of ze bewaren die als ik nog een keer in de fout ga. Maar ik zeg je wel, houd je aan de snelheid, ze staan achter de bosjes als er al geen flitsapparaat langs de weg staat en echt, in de tijd maakt het niet zoveel uit, je auto slurpt meer, je moet dus vaker tanken en de tijd dat je langs de weg staande wordt gehouden tikt ook aardig aan.
Beste vrienden, geniet van je bewegingsvrijheid en wees aardig voor de politie!! 

33/100 Het leed dat hooikoorts heet
Wie kent het niet, je hebt het zelf of iemand in je nabije omgeving heeft het. Iemand heeft mij gevraagd daar iets over te schrijven, vooral nu met dat kI * te virus. En als je toch het gras maait, doe dat corona mondkapje voor, het helpt zeker. Ik heb zo'n blauw snuif apparaat, die inhaleer je zodat je longen zich verbreden en je veel minder last hebt van kortademigheid. Draag een zonnebril als je buiten bent. Het liefst één die goed om je ogen heen sluit. Dit beschermt je ogen tegen stuifmeel. Breng ook wat crème van vaseline aan rond je neus als je naar buiten gaat. Was vaak je handen, maar dat doe je al ivm het virus. Open je ramen waar geen wind op staat of zet er (antipollen) horren voor.
Eén op de vijf mensen heeft last van een allergie, zoals hooikoorts. Ik had het ook heel ernstig, maar ik ben er gelukkig grotendeels ervan af.
Het is nu weer de tijd, het gras staat hoog, het is droog, de wind transporteert kleine deeltjes stuifmeel / stof / pollen en je ziet af en toe een laag stuifmeel uit de bomen komen, vooral uit de coniferen, waar je allergisch voor bent. Als je voornamelijk allergisch bent voor gras, moet je dus niet in een pas gemaaid grasveld gaan wandelen. Of zelf het gras gaan maaien!
Lucht je huis 's morgens of 's avonds of na na een regenbui. 
Dan is er minder stuifmeel in de lucht. Pas in het auto op met het ventilatiesysteem. Hierdoor kan het stuifmeel naar binnen komen. Was je haar vaker en borstel het vóór het slapen gaan, buiten dan. De pollen komen dan niet op je hoofdkussen terecht. Als je weet dat je de hele dag tussen de pollen hebt gelopen, doe dan direct je kleding in de was. Neem ook een douche voordat je gaat slapen. Ze zeggen dat regelmatig stofzuigen ook helpen om je slaapkamer pollenvrij te houden, maar het stuifmeel is zo klein dat de kans bestaat dat die weer de kamer in gejaagd wordt. Een speciale stofzuiger die door het Astmafonds wordt bedoeld is de Dyson, niet goedkoop, maar als het je leven een stuk prettiger maakt, waarom je die dan nog niet hebt? Heb je jeuk aan je ogen, wrijf dan niet. Stuifmeel die aan je handen zitten, kun je zo overbrengen en de pollen sterven in je wimpers en wenkbrauwen zitten wrijf je je ogen in. Je kunt de irritatie verminderen door een vochtig washandje op je ogen te leggen of je ogen te spoelen met water. Ook het druppelen brengt verlichting. Een oude wijsheid is door dagelijks een theelepel honing je thee te doen, heerlijk zelfs, of neem een hap honing als je opstaat. Op de markt is altijd wel iemand die zelfgemaakte verkoopt. In honing zitten namelijk vaak kleine hoeveelheden pollen !! Hooikoortsklachten kunnen bestreden worden met antihistaminica. Deze blokkering van de werking van histamine, een stof die bij een allergische reactie in het lichaam vrijkomt. Tegenwoordig zijn veel geneesmiddelen tegen hooikoorts vrij verkrijgbaar bij de drogist en apotheek. Soms zijn er meerdere middelen nodig om alle klachten aan te pakken. Bijvoorbeeld het ene middel om de verstopte neus te behandelen en naast een ander middel om de jeuk in het ogen te voorkomen. Tabletten werken in het hele lichaam tegen alle hooikoortsklachten en werken meestal 24 uur lang. Ze werken niet alleen tegen de klachten in de neus en ogen,  maar ook tegen benauwdheid en het algehele lamlendige gevoel dat je hebt bij hooikoorts. Neussprays werken tegen de klachten in de neus en de ogen, zoals niesbuien, loopneus en tranende, branderige ogen. Oogdruppels werken effectief bij hooikoortsklachten in de ogen. Nou, kunnen we hiermee de zomer zonder extra veel klachten door? Geniet ervan en zorg dat je altijd de middelen in huis hebt, of in je auto als je onderweg bent. Het is niet besmettelijk, maar met de huidige crisis zijn we tegenwoordig wel angstig met iemand die de hele tijd loopt te niezen. Geniet van je vrijheid en maak lange wandelingen, de natuur is prachtig nu en het wild is minder schichtig.

34/100 IJskoffie
Het is koude melk met daarbovenop een crème-achtige koffielaag. Het is super makkelijk om te maken en ik vind het vooral een heerlijk zomerdrankje. Het is heel simpel. Het enige wat je nodig hebt is melk, oploskoffie en suiker. In nog geen 5 minuten je de lekkerste ijskoffie.
Ingrediënten voor 1 glas: 
3 theelepels oploskoffie
2 eetlepels water (alleen als je oploskoffie gebruikt)
2 theelepels suiker (naar smaak)
150 ml koude volle melk
ijsklontjes
hoog glas (en een rietje) hoog glas kunt ook een scheutje Amaretto door de melk roeren en voor verwende kwasten een dotje slagroom met caramel op de ijskoffie als die klaar is, ook heel lekker.
1. Meng de oploskoffie met de suiker en het water.
Mix dit met een garde of mixer totdat er een crème ontstaat. Wij gebruiken zelf koffie in poedervorm, wanneer je grove korrels hebt, kan je beter heet water gebruiken, dan lossen ze beter op.
2. Doe de ijsklontjes in een groot glas en giet de melk erover. Voeg de koffiecrème toe.
Zelfs doorroeren en dan genieten ..

35/100 Bronnen van wijnvreugde
1. Een verstandig onthouder drinkt af en toe een glaasje ...
2. Een dominee heeft ooit gezegd: 'wijn is de vijand van de mens', maar in de bijbel staat geschreven: 'min ook uw vijand ', intens!
3. De wijnstok brengt meer druiven voort wanneer hij jong is, maar betere wanneer hij oud is.
4. Er zijn meer oude wijndrinkers dan oude artsen ...
5. Drink water als een os en wijn als een koning.
6. Het is vrijdag, tijd om een held te zijn en wat wijn te rood die in de fles zit.
7. De wijn is van de dranken de nuttigste; van de geneesmiddelen de smakelijkste en van de aangenaamste voedingsmiddelen.

36/100 Begroeting en afscheid
Het is soms heel verwarrend, voor ons dan, want wat als je elkaar nou 's morgens, ' s middags of 's avonds ontmoet: het kan allemaal met één woord of met een apart woord, hieronder lees je er iets meer van. 
allô (of allo ) als ze de telefoon opnemen. Ons hallo wordt in het Frans salut of bonjour .
Salut komt oorspronkelijk uit het Latijn en betekent eigenlijk heil.
Het kan in de informele omgangstaal zowel bij begroeting als bij afscheid gebruikt worden 
: hoi !, doei = salut !!
Als de buren bij ons op bezoek komen wordt al op een afstand 
"coucou" geroepen, dat doen ze ook als ze ons een bericht sturen via whatsapp ofzo: à plus. Goedemorgen en goedemiddag bij begroeting wordt ook gewoon vertaald met bonjour. Goedenavond is bonsoir , zowel bij begroeting als bij afscheid.
Wens je iemand nog een prettige dag, middag of avond, dan zeg je: bonne (fin de) journée, bon après-midi en bonne (fin de) soirée.
Welterusten is bonne nuit , eventueel aangevuld met: fais de beaux rêves! droom maar lekker!)
Dag in de betekenis tot ziens is natuurlijk au revoir. 
Vaak hoor je ook een afkorting van à plus tard: tot later.
Bientôt, à tout à l'heure, à tantôt betekenen tot spoedig, tot zo van tot straks.
Je kunt vanzelfsprekend tot morgen zeggen: à demain of à dimanche als dat zo uitkomt. 
Adieu (lett. tot bij God ) is.
Hetzelfde bonjour kan, vreemd genoeg, ook een tegenovergestelde betekenis hebben: als je bijvoorbeeld een uitdrukking hoort als "Bonjour la confiance!"  dan betekent dat juist dat er geen vertrouwen meer is: "Vertrouw je me soms niet?"

37/100 Samen koken in Frankrijk
Dit keer laat ik het woord aan een NLse plaatsgenoot, die voor zijn werk 3 dagen bij ons was en 4 dagen bijboekte. Ontspannen koken, zonovergoten genieten en gezellig samen op pad: dé locatie voor een culinaire vriendenreis om je vingers bij af te likken.
Verslaggever John van der Rest nam een kijkje in de keuken van 
Vincent en Berdien.
In het groene heuvelland van het Franse departement Lot ligt "Résidence Le Magnolia". 'Pas op meiden, een journalist; vanaf nu alleen nog maar nette grapjes maken! '
De sfeer zit er goed in als ik op een zonnige septemberochtend de keuken van Le Magnolia binnenstap. Er wordt gehakt, gesneden, geroerd en veel gelachen. Onder begeleiding van gastvrouw en chefkok Berdien kookt een groepje vriendinnen deze week Mediterraans. Geuren van sinaasappel, bradend vlees en verse rozemarijn doen me nu al watertanden. Hoe laat gaan we aan tafel ?? Eerst leidt Vincent me rond door het uit natuursteen en glasrokken landhuis: hout en warme tinten geven de gastenkamers en salons met schouw de juiste stam. We wandelen over het landgoed.
De twee hectare grote parktuin met boomgaard, bos, vijvers en zwembad ademt de sfeer van het groene Zuidwest-Franse platteland. De middelgrote plek in huis is natuurlijk de keuken. Je kookt met uitzicht op de cour, de zonnige binnenplaats waar een sfeervol gedekte tafel wacht op het vaste ritueel van het klinken van de glazen en de presentatie, door trotse koks, van de culinaire resultaten van die dag.
Kookgast Christine: 'Alleen al het neuzen in die oude spulletjes is superleuk. '
Anderen buiken uit aan het zwembad met een goed boek van een middagdutje onder de ruisende sparren achter op het landgoed. Hier spot je met wat geluk in de avondschemering reeën of herten, terwijl de zon als een rode bol langzaam achter de bomen wegzakt en een schaarse wolk in vuur en vlam zet. Samen ontmoeting met het duister daalt stilte over de tuin. Vleermuizen scheren boven onze hoofden. Vincent ontsteekt een kampvuur. Onder een heldere sterrenhemel klinken opnieuw proostende glazen en genieten van de restanten van het middagmaal.
Christine met een vette knipoog: 'Zaterdag beginnen we met de Ahornsiroop vastenkuur'. Berdien: 'Iemand zei eens: we zijn vijf kilo aangekomen van het eten en zes kilo afgevallen van het lachen'. 

Vincent deelt stukjes Cabécou uit, een lokaal kaasje. 'Pwah, wat stinkt t'ie.'
Door als groep iets te gaan doen, leer je elkaar beter kennen.
Keukengeheimen 
Terug in de keuken de volgende dag sluit ik me aan bij de vrolijke dames, die hier al een paar dagen vertoeven. 'Oh, maak je foto's?  Kunnen we zo in de Elle Eten! Wat is dit een leuke keuken om te koken. 'Waar is die handige pepermolen? ' 'Proef eens? Zooo, da's lekker! ' Tussen de bedrijven door vertellen de vriendinnen waarom ze voor deze vakantie kozen. Christine: 'Wij koken graag en combineren dat liefst met een zonnige vakantie op het platteland.
Bergerac is maar anderhalf uur vliegen vanaf Schiphol en met een huurauto hebben we hier alle vrijheid '. Els: 'Wij zijn geen strand- en zwembadtypes en ontdekken graag de omgeving. Zo heb je hier op een steenworp afstand van het oude stadje Les Arques, met prachtige beelden van de kunstenaar Zadkine en iets verderop het pelgrimsoord Rocamadour. Je kunt ook heerlijk shoppen in Cahors. En dat allemaal onder een strakblauwe lucht, geweldig! '' Berdien, hoeveel witte wijn moet bij de Risotto?
Berdien houdt ondertussen in alle rust overzicht over het culinaire proces. Ze is in de keuken duidelijk in haar element, heeft mensenkennis en gevoel voor humor. Als selfmade kok met jarenlange ervaring in catering en het verzorgen van culinaire workshops, blijkt ze een natuurtalent in het koken met groepen. Wie denkt dat je deze dagen alleen Franse gerechten kookt, zo'n vijf per dag, heeft het mis.
Berdien en Vincent, ook een ervaren kok, hebben de keukengeheimen uit allerlei van de wereld in de vingers: Afrikaans, Australisch, Russisch, Zuid Amerikaans, Thaïs, Frans, Italiaans, Spaans, etc. .... wow, uit maar liefst 34 landen !!
Geef voor vertrek gewoon door wat je wilt leren. Frans koken is hier natuurlijk wel extra aantrekkelijk.
Berdien: 'We nemen gasten graag mee naar boerenmarkten in de dorpjes hier in de buurt. Daar zie je een deel van de ingrediënten uitgestald en ontmoet je bijvoorbeeld de eendenfokker, kaasmaker en groenteteler die voor ons produceren. Weten waar je ingrediënten vandaan komen, maakt koken nog leuker. 'Vincent serveert tussendoor koffie, tafel en schenkt tegen het einde van de kooksessie een Ricard in, een typisch Frans aperitief. Mijn eetlust is dan al flink gewekt. De geuren van de langzaam garende magret de canard à l'orange (eendenborst met sinaasappelsaus), risotto, quiche de roquefort (eitaart met blauwe kaas) en een blik op de afkoelende clafoutis de cerises (kersentaart) doet mijn maag al rommelen. Tussen maart en december is het prima vertoeven op Le Magnolia. De ergste warmte is in juli en half augustus. Vincent: 'Alle seizoenen hebben hier hun charme: het voorjaar met de frisheid van ontluikende fruitbloesems, de zomer met boerenmarkten, fietstochten door de bossen en koele rosé op een terras. De herfst brengt wild op het menu en kleurenpracht in de bomen. Voor onze vriendinnenclub was dit vakantie ideaal. Vergeet de winter niet met een heerlijk haardvuur, spelletjes en een glas Cahors (Malbec) na een stevige wandeling. We kijken terug op leerzame, rustgevende en gezellige dagen. Els: 'Berdien en Vincent creëren een gevoel van samenzijn. Dat maakt de plek en de mensen snel vertrouwd.'
Christine:' We zijn niet snel tevreden. We leerden nieuwe gerechten koken, genoten van lekker eten, goede wijn en boeiende mensen en gingen er samen veel op uit.
Helemaal top! '' Het vuur knettert. Vonken beschrijving in het koele duister van de nacht. Gezichten lichten op in het schijnsel van de vlammen die ons verwarmen. De wijn vloeit. Het gesprek verdiept zich. 
We praten over de kwetsbaarheid van het leven; over ouders, kinderen en relaties. Niets hoeft, niets is geforceerd. Het is pure interesse, het delen van levenservaringen en jezelf durven zijn bij je vrienden en bij mensen die je in korte tijd leerde vertrouwen. De volgende ochtend zwaaien Berdien, Vincent en ik de vriendinnen uit. Het licht van de in nevelen opkomende zon glijdt als een gouden deken over het dal voor het huis. Christine: 'Het lijkt Villa Felderhof wel!' Het heeft iets bijzonders, samen reizen met vrienden; meer dan 'leuk en gezellig'. Door als groep iets te gaan doen, leer je elkaar beter kennen. Samen je weg zoeken verbroedert; net als samen genieten, lachen en soms ook afzien.
Koken op Le Magnolia past helemaal in dit plaatje, behalve het afzien dan. Ook ik kan nu volmondig beamen wat elke kok en levensgenieter weet: liefde gaat door de maag; ook tussen vriendinnen.
Door John van de Rest travel with friends

38/100 Samenwerken
Het was augustus 2019, onderweg naar Montcabrier.
Komt een auto ons tegemoet met knipperende lichten, daarachter eentje met alarmlichten. Politiecontrole??, schiet er door mijn hoofd. Ik geef wat gas terug. En opeens staan we achter een stilstaande auto met knipperlichten aan die moest wachten op een boom die aan het oversteken was. Oversteken (op de fiets) ... nee, hij was omgevallen, midden op de weg. Finaal onderaan afgebroken, terwijl er een meterslange kruin aan zat. J & J reden al terug, Berdien claxoneerde ... van HO STOP!
Ik was al uitgestapt en aan de andere kant begonnen mensen al aan de boom te trekken. Had geen zin, hij was loei zwaar. Wat nu ... omrijden via Goujounac? Neehhh, zonde van de tijd. Iemand riep: 
"Hé Vincent, heb jij je sleepkabel bij je?" Ik riep: "nee, á la main !!"
Een Francofiel probeerde de achterkant aan de stam de boom op te tillen, dat lukte natuurlijk niet. Er kwamen meer kerels, ze begonnen al losse takken weg te halen. Geweldig, dus we waren nu bezig om de boom met de hand naar de zijkant te slepen. Zou dat lukken?
Ja ... jawel, de boom begon al te bewegen. Ik denk met 10 - 12 man sleepten we te boom de weg over. Echter nu konden we wel doorrijden, maar één weghelft was nog vol takken die nog aan de boom vastzaten. En ja hoor, een stel doorzetters trokken ook die takken omhoog en verdomd, de boom rolde op z'n zij en het hele geval lag in de berm. Het verkeer kon weer doorgaan.
Mijn witte broek was nog schoon genoeg en handen wassen kun je overal doen. Dus toen, na een oponthoud van nog geen 10 minuten, konden we onze weg vervolgen.
Aard van dit verhaal: samenwerken met een stel doordouwers van verschillende nationaliteiten, er werd niet geroepen, er werd niet gecommandeerd, we deden allemaal alsof we dit al eerder samen hadden gedaan. Geweldige ervaring was dit weer.
Geniet van de vrijheid, ik merk wel dat het overal een stuk drukker wordt.

39/100 Hoe leuk kan het zijn?
Het was 8 augustus 2019 en zijn we naar de "Lot of Saveurs" geweest in Calamane. Daar was een avond-eet-markt oftewel een marché gourmand.
Geen bekenden gezien, alhoewel ... een Engels echtpaar die we wel eens tegen zijn gekomen en die daar in de buurt woont.We waren er vrij vroeg, 18.30 uur en alle tafels waren nog leeg. Dus we kozen een tafeltje van 6 op het einde van de rij en aan het begin van de markt.Eerst maar eens kijken wat het aanbod was: 4 biertjes van de tap; 2 wijnboertjes; 2 eendeboertjes; bakker die ook lekkere taartjes en "amandines" (amandelstengel met merenque) bij zich had; bio-ijs; macarons (hele mooie); salade boertje met een mooi vinaigrette; boertje met lamsvlees. Ik nam een biertje van de tap en Berdien een fles bio witte wijn. De laatste niet goedkoop, maar dat waren we wel gewend als je een lekkere witte wijn koopt.
Terug aan onze tafel begint het al aardig vol te lopen.
Er liepen 2 dames langs en ze vroegen of ze bij ons mochten zitten. Geen probleem, normaal gaan we met onze gasten, of buren, of vrienden, of allemaal, maar nu waren we alleen en klaar voor een nieuw Frans contact. Ondertussen was door plaatsgebrek links van mij een echtpaar op de stenen rand van het bruggetje gaan zitten, met hun wijntjes op de muur en bord in de hand. Ik heb daar een foto van gemaakt. De dame zag het en vertelde het aan haar partner. De dames hadden een frisje en een kant-en-klaar stokbroodje gekocht en al gauw kwamen papieren op tafel en werd er hevig gediscussieerd.
Berdien vroeg of ze een evenement aan het organiseren waren. Jaha, hoe weet je dat? Dat was nogal duidelijk. Maar goed, we hebben ze maar met rust gelaten maar kregen nog wel even de folder aangereikt van het dorpsfeest in Gigouzac van augustus. Op een gegeven moment worden de papieren ingepakt, het broodje was op en het laatste slokje werd naar binnen gegooid en vertrokken de dames. À bientôt werd er nog geroepen en we zaten weer met ons tweetjes. Maar niet lang, het echtpaar op de rand van de brug grepen hun kans en kwamen bij ons zitten. Waren we weer met ons viertjes. Zij komt uit Spanje en hij uit Duitsland en hadden samen in Zuid Spanje een crêche en waren naar het noorden getrokken om het Franse land te ontdekken. We raakten al gauw aan de praat: in het Duits, Frans en Engels door elkaar en het klikte gelijk. Even later kwam er een Frans echtpaar aanzitten, die nét onder Parijs wonen. Ook zij werden in de gesprekken meegezogen en al snel ging de fles van links naar rechts en van voren naar achteren. Bijhalen was voor niemand een probleem en al snel stond het muurtje met een aantal lege flessen het tafeltje van de 6 internationale gasten in de gaten te houden. Arne, de Spaans-Duitser ging vlees halen om te barbecuen, het bleef gezellig. Na een kwartiertje kwam hij terug en had voor iedereen 2 lamskoteletten meegenomen. Berdien pakte haar pot ravigotte saus uit de koeltas en vol bewondering ging die ook de tafel rond en en was al snel leeg. Toen pakte ik 2 potjes met de lekkerste kruidenboter en iedereen zat te smullen en te smikkelen. O, o , o wat was het gezellig. Op het laatst nog 2 stokbroodjes gehaald met 2 amandines, maar omdat het afgelopen was (we waren de laatste gasten) kregen we er nog 3 amandines gratis bij! Ik heb Arne nog de foto geappt van toen hij en zijn vrouw op het bruggetje zaten en adressen werden uitgewisseld. Dat gebeurt wel vaker, een tweede contact komt nauwelijks voor, maar je weet het maar nooit. Later vertelde we dit verhaal aan een bekende lotgenoot en die begon te grinniken, die mensen waren bij hem te gast geweest!
Wat een verhaal hè beste vrienden, maar zo zie je als je eens een keer naar een andere, onbekende avondmarkt gaat, je nooit weet wie je tegen het lijf loopt.  Geniet van alles, de vrijheid, de regio, de vakantie, je gasten, familie, de zon en zorg voor afstand !!

40/100 Vrienden voor het leven
Het was rond het jaar 2000 dat we met de caravan van de kust van Spanje terug naar het noorden reden en na 5 weken eindelijk weer op ons plekje aan de Dordogne bij st. Julien de Lampon neerstreken. Gelukkig hadden we gereserveerd, want het was altijd best druk op die openbare camping "Les Ombrages" aan de rivier. We stonden dan ook pal aan het water.
We waren amper klaar en kwam er een Nederlandse auto naast ons staan, vader - moeder en 2 zonen stapten uit en begonnen een enorme Dewaard tent op te zetten. Leuk om te zien, wij zaten al aan de wijn, de kinderen waren pootje aan het baden en steentjes over het water aan het "schufelen".
Even goeie dag gezegd, neen... hulp hadden ze niet nodig.
De tent stond al snel en er werd "rap een hap" bereid en tegen 21.00 uur hoorde ik de rits al dicht gaan. Wow, die moeten de hele dag in de auto hebben gezeten naar dit mooie plekje bij de brug.
Wij hebben nog heerlijk van de avondzon genoten, de kinderen gingen toen het donker werd hun tentje in en wij hebben nog naar de avondgeluiden zitten luisteren en genoten van de eerste Franse avond dat jaar.  De volgende morgen scheen de zon alweer, lekker uitgeslapen en de auto van de buren stond er niet.  Zeker naar de bakker of super, maar we hebben ze de hele dag niet gezien, totdat ze rond 19.00 uur terug kwamen, kookten en weer vroeg naar bed gingen. Amper een woord gewisseld. Dat ging zo nog 3 dagen door. Wij dachten, ooo die zijn kastelen aan het kijken, wat een actieve mensen !!
Maar de 5 dag kwamen ze rond 14.00 uur heel opgetogen terug en de rits ging open, stoeltjes naar buiten en "plop" zei de fles. Ik maakte gelijk de opmerking zoiets van: "en ... hebben jullie het huis gekocht?" Huh, hoe weten jullie dat? Tja, zeiden we, dat zat er wel in, dagen achter elkaar de camping af en opeens blije gezichten en die fles bubbels.  En ja hoor, ze hadden op de berg in Souillac een huis gekocht, daar mochten ze na 6 of 7 maanden al in.
De dagen daarna aten we samen aan een lange tafel en de dames kookten samen het eten en de mannen haalden hout om een groot kampvuur aan de oever te maken. Echt heel gaaf. Maar aan alle leuke dingen komen een eind en ze zwaaiden ons nog na met de woorden, jullie moeten ons eens een keertje opzoeken!  Dat hebben we geprobeerd, in 2004 hebben we ze gezocht, we hebben de hele godvergeten berg van Souillac afgezocht en gevraagd naar "les Hollandais". Maar niemand kende hun en niemand kon ons verder helpen. Hele middag naar gort en toen zijn we maar boodschappen gaan doen bij Leclerc. Karretje vol voedsel voor de komende dagen. Bij de kassa een lange rij, pffff totdat opeens iemand achter Berdien aan haar haren trok en riep:  "Jij ook hier blondje?". Wat krijgen we nou, potverdrie, riepen we allebei uit, de hele middag naar jullie op zoek en sta je achter ons bij één van de 10 rijen bij de kassa! Om een lang verhaal kort te maken, het weerzien was geweldig en tot op de dag van vandaag zijn we vrienden voor het leven.

We hebben de jongens backgammon leren spelen, we hebben kanotochten gemaakt, van de steilste glijbaan gegaan, ettelijke etentjes bij elkaar en zij waren ook de eersten die tijdens de aankoop van ons huis bij ons waren. Zelfs tijdens verjaardag een reünie - lunch gedaan met ons viertjes op een lege camping "les Ombrages" met het eten van het restaurant om de hoek.  Zo kan het leven gaan, als ze 2 plaatsen verderop hadden gestaan hadden we nooit iets van ze geweten.  Geniet van alle vriendschappen, vooral nu.

41/100 Crêpes
Jongens, aan tafel, de pannenkoeken zijn klaar !!!!
We stormen de keuken binnen er staat een dampende toren van pannenkoeken midden op tafel. Met daarnaast een schaal met gebakken appeltjes, gebakken spekjes, boter, appelstroop, pannenkoekenstroop, gember, plakjes kaas, plakjes banaan, pot suiker en weet ik allemaal meer.
Het waren heerlijke tijden en het maakte niet uit wanneer, zomers, 's winters, in de herfst of in de lente: pannenkoeken eten was altijd een feestje.
En het is zo simpel, alhoewel, tegenwoordig worden de pannenkoeken per stuk bereid, met de ingrediënten er al in, eerst de spek bakken, dan het beslag erover en dan laagjes cheese die dan lekker gaat smelten. Hmmmm. Een pannenkoek bestaat uit 
meeleieren, melk en wat zout, dat in een koekenpan met verhitte vetstof wordt gebakken. Hoewel tegenwoordig ook andere bestaan, werd een pannenkoek oorspronkelijk van half boekweitmeel en half tarwemeel gebakken. Sommigen maken een kunst van het omdraaien van een pannenkoek en werpen de pannenkoek vanuit de pan omhoog om hem weer omgedraaid in de pan terug te vangen. Pannenkoeken worden vaak opgerold of opgeplooid gegeten met zoete of hartige vulling. Men kan ze zowel warm als koud eten.
Is dat typisch Hollands (Nederlands tegenwoordig)?
Ik denk het wel, want als je de buren uitnodigt om pannenkoeken te komen eten, zijn ze allemaal verrast door de dikke laag beslag waar de koek van gemaakt wordt.
De bloem die je hiervoor gebruikt is normaliter tarwebloem, maar kan ook van haver of speltmeel gemaakt worden. Als er maar een eitje in gaat en wat zout. nog wat kan worden gevuld, van kersen met room tot zalm en kaviaar. Zo kennen we de American pancakes, klein, dik, rond met alles erop en eraan, vooral zoet en je serveert ze bij een brunch, als ontbijt of als nagerechten het zuiden van het 
Duitsland zijn Pfannkuchen bekend. Ze zijn fijner dan de gangbare pannenkoeken en worden in Oostenrijk Palatschinken, in Tsjechië en Slowakije palačinky, in Hongarije palacsintaen in Roemenië plăcintă genoemd.
De 
okonomiyaki is een Japanse pannenkoek.
Een 
wrap is een opgerolde pannenkoek met vulling van Mexicaanse oorsprong.
In Frankrijk hebben we de crêpe, (galettes en tourtous).
Ja wie kent die niet. Dat is eigenlijk net zo gewoon als op de hoek een frietje halen.
Eigenlijk is de crêpe geen pannenkoek, maar een flensje.
Een crêpe wordt zo "natuur" mogelijk gegeten, ze kosten bij een braderie ook maar één euro, of 2, maar dan krijg je een schep Nutella overheen. Bij de avondmarkten staat er altijd een mannetje die de crêpes doet, in het begin zie je hem een beetje ijsberen, maar halverwege de avond staan de parels op zijn voorhoofd en de sliert crêpe-liefhebbers is wel 15 meter lang. Met deze crisis misschien wel 25 meter.
Het bekendste crêpe-je is wel de "Crêpe Suzette", zie mijn blog 17 Desserts.

En bedenk als je op een markt of avondmarkt in de rij staat om zo'n crêpe te bemachtigen, het is oer Frans en vraag om iets speciaals erop, vaak hebben ze een heerlijk jam die je erop mag smeren.

42/100 Bizar en wat een (on) geluk
Het is al weer een paar jaar geleden, maar toch wil ik je dit verhaal niet onthouden:
om 00.45 uur werd ik wakker van een voorbijrijdende auto. Of ik sliep nog nét niet. Opeens geen motorgeluid en een doffe klap. Ik stond gelijk naast mijn bed en zei tegen Berdien: "een ongeluk, vlug we gaan kijken." Maar Bé zei ... "neeeh, ik heb niets gehoord."
Dus ik in de kleren, pakte mijn zaklamp en GSM en rende het pad op richting straat, doe de poort open en schijn van links naar rechts. Niets te zien ... ik liep terug naar huis, maar het zat me niet lekker en keer om en loop richting Cazals en ik zag een flink bloedspoor en een biefstuk van 2 kilo op de weg liggen, ik rende verder, met de lamp schijnend het weiland in. Ik zag iets geels staan, onder een laag struikgewas. Ik riep, iemand riep terug "aloooo", ik erheen. Stond in het weiland, onder een talud van zeker 2 meter, door takken en struiken gelanceerd, een open sportwagen van het type Lotus. Iemand wilde zich eruit te wringen, maar de auto zat onder het struikgewas wat ie meegevoerd had. Ik liep verder en zag een hand van iemand die het talud op wilde klimmen en ik trok hem de kant op. Helemaal onder het bloed, hoofd en handen. Het zijn slechts schrammen van de takken, waardoor hij heen is gevlogen. Boven aan de weg kwamen mijn vragen: ben je alleen en wat is er gebeurd. Ja, hij was alleen en toen alleen: sanglier - sanglier.
Er kwam een wagen aanrijden en dat blijkt bekenden van de man te zijn. Binnen enkele seconden stapte de bloedende man de wagen in en was weg. Zei niets, bedankte niet, weg was ie. Ik heb het gebied en vond onderzocht in een greppel een joekel van een everzwijn. Morsdood. Ik ging de auto eens bekijken. Finaal in elkaar, linkervoorwiel weg, koplampen ook, voorruit verbrijzeld en rechter achterwiel in tweeën gebroken. Hij was echt van de weg dwars door de struiken het weiland op gelanceerd, zeker 25 meter. Recht vooruit. Geen remsporen en op 30 meter na in mijn achtertuin.
Ik naar huis, vertelde het Bé en kon 2 uur lang niet slapen van de hartkloppingen. Ik werd om 06.45 uur wakker en ging weer kijken, kwam net de chauffeur zelf ook kijken. In een schoon shirt en netjes gedoucht. "Depanage" riep hij en was weer weg. Hij ging dus een autoambulance halen. Zei weer niets, herkende mij wel van een paar uur eerder, dat was het dan. Hij heeft geluk gehad, heel erg veel geluk. Was ie de greppel afgereden, dan had ie een flinke boom geplaatst of was ie over de kop gegaan. Wagen werd later afgevoerd, politie erbij, sanglier door de brandweer afgevoerd en het leek alsof er niets was gebeurd, een doorkijk van de alleen weg naar het weiland. De takken, onderdelen van de auto en alle zut die hij heeft meegetrokken, heeft ie maar laten liggen.

Dus beste LOT-genoten, pas op voor overstekend wild, vooral met hoge snelheid!

43/100 De patissier 
Je moet heel precies zijn, want in de receptuur telt elke gram. Een lunch of diner afsluiten met een lekker en liefst oogstrelend dessert en goede friandises bij de koffie is belangrijk. Belangrijk? Het is gewoon hartstikke lekker !!
Het zijn vaak de laatste momenten van een maaltijd die de gast het meeste bijblijven. Het patissiersvak is een prachtig beroep dat voor mijn gevoel wat ondergewaardeerd is. Zo heb je bijvoorbeeld voldoende ruimte en een koelbank nodig, je kan niet zomaar tussen de andere koks werken. Luchtvochtigheid en temperatuur in de keuken spelen een grote rol, net als de oven en de temperatuur van de oven. Groente van vlees kan binnen bepaalde bandbreedten, soms niet verschillende garingen hebben, maar patisserie niet, dat luistert veel nauwer. De temperatuur van bijvoorbeeld chocolade en de temperatuur in de ruimte waar je werkt maken of breken je werk. Het werk is daarom niet voor iedere kok geschikt en er zijn maar weinig koks die 100% patisserie willen doen. Ze vinden het te veel gefriemel en hebben er wat minder geduld voor. Los van persoonlijke voorkeuren is het soms ook een kwestie van te weinig begeleiding waardoor koks in restaurants niet voor patisserie kiezen.
Het is ontstaan tijdens een service met veel uitzonderingen van lactose en gluten, waardoor men de desserts ontdeed van delen van het garnituur. Daarna is het doorontwikkeld. Het Vlinderdessert is een van de meest in het oog springende desserts. Het bestaat uit een ornament van chocolade in de vorm van een staande krul met een vlinder erop. De onderkant bestaat uit een telkens wisselend dessert, vaak in de vorm van een rond taartje. De kleur van de vlinder is afhankelijk van de ingrediënten van het dessert. In het algemeen werken ze graag met de blonde Dulcey-chocolade en met de donkere Manjari-chocolade van Valrhona. De laatste ontwikkeling ook heel goed met rood fruit. Het mooie van chocolade is dat je ieder object dat je in gedachten hebt ervan kan maken. Dat kan met bijvoorbeeld groente niet. Dus we blijven toetjes eten, maar wel wel van die lekkere, gemaakt door een topkok die daar al zijn tijd aan besteed. Alleen tafels tot 10 personen, éénrichtingsverkeer en bij het halen van een "mondkapje" verplicht. Maar goed, we gebruiken toch allemaal ons gezond verstand, of niet?
Het is belangrijk dat het patissiers vak blijft bestaan en dat worden doorgegeven en niet verloren gaan.
Zo kunnen we in de toekomst ook prachtige klassiekers als soufflés blijven eten.

44/100 Vertrouwen ...
Bij de bakker.
Ik was weer eens bij de bakker in Cazals om één van zijn lekkerste stokbroodjes te halen. En natuurlijk had de bakker bij ons in het dorp een prijs gewonnen van de lekkerste baguettes, want die zijn lekker !! 
Die kost € 1,10 en ik gaf haar een briefje van 20 en excuseerde me dat ik geen klein geld had.
Geen probleem, ze toverde heel rap het wisselgeld uit haar lade en gaf het me. Ik zei dat ik de volgende keer een hoop kleingeld zou meenemen, die spaar ik in een aparte pot. Dat vond ze reuze en de volgende dag al was ik er weer met een zakje met 1, 2, 5 en 10 eurocenten.
Met daarop een briefje dat het € 30,00 was.
Daarbij gaf ik haar mijn kaartje, maar dat was niet nodig want ze kende mij.
Echter, met een hele rij achter mij, de winkel is aardig popi, begon ze toch alles na te tellen, tjee, ik keek eens achterom en zag wat boze gezichten. Ik vroeg haar mijn € 30,00 en als het niet klopte zou ze mij dat een volgende keer zeggen.  Daarop vertrok ik en begon ze rustig verder te tellen. Ik heb daar maar niet op gewacht, maar een heleboel andere mensen wel.
Wat kunnen sommige mensen blij zijn met wat klein geld, terwijl in NL alles op 5 cent wordt afgerond, hier in LDF zijn ze nog niet zo ver , zal dat ooit eens komen?

45/100 Auto met drie wielen
Jaaaa, de vierde kwam ons met een rotvaart tegemoet.
We kwamen net van de supermarkt in Cahors, we draaien de dubbelbaan op en zien een autowiel recht op ons af komen. Diagonaal. Ik zette mijn wagen midden op de weg met waarschuwingslichten aan, want stel je voor de er een auto achter mij aan kwam met 110 en dan dat wiel tegenkomen.
Remgeluiden, claxons van bestuurders die niet meer waarom je opeens stil gaat staat en de band kwam steeds dichterbij, recht op ons af. Die pech had de automobilist voor ons, wil die de klap opvangen, of zou ie niet met een snelle beweging het wiel kunnen ontwijken?
Ik weet niet of je zelf wel eens je wiel hebt verwisseld, maar dat ding is niet te tillen en nu begon het te stuiteren ook nog. En ja hoor, boem, met een knal kwam ie tegen de voorruit van ... mijn voorganger.

Hij lag er half uit en was helemaal versplinterd. En daarna hoepelde het gelukkig met een grote boog over ons heen, de berm in.
Toen pas keken waar dat ding vandaan kwam, aan de overkant, zo'n 150 meter verderop, stond een voertuig in de berm en de bestuurster stond er naast met letterlijk d'r handen in het haar. 

Wat is er gebeurd? Hoe kan dit nou? Wij er naar toe en ze vertelde dat de band net was verwisseld door de garage, blijkbaar had mannen het wiel niet vastgedraaid. Ik weet wel dat je na 100 km de bouten nog eens moet controleren, met ze had het net 5 minuten daarvoor laten doen.
Wij, onze voorganger en de bestuurster van de nu driewieler kwamen gelukkig met de schrik vrij. In Frankrijk zit er niet altijd een reservewiel in je auto, dus wij en andere weggebruikers hebben haar maar zelfs geholpen het wiel te zoeken en terug naar de auto te rollen. Wat een sensatie. Rij recht, controleer af en toe de bouten van je wielen, kun je gelijk de spanning van je banden nakijken.

46/100 buren van de buren
Wij hebben op ons terrein in april/mei 2019 een feest georganiseerd met muziek en een vide grenier. Zo'n 10 extra deelnemers deden mee om hun oude spulletjes van de hand te doen.
2 weekenden en de woensdag daartussen. Het weer was niet best: regen en de temperatuur werkte ook niet mee. We hadden zo'n 50 zitplaatsen gemaakt en een heuse bar met overkapping. Uiteraard stonden boven de tafels grote parasols om het nat tegen te houden. Een heuse keuken werd geïnstalleerd met gerechten als eendenborst met gebakken tomaat, uiensoep, kaasplankje, vleesplankje, chili con carne, etc.

Er was ook een standje van een Nederlandse buurgenoot die hartige toetjes maakte.
Maar ondanks het weer hebben we deze 5 dagen 550 eters gehad en was het reuze gezellig.
Ardy verzorgde met een heuse disco opstelling de muziek en die de hele buurt wakker hield, uiteraard hebben we daarvoor een vergunning bij de gemeente moeten aanvragen.
Onze buren/vrienden hebben meegeholpen, met het opbouwen, achter de bar, in de veldkeuken en later met opruimen.

Op één van die dagen kwamen ook de buren van onze buren. Die amuseerden zich ook prima en zij kenden een aantal van onze bezoekers en ze vroegen of we een briefje wilden maken van wat zij zouden nuttigen. Natuurlijk, want we deden dat ook bij anderen. Zo werd er rondjes gegeven, gegeten en veel gelachen en plezier gemaakt. Maar ook aan hun bezoek kwam een eind en vroegen ze om de rekening. Die wilden ze betalen met een cheque. Een cheque? Ja, die bestaan hier nog dus werd er eentje uitgeschreven. Die moest je dan met een begeleidend formuliertje afgeven bij de bank. De cheque werd in de kas gedaan en verder niet over nagedacht, maar op het eind van de week hadden we wel door dat die cheque er niet meer bij zat bij al die briefjes van 10, 20 en 50. Wat nu? 
We hebben het nog een paar dagen aangezien en hebben dat verteld aan onze naaste buren. Die hebben dat weer doorverteld aan hun buren, maar zonder reactie.
Nou ja, dachten wij, dan hadden wij maar beter op onze kas moeten passen. Het bewuste papiertje kan toch niet zomaar verdwijnen?! Jammer, maar niet getreurd, we hadden een gezellige week gehad en vergaten het voorval. Totdat augustus 2020 er bij ons werd aangebeld en daar stonden de buren van de buren met een doosje in de hand.

Oooo, gezellig, kom binnen en er werd koffie aangeboden. Het was een eierdoosje met allerlei gekleurde eitjes erin. Wit, bruin, blauw en lichtgroen, allemaal van verschillende kippetjes. Plus een envelopje werd aangereikt, met het geld wat zij ons nog verschuldigd waren van het muziekfeest van het jaar ervoor. Zij hadden dat niet uit hun hoofd kunnen zetten en wilden een tijd wachten of die cheque nou werd afgeschreven of niet.
Dus niet en zij wilden hun schuld alsnog contant betalen. Nou … wat een eerlijke mensen. Er wordt geknuffeld, een wijntje werd opengetrokken en we proosten op een fijne vriendschap. De buren van de buren werden vrienden en tot op de dag van vandaag zien we elkaar geregeld en wordt er niet meer gesproken over het voorval van de vermiste cheque.

47/100 Druiven
Wat is de natuur toch gul.
Uit eigen tuin zonder extra bewatering. Ik maak er sap van, die ik slechts 4 van 5 dagen goed kan houden, je merkt het als je de fles weer eens opent en er lucht ontsnapt.
Je kunt ze ook invriezen, blijft heel lang goed.
En de supergezonde druivenbladeren kun je als spinazie eten: als sla (jong blad), als stamppot, als soep, en je kunt ze voor houdbaarheid rauw of klaargemaakt invriezen of ze 2 dagen in zout water leggen om te fermenteren. Gefermenteerde druivenbladeren zijn heel lekker gevuld met aangezuurde rijst - citroensap, met olijfolie en evt. ui, knoflook.
En je kunt er thee van zetten, al dan niet gemengd met andere ingrediënten.
Druiven worden de "koningin van de vruchten" genoemd omdat ze sinds de oudheid een van de meest voedzame en medicinale voedingsmiddelen zijn die er zijn.
Druiven zijn een rijke bron aan 6 soorten suikers, 19 aminozuren, 12 polyfenolen, vitamines (A, C en B-complex), mineralen (calcium, magnesium, boor, mangaan, ijzer, selenium, fosfor, silicium en kalium) en enzymen.
Ze bevatten grote hoeveelheden krachtige antioxidanten (bioflavonoïden, resveratrol en anthocyanen) en zijn een algeheel tonicum (aansterken) en reinigen via lever en gal, later de ontlasting, zijn bloedzuiverend, geven sneller een vol gevoel waardoor je eerder genoeg hebt gegeten. 
Druivenbladeren kun je een bewaren in een bakje water - als je ze niet meteen opeet, dan blijven ze zacht. 
Ze zijn vetvrij en rijk aan kalium natrium, calcium en ijzer. Ze bevatten vitamine C, E, K, en A, en B6. Daarnaast nog flavonoïden (flavanolen, anthocyanen, flavonolen en flavonen, fenolzuur, tanninen, resveratrol, benzoëzuur, benzaldehyden).
En als bonus nog organische zuren (wijnsteenzuur, appelzuur, barnsteenzuur, en protocatechuzuur).
Goed voor ogen, bloedvatenstelsel en ontstekingsremmend.
Druivenpitten staan bekend om hun geneeskracht en zijn ook heel gezond. Er wordt zelfs olie van gemaakt.
Maar het belangrijkste: je kunt er wijn van maken !!

48/100 Vincent
Je zult wel denken, wie gaat hier nou iets over schrijven? Ik dus. 

Want over wie is er niet zoveel geschreven dan over Vincent.
Die schilder? Dat liedje? Die wijnliefhebber? Die Bekenees? Die poort in St. Malo? Die Vincent die als God in Frankrijk leeft? Dat wijnhuis? Die naamgenoot? Dat gebouw? Die Heilige die ze ook Sint hebben genoemd, alleen heeft ie geen paard maar een glas en een druiventros in zijn handen? Er is zelfs een kathedraal naar hem vernoemd …
Oja ?? Heb je die Brut wel eens gedronken: laat maar, die zit maar op 8,5 % .
Genoeg?
Maar al die straatnamen in de grote steden, gebouwen, internationaal. Je wilt het allemaal niet weten?
Nou oké, scrol dan maar verder, maar ik heb kunnen achterhalen dat het iets moet zijn uit het noorden van Scandinavië.
Ik zal je uit die droom helpen: Vincent is een voornaam die is afgeleid van het Latijnse werkwoord vincere ("overwinnen") en betekent: 'zij zullen overwinnen'.
Tja, nu beginnen we het te begrijpen.
De naam staat slecht op positie 263, dus als je eenmaal die naam hebt overwonnen, tja, dan moet je het maar waar maken.
Doordat er diverse heiligen met deze naam waren, werd de naam al in de Middeleeuwen populair. In de Zuidelijke Nederlanden kwam de naam in de veertiende eeuw op, in het noorden aan het begin van de zestiende eeuw. Vanaf de zeventiende eeuw kwamen er ook vrouwelijke vormen voor. Vrouwen, ik ben nog nooit een Vincent met een voorgevel tegengekomen, wat is dit nou? Laten we het maar bij het mannelijk geslacht houden, alhoewel een stoere dame met 2 mooi glazen in haar handen en blonde lokken tot op de bilnaad die mij toewuift dat ze een mooie Malbec uit 2012 heeft opengetrokken, tja, daar zou ik wel voor vallen … en opstaan !!
Ik gebruik voor vrienden om me heen wel eens de naam Vinzzz. Weet ik veel dat Vinz (met slechts één z) ook weer een naam is die in 2019 zelfs 74 x is gebruikt bij een nieuwkomertje.
Maar goed, ben je het al zat? Deze Vinzzz komt uit het Oosten van NL, ook wel eens gezien in de Lot, Zuid West Frankrijk. Geboren uit een couturier die heil zag in o.a. Coco Chanel, Rodier en Max Heijmans en een dochter van een pianohandelaar van Rippen. Best goed gedaan mag ik wel zeggen, guitig, gulzig, goedlachs, groezelig, gezellig en in voor een een lange tafel met gezellige gasten. Met een goeie fles op de tafel, vlees van de grill en goed brood en lekkere salade met wat pittige sausjes, wil deze Vincent het leven wel als zijn beste vriend aanvaarden. Met een best horeca verleden, was hij niet ooit de jongste kroegbaas van NL op 21 jarige leeftijd en 2 jaar later ook nog in het bezit van zijn resto? Dat liep allemaal met een sisser af, daarna ging het best wel goed met deze jongen. Ze lachten erom, toen ie het BMW gebouw in Nijmegen kocht om daar zijn catering bedrijf in voort te zetten, 300 m2 keuken, 150 m2 magazijn met 3 docks, kantoor en showroom, het was niet mis. Samen met zijn liefde besteeg hij alle problemen om te scoren en in heel NL en stukje West Duitsland werd er geroemd om Vincent, die samen met zijn Berdien wel 35 internationale versies van het lekkerste uit allerlei landen op tafel wist te brengen, samen met zijn 8 chefs. Niets was hem teveel, 65 uur in de week was niks, maar in 2006 vond hij zijn stek in LDF en dat deed de deuren sluiten en zijn vrijheid openen.

49/100 Huitres
Ik at eens bij een restaurant in Daglan als voorgerecht 6 heerlijke oesters.
Met een halve citroen en wat brood en ik vraag er altijd een pepermolen bij.
Een oester is een eetbaar weekdier dat in ondiepe, warme wateren van de oceaan leeft.
De schelp bestaat uit twee kleppen, de bovenste is vlak en de onderste gebogen.
De buitenkant is ruw, grijskleurig en hard; aan de binnenkant bevindt zich het vlees dat kan variëren van romig beige tot grijskleurig.
De smaak varieert van zout tot zacht. Oesters worden meestal levend gegeten.
De meeste soorten zijn te klein om te kunnen worden gegeten, maar de Amerikaanse of gewone oester kan 5–15 cm groot worden en de Japanse oester zelfs tot 40cm groot. Je eet (slurpt) de oester vanuit de schelp inclusief het vocht, met eventueel citroensap en wat verse peperkorrels erop.
In warme wateren groeien oesters in 5,5 jaar tot het gewenste formaat; in koelere wateren duurt de groei ongeveer 4 tot 5 jaar.
In Europa zijn er grote oesterkwekerijen langs de Zuid West Franse Atlantische kunst vanaf Bretagne tot aan Bordeaux.
Je vindt de oesters vaak op zondag op de markt, want de Franse eten ze graag op hun vrije dag. Ik ook en vorig jaar kregen we bezoek van vrienden uit Souillac die de week daarvoor 14 brandweermannen te gast hadden in hun vakantiehuis. Eén van die spuitgasten nam een kistje Franse oesters mee voor de eigenaren, die het op hun beurt weer mee naar ons namen. Wat hebben wij daarvan gesmuld, bak mooie salade erbij, tipje mayo, tipje moutarde en een koude Viognier (of 2).
En de prijslijst is van een mooie oesterstand midden op de promenade van Cap d'Agde, waar wij graag aanschuiven.
Het Nederlandse centrum van de oesterkweek is het Zeeuwse Yerseke. Op de Nederlandse markt zijn van oudsher de Zeeuwse oesters populair.
Andere verkrijgbare soorten zijn Belon, Creuses blanches de Normandie, Fines de claire en Gillardeau.
In de oester is héél soms een parel te vinden, die een waarde van € 10,00 heeft en als ie mooi wit en scherp is van wel € 30.000,00 !!
Dus het eten van oesters zou behalve de heerlijke smaak, best eens interessant kunnen zijn.
Het openmaken (breken) van de oester is een speciale techniek. Dat doe je met een speciaal mes tegen de sluitspier.
Omdat de oester nog leeft, is dat niet gemakkelijk. Met een doek in je linkerhand (je kunt ook een speciale handschoen aanschaffen) met daarin een oester en in je rechterhand het oestermes, kun je de oester met een beetje ervaring al snel open maken.
Maar pas altijd op met gruis (kalksplinters), die bij het breken vrij kunnen komen en tussen het vlees kan gaan zitten.
Het grootste van de oester is de oneetbare schelp die per oester in omvang behoorlijk kan verschillen.
Omwille van eerlijke handel en om gelijke porties te kunnen serveren worden in Europa de oesters volgens een classificatiesysteem genummerd.
Hiervoor worden de volgende nummers gebruikt.
n°5 tussen de 30 g en 45 g
n°4 tussen de 46 g en 65 g
n°3 tussen de 66 g en 85 g
n°2 tussen de 86 g en 110 g
n°1 tussen de 111 g en 150 g
n°0 meer dan 151 g
Je kunt de oester in o.a. de volgende bereidingen aantreffen:
Oesters naturel (zo proef je de zilte smaak van de oester het beste
Oesters in gelei
Oester gegratineerd (veel variaties mogelijk, met kaas, bechamel, broodkruim, etc.)
Oesters in witte wijngelei op broodcroutons
Oesters op Russische wijze (rauwe oester met kaviaar en citroen)
Oesters met ravigote (mayo-kappertjes saus)
Oesters à la Meunière (gebakken)
Oesters kirkpatrick (gegrild met worchestershiresaus, zwarte peper en spekjes)
Oesters met mornaysaus (gepocheerd)
Oestercocktail (oester in een yoghurt-vodka-bieslooksaus)
Oestersaus (ingekookte bouillon van oesters)
Oyster Rockefeller (gebakken of geroosterd met boter en peterselie)
Wat vind jij van oesters?

50/100 Smaakt het ? – Of niet?
Zijn jullie allemaal tevreden als je naar een restaurant bent geweest?
Was het helemaal perfect of had je nog een opmerking over de kwaliteit of bediening.
B.v. vorige week aten we ergens en hadden als voorgerecht vis en als hoofdgerecht vlees.
De (onkundige) ober pakte ons bestek en legde die terug op tafel waarbij ik hem attendeerde dat we vis hadden gehad en toen vlees zouden krijgen. Meteen nam ie het mee en kregen we nieuwe. Dus je moet ze wel af en toe een beetje sturen hier. 
Smaakt het, of heeft het gesmaakt? 
C'est très savoureux – het is erg smakelijk
C'est un délice – het is een genot
Excellant – uistekend
Je suis ravi(e) – ik ben verrukt
C'est drôlement bon – het is buitengewoon lekker
Je me régale – ik geniet
Un plaisir pour les papilles – het streelt je tong
Ça un goût incomparable – de smaak is met niets te vergelijken
Passez mes compliments au chef – brengt u mijn complimenten over aan de chef
C'était délicieux – het was heerlijk
C'est très réussi – het is erg geslaagd
C'est très tendre – het is erg zacht
C'est très juteux – het is erg sappig
C'est succulent – het is verrukkelijk
C'était très bon – het was erg lekker
C'était vraiment exquis – het was werkelijk voortreffelijk
C'etait trés spécial – het was heel apart
Of heeft het niet gesmaakt:
Ce n'est pas bon – het is niet lekker
Ce n'etait pas bon – het was niet lekker (maar dan ben je te laat)
Ça a un goût bizarre – het heeft een vreemde smaak
Beurk! – Bah!
C'est fade – het is flauw
Je n'ai plus faim – ik heb geen trek meer
C'est moyen – het is zo zo
C'est encore congelé – het is nog bevroren
C'est pas terrible – het is niet geweldig
C'est dégueulasse – het is smerig
Il faut aimer – je moet ervan houden
C'est froid – het is koud
C'est trop chaud – het is te warm
C'est dégoutant – het is echt afschuwelijk
Ce n'est pas assez cuit – het is niet goed gebakken (of gekookt)
Ça se lasse manger – het is te eten
Les portions étaient birn proportionnées – de porties waren precies goed (te weinig dus)
C'était pas mal – het was niet slecht
C'etait pas top – het was niet wat je zegt …
Dus nu weet je wat je kunt zeggen en wees eerlijk. Het heeft geen zin het bedrijf de hemel in te prijzen en als je de deur bent zeg je “daar kom ik nooit meer”. Het zijn ambachtelijke bedrijven, waar van alles fout kan gaan. Zoals een dure fles wijn die naar kurk smaak, daar kan de ober toch niets aan doen!


51/100  telefoneren met LDF
Niet alles kan per e-mail. Voor wie een vakantieadres moet nabellen of onderweg een restaurant wil reserveren, is even de telefoon pakken wel zo handig. Maar hoe kom je eruit in het Frans? Check dit lijstje met fouten die je beter niet kunt maken.
tip 1 – Niet meteen jezelf voorstellen = verwarrend
Nederlanders zeggen het liefste meteen netjes hun naam als ze iemand opbellen maar vooral bij hotels of restaurants kan er dan een verwarde stilte vallen aan de andere kant van de lijn. Gebruikelijk is eerst zeggen waarvoor je belt, voordat je jezelf kenbaar maakt.
Bijvoorbeeld: “Bonjour, je vous appelle pour vérifier ma réservation/pour réserver une table…” of “J’appelle à propos de…” Pas na die uitleg zeggen Fransen hun naam tegen de receptionist of restaurateur. Of ze wachten zelfs tot de persoon aan de lijn naar hun naam vraagt. (“Oui bien sûr, votre nom Madame?”)
tip 2 – Nooit zeggen: ‘Avec…
Avec als in: “Avec Madame Pieterse!” (Met mevrouw Pieterse), dat kennen de Fransen niet.
Correct is “Madame Pieterse à l’appareil” of “Bonjour, c’est Madame Pieterse“.
tip 3 – Laat je niet gek maken door de cijfers
Als Fransen je een telefoonnummer doorgeven, dan delen ze dat vrijwel standaard op in tientallen. De woordenbrij die dan volgt is zelfs voor goed Franssprekende Nederlanders vaak een flinke uitdaging. Cinquante-huit (58) – quatre-vingt-dix-neuf (99)… Onze truc: begin meteen met het herhalen in losse cijfers, om zeker te weten dat je alles goed begrijpt. “Alors vous dîtes: cinq – huit – neuf – neuf?”
Bijna altijd gaat de Fransman in kwestie daarna door in enkele cijfers, wat veel makkelijker te volgen is.
tip 4 – Weet wat een arobase en ‘le tiret du six’ is.
En ook een e-mailadres (adresse mail) doorgeven aan de telefoon is geen makkelijke opgave. Fransen zeggen niet ‘at’ om het apenstaartje aan te geven, maar gebruiken het exotisch klinkende woord ‘arobase’ (a-roo-baze). Nog een valkuil: het zwevende of het liggende streepje. De Fransman heeft het soms schijnbaar uit het niets over een tiret du 6. Voordat je denkt waar gaat dit nu ineens over, dat is een heel gangbare manier om aan te geven dat het om het zwevende streepje gaat.
Dat staat namelijk op veel Franse toetsenborden onder het cijfer 6.
tip 5 – Verwissel de G of de J niet
Nog een vervelende bron van spraakverwarring, het spellen van letters in het Frans. De ‘e’ spreek je in het Frans uit als ‘uh’ niet als ‘ee’.
De letter W is een ‘double v’ (een dubbele v). En instinkers zijn ook de erg op elkaar lijkende G (gjee) en de J (gjie).
tip 6 – Nooit ‘iemand anders geven’
Als je toch de hulptroepen wilt inschakelen zeg dan niet je vous ‘donne’ mon mari of zoiets.
De Fransen ‘geven niemand weg’ maar gebruiken het werkwoord passer. “Je vous passe mon responsable”, “Je vous passe la réception” etc.
tip 7 – Vergeet je landnummer niet te noemen
Als je jouw eigen mobiele nummer wilt doorgeven aan een Fransman, vergeet dan niet het complete nummer te noemen.
Dus inclusief landcode (0031). Anders krijgt de beller een Franse landgenoot met jouw nummer aan de lijn…
Handige Franse zinnen voor een telefoongesprek
J’ai eu votre message. - Ik heb uw voicemail bericht gehoord.
Est-ce que je vous dérange? - Bel ik gelegen?
J’aimerais parler avec… - Ik zou graag X spreken.
Un instant s’il vous plait je prends de quoi noter. - Wacht even, ik pak iets om het op te schrijven.
Puis-je laisser un message? - Kan ik een bericht achterlaten?
A quelle heure serait-il préférable de vous rappeler? - Wanneer kan ik u terugbellen?
A quel numéro puis-je vous joindre plus facilement? - Op welk nummer kan ik u rechtstreeks bereiken?

52/100 Paddenstoelen
Dit is een verhaal apart en voor heel veel fransozen een bijzondere lekkernij die ze zelf in het bos zoeken als het een paar dagen geregend heeft na een zonnige periode. Die vindplaats is een groot geheim.
We zijn eens mee geweest met een dorpsgenoot die ons uitnodigde te gaan zoeken. Tja, paddenstoelen. Paadje in en paadje uit en opeens riep hij: "stop, niet verder" en hij veegde wat blad weg en er kwam een veldje tevoorschijn met zwarte trompetjes. Stevige en slappe. Dat zijn "
trompet de la mort" vertelde hij. "Heerlijk bij wildgerechten". We vonden er veel en ze werden voorzichten op grote platte schalen gelegd. We liepen verder en moesten over een grote, dikke oude, dode boomstam stappen. "Pas op" was het weer en dat deden we, want onder tegen de oude schors zag je een groot wit iets. "Was da?" "Pied de mouton" was het antwoord en er worden grote stukken van dit bijzonder verschijnsel opgepakt en ook voorzichtig opgeborgen. Er lag veel, wow, heb nog nooit zoiets gezien en onze gastheer vertelde dat dit wel een vaste plaats is. Wij hebben zelf een truffelveldje en de truffels vind je iedere keer op een andere plek, maar hij zei dat zulke paddenstoelen altijd op deze plaats te vinden was. Bijzonder, want je moet er wel verstand van hebben. Wat nou als ze giftig zijn of niet eetbaar. Tja, dat is de ervaring en als je het niet weet kun je altijd met een paar van die bodemvruchten naar de apotheker gaan die wijs genoeg is om je te vertellen welke nou niet of welke wél goed zijn. Alweer een ervaring rijker. En we kregen de helft mee. Berdien heeft ze uren in de oven gedroogd die later in een pot gingen en we hebben er lang van genoten, want vooral die gedroogde trompet de la mort doe je gewoon door een gerecht heen en krijgt zijn eigen smaak direct weer terug. Of je welt ze even in wat lauw water.
Geweldig, wanneer mogen we nog eens langs komen?? 
Maar toen ik van de week een stel champignons van ons gazon plukte en die bij de gekochte champignons van Berdien legde kreeg ik te horen dat ze die niet ging gebruiken. "Kijk dan", zei ik, "ze zien er precies eender uit, roze onderkant, zelfde vorm, lekkerrrr".  Later werden we bij de buren uitgenodigd en Berdien had van de champignons heerlijke hapjes gemaakt. Of zie van ons terrein heeft gebruikt weet ik niet, maar ze waren heerlijk. Iets van zoetzuur.  En koken is met champignons eigenlijk niet weg te denken. Ook die mooie grote coulemelle, de parasolzwam. Die bak je als een biefstuk en eigenlijk heb je er helemaal geen vlees bij nodig. Beetje zout, citroen en verse peper erop. Je moet wel opletten dat bij deze paddenstoel een kroontje op het steeltje zit die je op en neer kan bewegen, anders is het een "nepperd" en die kan niet lekker of zelfs giftig zijn. Hij lijkt wat op de portobello
, de grote kastanje paddenstoel die we allemaal wel kennen uit de supermarkt. Lekker om daar iets in te doen, met kaas of een chili gerecht.


53/100 Joue de porc – varkenswangetjes
je kunt ook een gerecht van koeiewangen maken, maar die liggen alleen maar te herkouwen en gras te eten, doch die van het varken, die lust ik graag.
Vandaag op de markt 2,6 kg gescoord, want je kunt het niet altijd krijgen.
Vreemd eigenlijk, want de varkentjes gaan ook in de zomer naar de slacht.
Zoals de naam doet vermoeden zijn ze afkomstig uit de kaakspieren van de wangen van het varken. Van de gewone die we allemaal kennen, maar natuurlijk ook van de Spaanse 'Iberico' varkentjes, die zwarte, waar ook die voortreffelijke ham van gemaakt wordt.
Het vlees is doorweven met zeer kleine zenuwen en pezen, wat de wangetjes een typische smaak geeft. Geen enkel ander stukje vlees is zo smaakvol en boterzacht! De varkenswangetjes, ook wel varkenskonen genoemd, zijn niet geschikt voor een snelle bereiding, vanwege het hoge aandeel bindweefsel.
Het vlees is geschikt om te stoven of te koken, vooral als stoverij levert het een zeer goede smakelijke stoofpot op.
Het is niet te vergelijken met andere delen van het varken. Het vlees is sterk dooraderd met zenuwen en pezen die veel collageen bevatten en die na langzaam stoven oplossen tot gelatine. Dit levert een zeer smeuïg stukje vlees op!
Niet teveel kruiden en goed in de olijfolie aanbakken, olijfolie wordt heter dan boter, dus gebruik dát. Af en toe draaien in de braadpan en als alle zijden mooi bruin zijn voorgebakken, afblussen b.v. met bier. Alle soorten bier naar smaak zijn geoorloofd.
Dan het deksel erop en op 180 graden C. in de oven, ongeveer 3,5 uur. Je kunt het deksel het eerste uur eraf houden, maar pas op dat de wangetjes goed onder het vocht staan.
Na het bereiden laten afkoelen en portioneren in bakjes of gevacumeerd in zakken per 300 gram en dan de vriezer in.
Altijd lekker als je 's morgens niet weet wat te eten vandaag, je haalt zo'n bakje eruit en met puree of gekookte aardappeltjes, rode kool, gemengde salade of verse appelcompôte erbij is dit gerecht het lekkerst.
En zeg nou niet van “ik eet nooit varkensvlees”, dit is echt heel bijzonder, niet te vergelijken met andere producten van het varken. Bijvoorbeeld spare ribs, die eet je toch ook wel eens van de barbecue? Of lekker gemarineerde speklapjes?
Eet smakelijk.

54/100 On a faim, on a soif!- Hongerig en dorstig!
Even iets over een ander, mijn hart slaat harder, mijn ogen worden wijder, mijn maag begint te knorren van deze rauwdouwers die op culinair gebied voor mij in de top 10 behoren. Gueuleton is een gemeenschap van levensgenieters op internet. “Levensgenieter die van lekker vet houdt! “
Eind 2013 openden ze 4 wijnbars: Agen, Royan, Pau, Nérac). Hun webserie "Terroirs de gueuletons" heeft tot doel onze smaak voor goed leven over te brengen en de kunst van het leven op ons platteland te plaatsen en voor te stellen. Je kunt hun vinden in hun 2cv die door Frankrijk reizen om levensgenieters te ontmoeten! Ze hebben ook onze kleine boerderij met zwarte varkens van Gascon, evenals een rotisserie-activiteit voor liefhebbers van gegrild vlees! 
Gueuleton brengt goede lokale jongens samen die van het leven houden! En daar wil ik ook bij horen, wanneer komen ze langs?

55/100 Faire chabrol:
tijdens iedere kookweek met onze gasten vertel ik dat sommige Fransen (en ik) nog "chabrollen".   Huh?? Was da? Neen, daar hadden ze nog nooit van gehoord, brrr ... water bij de wijn doen is een mooi spreekwoord, maar wijn bij de soep gieten? En dan roeren en slurpen, nee ... niet met de lepel, gewoon het bord (cap) aan je mond zetten. Zo worden de laatste restjes soep ook naar binnen gegoten.    De warmte van de soep ontwikkelt de aroma's van de wijn.  Gebruik geen cru wijntjes voor deze actie, maar een gewone open wijn, die zijn minder complex.  Vooral bouillons met kip, of uien met rundvlees zijn er geschikt voor maar een dikke bonenschotel te beëindigen met een chabrol is ook een feestje. Sommige denken dat je het moet doen omdat je in een dagmenu resto maar 1 bord krijgt. Daar gaat de soep in, het hoofdgerecht én de stukjes kaas.
Ikzelf vind dat eigenlijk niet meer kunnen en meer en meer resto's vervangen het servies ook, echter het bestek blijft altijd op de tafel liggen, ook dit vinden we een rare gewoonte, maar zijn er inmiddels aan gewend. Heerlijk, ik doe het regelmatig, maar ik geloof dat er veel bij waren die dachten dat ik ze in het ootje namen. Maar doe het niet in zo'n resto met chic wit tafellinnen, want ondanks dat het leuk en lekker is, soms is het niet gepast. Ik zie Emmanuel Macron al tijdens een gala met het soepbord aan zijn mond. Neeh ... dat kan niet. Het is rond de 19e eeuw in de Perigord begonnen, het hele gezin deed eraan mee. Er zijn zelfs verhalen waarin verteld wordt dat het "de dokter vermijdt" en "de apotheker vervangt". T'is maar dat je het weet. Er is in NL zelfs een restaurant die de naam Chabrol heeft gekozen heeft, maar of ze "hét" daar ook doen weet ik niet.
Tot kijk, tot chabrol !!

56/100 Reste à la maison – blijf thuis !
Tja, dat doen ook, net zoals 8 maanden geleden. Dat duurde toen bijna 3,5 maand. Het vermoeden is dat het nu wat korter zal gaan duren, zou dat komen omdat het winter wordt en de zomervakantie zó belangrijk was om het weer eens te proberen.
Maar voor ons is het geen straf. Op Le Magnolia is het nu heerlijk toeven en wat een rust. Gelukkig hebben we veel zon en we hebben besloten om iedere dag 's middags warm te eten. Zelfs na 15 jaar is dit voor ons toch nieuw, maar het bevalt zeer goed. Lekker buiten in de zon, wijntje erbij en klaar is het. Je hebt de hele avond nog en het valt gelijk op dat die fles wijn niet leeg hoeft. Eén of 2 glaasjes bij het eten en dan aan de koffie. 's Avonds een kopje soep of een baguette kaas of paté.
Berdien, mijn vrouw heeft drie weken geleden in NL de laatste trede van de trap gemist toen ze naar beneden kwam en heeft haar voet verstuikt. Dus weggaan konden we toch niet. En maar goed dat we naar LDF zijn gegaan, want na drie dagen dat we hier waren, mocht er niet meer gereisd worden, precies eender wat ons in maart overkwam.
De tuin is bijna op orde, de Perzische slaapbomen, moerbei, laurier en de liguster zijn flink gesnoeid. Meer licht erin en de toppen eruit. Daarnaast 3 aanhangwagens braam uit de liguster getrokken, oef … de boompjes zuchtten van blijdschap dat die stekels eindelijk weg waren. Het blad op de paden is opgeruimd, ik wacht nog even voordat ik het van het gras haal, da's beter zeggen ze ...  De restaurant zijn gesloten en dat zal nog wel een tijdje blijven, jammer, want het zou nu zijn de leukste uitjes om samen met vrienden te lunchen. Ik hoop dat ze het redden, want reclame maken van ophalen of bezorgen doen ze niet. Ik denk dat velen de tijd pakken om wat bij te komen en/of het bedrijf wat op te pimpen. Eigenlijk vind ik dat de restaurants in NL wat zakelijker zijn, wie doet helemaal niets? Heb zelfs een café voorbij zien komen die met kerstpakketten adverteert, etc.
We houden het nieuws iedere dag in de gaten, nieuwsgierig naar de uitslagen, niet alleen van de Covid, maar ook van die Muppet in Amerika die niet wilt erkennen dat ie heeft verloren.
Dus thuis blijven is het motto, om de 10 dagen de boodschappen doen. Vooral van de markten, zodat de boertjes nog dát inkomen hebben. Mooie producten, bijvoorbeeld, ik kocht vorige week 3 grote rode bieten. Ze roken ook als rode bieten, maar na ze gekookt te hebben waren ze wit van binnen. Maar de smaak was toch weer rode biet en als je het in plakken door de salade hebt gemengd, worden ze nog een beetje rosé ook. Heerlijk.  Ook heb ik bij de slager op de markt 2,5 kg varkenswangetjes gekocht, lees het maar in blog 53.
Met bier afgeblust en 5 porties van 2 gemaakt. (€ 6,50 per portie). Gevacumeerd of in de vriezer hebben we dan altijd wat reserve in huis. En Berdien maakt er van alles van, zelfs op z'n Thaïs.
De avonden zijn lang, het licht buiten is om 18.00 uur al uit en naast het schrijven van een blog af en toe en het bijhouden van de 10 Facebook groepen en 3 websites ga ik me zeker niet vervelen.  Heerlijk de open haard aan en een lange serie op Netflix kijken terwijl Berdien weer hunkert naar haar keuken en natuurlijk het huishouden, ik ben niet zo'n ramenlapper of stofzuiger, terwijl ik wel m'n best doe om haar zoveel mogelijk werk uit handen te nemen.

57/100 Kadootje van de burgemeester
We zaten nog na te genieten van ons middagmaaltje dat er voor het huis iemand hard "alo, alo" riep.
'Heb jij wat besteld?' vroeg Berdien aan mij. Alles is binnen antwoordde ik.
Dus de poort maar eens opendoen en in de verte kwam een dame, die vrijwilligerswerk doet bij de mairie van Les Arques, met een flinke doos onder de arm, mijn kant op. Ik verwachtte een "bon anniversaire", maar dat zou 2,5 maand te laat zijn, dus ik liep naar haar toe.  Ik herkende haar, want tijdens vergaderingen waar ik wel eens aan mee deed, zat zij er ook bij.  Niet moeders mooiste, maar zeer vriendelijk.
Ze had een flinke doos in haar handen met allerlei opschriften die ze mij overhandigde met de vraag of alles goed bij ons was. Zeker, alles is goed bij ons en ik vroeg waarom wij dat pakket kregen. Nou, zei ze, dat komt omdat tijdens het confinement er geen lunch was met de oudsten van het dorp, wat ieder jaar in augustus grotendeels door de mairie wordt gesponsord en toen werd er bedacht dat ze toch iets moesten doen voor de 60 plussers, bij deze. Na wat gepraat over koetjes en kalfjes nam ze afscheid en ik naar binnen. "Kijk eens wat we gekregen hebben!" Een doosje met chocoladetruffels, een pot eendenpoten met bonen, eendenlever, paté, snoepjes, koekjes, etc. én een brief van de burgemeester. Leuk idee toch, om zo nog een beetje contact met elkaar te houden. Nou hebben wij niet zoveel contact met de dorpsraad, dat komt ook een beetje omdat wij een keer het seniorendiner mee hadden gesponsord en dat de tweede keer niet wilde doen, tja, dat ging ons iets te ver. De burgervader heeft ons dat wél laten merken ...  Maar dit vonden wij nou een goed idee en hebben de dorpsraad ook per mail een flinke duim gegeven van bedankt !!
Ik was vanmiddag bij de Franse buren om boodschappen af te geven en die bij een andere gemeente zitten en die waren hevig verbaasd, dat hadden nog nooit meegemaakt.
Zo merk je weer dat als je op het platteland woont, de contacten anders zijn dan in de wat grotere plaatsen.
Succes allemaal met het thuisblijven en kijk eens om je heen of er eenzame mensen zijn waar je wat voor kunt doen.

58/100 Blonde d'Aquitainen
Eigenlijk zijn koeien best mooie beesten, moet je ze zien lopen, wat een gestaltes en wat een ruimte hebben ze meestal. Dan heb ik vooral over de vleesrassen. Niet die zwart-witte melkkoeien die iedere dag van stal naar de wei mogen lopen waarvan de poten onder de stront zitten.
Die hebben we in Nederland ook. Nee, dan heb ik het over de 
Blonde d'Aquitainen, dat is een rundveeras.
Je hebt de neiging je auto aan de kant te zetten en je camera te pakken om er nog een foto van te maken.
Vooral als ze in zo'n diepe wei met mooi uitzicht lopen.
Tot 1920 waren er drie onderrassen in Aquitainië en omgeving:
De Westelijke Pyreneeën. Onder invloed van het natuurlijke milieu worden de dieren kleiner. Sinds 1921 wordt deze soort de Blonde der Pyreneeën genoemd.
* De Garonne-streek (tussen Agen en Bordeaux). Hier vindt men de Garonnaise des Côteaux (donker blond) en de Garonnaise des Plaines (licht blond).
* De Quercy. In 1920 splitsen de fokkers van de Tarn en Garonne-streek zich af van het stamboek Garonnais en vormen het Quercy-ras, op basis van de Garonnaise de Côteaux. Om hun ras te differentiëren wordt veelvuldig aan kruising met het ras Limousin gedaan.
Uiteindelijk worden de drie rassen samengevoegd en sinds 1962 bestaat het Stamboek van de Blonde d’Aquitaine. Het ras wordt officieel erkend als ras van nationaal belang voor de productie van slachtvee in Frankrijk.
De Limousin koe kennen we allemaal, supervlees en prachtige beesten.
De eigenschappen van Blonde d'Aquitainen zijn dat ze gemakkelijk kunnen afkalven doordat de kalveren van dit ras in verhouding tot andere rassen klein van formaat zijn. Daarnaast hebben Blonde d'Aquitainen een goed eindgewicht en kunnen ze leven van een karig rantsoen.
Daarom zijn Blonde d'Aquitainen goed in te zetten voor het begrazen van natuurgebieden.
De runderen zijn van zeer grote gestalte, gekenmerkt door de enorme lengte van het lichaam, een dikke ronde bespiering en een  uitermate fijnheid van de huid en de beenderen. Ze zijn egaal lichtbruin/tarwekleur.
Belangrijke eigenschappen zijn de natuurlijke geboorten van de kalveren, de hoge groei-potentie van de jonge dieren, de rust en lange levensduur van de koeien en de soberheid in onderhoud. Het ras is vooral gewaardeerd vanwege zijn superieure vleeskwaliteit, zelfs tot op hogere leeftijd. De koeien met hun kalveren worden in kudden gehouden en vaak wordt gebruik gemaakt van de dekstier voor natuurlijke dekking. Volwassen stieren kunnen een schofthoogte bereiken van meer dan 1.70 m, met gewichten die kunnen variëren van 1.300 kg tot meer dan 1.600 kg.
Volwassen koeien kunnen een schofthoogte bereiken van meer dan 1.60 m, met gewichten tot meer dan 1.300 kg. De kalveren worden op een natuurlijke manier geboren en door de moeder grootgebracht tot op de speenleeftijd van ongeveer 6-8 maanden. Jonge stieren in de mesterij hebben een hoge dagelijkse gewichtstoename van gemiddeld 1.500 gram/dag vanaf de dag van de geboorte. Zij kunnen tijdens de (natuurlijke) afmest-fase een groeisnelheid bereiken tot 2 kg per dag.
Door de natuurlijke geboorte van de kalveren, kunnen de koeien tot op hogere leeftijd worden aangehouden. In Frankrijk wordt de hoogste prijs per kg/vlees betaald voor koeien van omstreeks 7-8 jaar. De bespiering, smaak, kleur, malsheid en vetbedekking van het vlees is dan optimaal.
In het kader van de van de moderne vleesveehouderij, scoort de Blonde d’Aquitaine uitstekend inzake:
* hoge groeipotentie
* hoog slachtrendement
* goed netto rendement van vlees
* hoog percentage van 1e keus vlees
* mager, gezond, smaakvol en mals vlees,  zeer fijn van draad, sappig en dieprood van kleur
* hoge voederomzetting, lage voederkosten met voornamelijk ruwvoeders
* sober onderhoud, lage kosten
* dierwelzijn
* duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen
Het ras wordt steeds populairder en is verspreid over heel Europa, Canada, Zuid en Noord Amerika en Australië.   Ik hoorde vandaag op het nieuws in Nederland dat de vleesconsumptie omhoog is gegaan en dat ze een vleestax gaan invoeren. Waarom? De uitstoot? Tja, hier hebben de koeien veel meer ruimte, maar vleestax? Dadelijk krijgen we de groententax of zuiveltax. Voorlopig zitten we hier goed met het mooie vlees uit de Aquitaine-streek.

Dus de volgende keer vraag je de slager naar dit Blonde d'Aquitainen ras, toch?

59/100 Fibre - glasvezel
Ook in LDF hebben ze glasvezel. Daar hoef je niet op aangesloten worden, maar het gaat wel sneller op internet én het is een paar euro duurder dan de gewone kabel. Ook de telefoon staat erop, maar ik heb het geprobeerd om sneller te bellen, maar ik moet je zeggen dat het even snel gaat.
Maar goed, ik heb me ingeschreven rond maart geloof ik en dan maar afwachten. Begin juli, nét toen onze eerste gasten arriveerden begonnen ze met het maken van sleuven langs de D13 en richting ons dorp. Tjee, wat een herrie en ik heb me toch even geëxcuseerd, maar de gasten zeiden dat het in Antwerpen ook altijd een herrie is en dat ze het niet erg vonden.
Ze zijn er een week mee bezig geweest, de herrie bleef want ze moesten bij ons de hoek om.
Met het leggen van de nieuwe kabel vanuit Maussac, waar een enorme kast is gebouwd om het glasvezel te regelen, zijn ze tot half oktober bezig geweest. De bedrijfswagens van de aannemer die het heeft aangelegd hebben zo'n 2 maanden langs de kant van de weg gestaan. In oktober kreeg ik dan bericht dat het klaar was en wanneer ik zou worden aangesloten. Dat hoorden we begin november, telefonisch ook nog en alles werd toen gelijk doorgenomen. Op 26 november konden we de kabelleggers bij ons thuis verwachten, want alles, inclusief de nieuwe Livebox 5, zou worden aangesloten en de heren zouden pas weggaan als alles het deed.  Spannend !! En het kon wel eens 30 x zo snel gaan als de gewone aansluiting. Mooi !!
Maar helaas, we kregen per SMS én E-mail een bevestiging dat de mannen pas op 3 december zouden komen. Nou ja, niet zo erg, want we konden best leven met de huidige aansluiting. Alleen deze is wat traag als je er met een stel op zit, dat gebeurt vooral wanneer je ook gasten hebt die vaak op "het apparaat" zitten.
Het was denk ik 30 november, toen we wéér een SMS ontvingen en dat de datum verschoven werd naar 8 december tussen 15.00 en 18.00 uur.
Geen probleem, we zijn toch thuis, ze regelen het maar. Echter de tijd van 8 december werd tussen 16.00 en 19.00 uur en een dag voor levering tussen 13.00 en 16.00 uur. Vandaag dus. Vanmorgen boodschappen gedaan en op de terugweg in Salviac werd ik om 11.30 uur door de monteurs in de auto gebeld dat ze er al waren. "J'arrive" riep ik, want de mobiele verbinding was erg slecht. Dus ik trapte het gaspendaal iets dieper in en toen ik thuis kwam .... was er geen monteur te zien. Enfin, dan maar even wachten en opeens belde hij weer dat ie beneden aan de berg bij het houten huis stond. Ik mét de auto daar heen, niemand, dus een heel rondje dorp en omgeving gereden. Verdorie, wat is dit?
Om 12.15 uur belde ze weer en vertelde ze dat ze op de hoek stonden en of ik even op de weg wilde gaan staan, hè hè, ze zijn er.
Maar toen ging het als een speer, de 2 monteurs wisten precies wat ze moesten doen, de ene zocht op waar de oude kabel de grond in ging en de andere bereidde de zaak voor in de put 100 meter verder. Er werden takken geknipt, grond verzet (met de handen) en toen uiteindelijk het gat was gevonden werd een trekkabel in de leiding geduwd, helemaal naar de put toe waar de andere man de glasvezelkabel aan vastmaakte en we de kabel naar ons toe trokken. Ja ... we, want ik heb ze wat meegeholpen. Toen waar de kabel de muur in moest, want ze vonden dat het oude gat te zichtbaar in de keuken was en ze wilde de kabel wat langer doortrekken om in één keer op zolder te kunnen aansluiten. Helaas werd dat na 2 keer boren met een boor van 60 cm opgegeven, de muren waren te dik, dus alsnog werd het 1e gat gebruikt, de kabel netjes achter andere kabels bevestigd naar de plek waar de oude livebox stond en in mum van tijd hadden ze verbinding en ik dus ook en klaar. Het was inmiddels 15.00 uur en ze wilde weggaan naar de volgende patiënt, maar bleven nog even want Berdien had een mok pittige courgettesoep voor ze klaarstaan, waar ze dankbaar gebruik van maakte. Toen au revoir en gelijk uitgeprobeerd. Inderdaad, internet ging veel sneller en alles doet het. Wow, het was wel een hoop geregel, maar nu het er ligt vinden we het zeker de moeite waard.


60/100 - tuin klaar?
15 december: ja
, blad opgeruimd, bomen gesnoeid, kerstverlichting op de cour, agenda ingedeeld voor de komende 2,5 week, niet meer dan 6, moet lukken, eerste boodschappen gedaan, haardhout genoeg ... ja, kinderen op de hoogte gebracht dat we dit jaar niet met de kerst onder elkaar zijn ... slik, en dan verder schrijven in mijn blogs, heb nog 38 te gaan om tot de 100 te komen (heb je ze allemaal al gelezen?) Philip Freriks is de komende 6 weken weer op de buis om te kijken wie de slimste is, Berdien houdt niet van spelletjes, behalve in de zomer een potje backgammon aan de pool met een koele witte wijn erbij en wat nu? Ik heb al enkele tegenstanders uitgedaagd en die zijn al vast aan het oefenen. Joepie, wat is het toch heerlijk hier !!


61/100 Leveranciers
Ja, da's even wennen. Huis kopen in LDF, beetje verbouwen of helemaal opnieuw beginnen en dan heb je hulp nodig.
Van een aannemer, grondwerker, elektricien, loodgieter, dakdekker, tuinman, een goed geoutilleerde brico, witgoed leverancier, chambre du commerce misschien, de gemeente om een aanvraag te doen voor de carport of je wilt een stuk aanbouwen, een aardige buurman, een leuke kroeg en/of een goed restaurant, etc. etc. etc.
Dan ga je afspraken maken en je bent al blij dat er na een tweede keer de telefoon wordt opgenomen. Alo ... ??? En jij in je beste Frans vertel je wat je van degene die aan de andere kant een toestel aan zijn oor heeft verlangt. Je moet het 2 of 3 keer herhalen en uiteindelijk komt het op een afspraak: volgende week dinsdag après midi.
Wow, fijn dat het zo snel kan. Je doet die dag een snelle lunch omdat de man eraan komt en trekt een schoon T-shirt aan. 2 uur komt en gaat, zo ook 3, 4 en 5 uur.
Verdomme denk je, hij zou toch komen? Je wacht tot 6 uur en dan begin je toch te twijfelen, maar uiteindelijk komt die man om kwart over 6. Korte navraag leerde dat die man eerst zijn werk moest doen en daarna met spoed naar jou toeging.  
Klopt helemaal, je kunt dus beter voortaan een tijd afspreken: à quelle heure?
Zo ook met de andere leveranciers, zo heb ik onlangs offertes gekregen van 2 plombiers: de eerste heb ik gebeld - gemaild - ge-SMS't en kreeg geen antwoord totdat na 3,5 week wachten onze wegen elkaar kruiste op een D-weg. Ik draaide mijn voiture en racede achter hem aan, gelukkig moest hij bij een garage stoppen en ik hield hem aan, ja hij kende mij wel. Had wel eens een klusje gedaan, maar had nog geen tijd om mij te antwoorden. Maar hij zou binnen een half uur bij ons zijn, dat werd uiteindelijk na 2,5 uur. De boel bekeken en hij zou een offerte maken, die heb ik vandaag, precies 4 weken na zijn bezoek. Ik had hem wel een bericht gestuurd of ik maar een ander moest bellen, maar hij zei: "morgen heb je het devis". Maar in die tussentijd had ik weer een ander gebeld die dezelfde dag een offerte stuurde, binnen 2 dagen langs kwam en volgende week kan hij het plaatsen. Dus ze zijn niet allemaal te druk of 'vergeetachtig'.
Een elektricien heeft bij ons de boel gerenoveerd, daar moest ik wel 6 weken op wachten, maar dat is normaal: een goeie elektricien heeft werk zat, eentje die gelijk kan beginnen ... daar heb ik mijn twijfels aan. Maar hij begon, totdat hij op een bepaalde morgen niet kwam. Ik belde en vraag naar de reden. Hij lachte en zei dat ie nog meer klanten heeft. Ik heb supertevreden over zijn kwaliteiten, maar de klus heeft 2 weken geduurd en hij heeft in 2 weken 40 uur bij ons gewerkt. Dus een uurtje later komen, een uurtje eerde weg, een morgen wegblijven, 2 dagen niet komen, etc.  Maar om de klus af te maken vertelde hij me 2 maanden later dat ie het zo druk had (35 projecten), of ik iemand anders wilde zoeken. En dat met slecht 1 werknemer in dienst en 1 stagiaire!!
Je went er wel aan, zolang het niet urgent is. Het hoort bij het Franse leven.
Heerlijk toch ... en we hebben een bijzonder voorjaar met hoge temperaturen, de boomknoppen komen uit, het gras begint weer te groeien, de vogels zijn met hun nesten bezig en wij, wij genieten nog steeds!


62/100 te gast in een restaurant
Heerlijk, we mogen al geruime tijd weer aanschuiven in een Frans restaurant. Wij hebben zo onze adresjes: in Cazals, st. Pompon, Besse, Daglan, St. Denis de Catus, Cahors, Vitrac, Cabrerets, Castelfranc, Marminiac, Penne d'Aganais, etc. etc. Gezellig, meestal met vrienden maar soms met ons tweetjes. We gaan dan voor het dagmenu, mits voorhanden, anders à la carte met (een) bijpassend(e) wijntje(s). Rood voor mij en Berdien drinkt graag wit of als het erg warm is nemen we een flesje rosé, die hele lichte dan. In een ijsemmer om lekker koud te blijven. Soms komen we in een nieuw restaurant, wat we niet kennen. Leuk, weer eens wat anders, terwijl de keuze reuze is natuurlijk. En wij houden ervan dat de maaltijd op een warm bord wordt geserveerd en dat het bestek van het voorgerecht weer wordt meegenomen. En dat je echt bediend wordt, dát merk je niet vaak. Maar niet altijd is het geslaagd te noemen. B.v. naar een nieuw etablissement in Gindou met vrienden waarvan er één vegetariër is. Wij niet ontevreden over de maaltijd, maar de vegetariër kreeg een bord groene sla met wat wortelsalade erop. Dat was het, terwijl we 2 dagen v.t.v. hadden gereserveerd. Jammer, want het ís een kwestie van koken en improviseren. De bediening was ook niet best, 3 jonge dames voor 2 tafeltjes. Maar iedere keer dat we wat nodig hadden moesten we ze roepen en 1 keer zelf ophalen, ze waren zo druk met elkaar! De 2e keer was bizar: dagmenu besteld en we kregen alleen het hoofdgerecht en moest het daarna ijsje ook nog afrekenen. Dus geen voorgerecht, geen saus bij het vlees, geen nagerecht (wat ik later op FB zag) én een stukje brillo tussen het vlees van één van ons. Maak je daar een opmerking over via een persoonlijk bericht, krijg je ook de wind nog van voren en hoef je niet meer terug te komen. Doen we beslist ook niet meer. Maar het gaat om communiceren en de gasten in de watten leggen. Vertel ons niks ... In een ander best chique tent in Gourdon werden we bediend door obers die een wedstrijd deden om het zo snel op tafel te zetten. Zelfs een ijsemmer rosé viel bijna om toen de ober al vertrok voordat ie het goed op tafel had gezet. Proeven en uitschenken hoorde er niet bij, immers de fles kostte "maar" € 28,00. Na verhaal te maken zei de eigenaar dat de fles € 32,00 zou gaan kosten en het dagmenu van € 23,00 ook € 5,00 duurder als er een extra sommelier bij moest. Wel heb je ooit !! Maar gelukkig houden wij van het gewone restaurantje, waar je nog als gast wordt gezien en niet als tafel zes.
Eet smakelijk en geniet ervan, ga 's middags en reserveer voordat je komt, da's fijn voor de keuken en je bent dan ook verzekerd van een plaatsje.  Bon appétit.

63/100 De jacht in het bos, veld en plas.

(Wie kent dat versje van "Loch Romdomdijn" nog?)
Wandelend in ons bos hoorden we in de verte een meute honden blaffen. Ze waren weer aan het jagen. Dit keer in ons 14 ha grote bos. De Fransen zijn gepassioneerde jagers. Wat het “second amendment” is in Amerika is hier in Frankrijk het recht van de jacht. Als je niet wilt dat er op jouw terrein gejaagd wordt, zul je dat zelf met bordjes aan moeten geven “Chasse interdit!” Je maakt je dan niet bepaald geliefd in de omgeving. Zo stapte mijn buurman, fel tegenstander van de jacht, op hoge poten naar de burgemeester om zijn beklag te doen over de jacht op zijn terrein. Maar ja, de burgemeester bleek ook voorzitter van de jachtvereniging . . .  Ikzelf, ook geen jachtliefhebber, heb 15 jaar geleden eens tegen de jagers geroepen: "I shoot the hunter", nou dat heb ik geweten, dus we lieten maar voor wat het was. Ondertussen schoten 2 everzwijnen in razende vaart langs ons heen, gevolgd door een woedende meute bloedhonden. Even later stonden we met een stel jagers te praten: ik vroeg aan ze: “Nu heb ik begrepen dat omwonenden ieder jaar een stukje vlees krijgen als dank voor gebruik van hun terrein. Wij wonen hier nu al 10 jaar, de kogels vliegen ons om de oren, maar we hebben nog nooit iemand van de jachtvereniging gezien.” “Ah bon! C’est vrai? We melden dat wel bij de club.” Ik dacht daar meteen het mijne van.
In onze omgeving wordt de drijfjacht bedreven, een vorm van jacht waar ikzelf niet veel waardering voor kan opbrengen. Als het dan toch moet, heb ik meer respect voor de solitaire jager die, één met de natuur, zijn prooi besluipt en op het laatste moment besluit of hij zal doden of niet. Nee, hier trekt een groep drijvers de bossen in met een meute bloedhonden of ruwhaar teckels. De jagers zitten dan lui op de vangrail langs de weg bij een weiland te wachten tot het wild de weg of weiland oversteekt om ze vervolgens rücksichtslos af te knallen. Nu blijkt dat zwijnen zich vaak verstoppen onder braamstruiken. Ruwhaar teckels kunnen daar perfect onderdoor ‘teckelen’ en blijven met hun borstelige vacht nauwelijks aan de doorns hangen. Bovendien wordt een zwijn niet bang van zo’n joekeltje. Hij kijkt achterom en gaat er vandoor. Zetten ze grote honden in, dan wordt zo’n zwijn bang en gaat direct in de aanval. Kans is groot dat de hond eindigt met een opengereten buik. Vaak doen ze de bloedhonden dan ook een leren schort aan en bescherming rond de poten. De snijtanden worden ook nog eens voorzien van stalen stifttanden. Zo’n beest ziet er dan behoorlijk angstaanjagend uit.  Het zijn hier voornamelijk de boeren die jagen. 
Zij kennen ruwweg vijf categorieën honden:
Erfhonden: dit zijn gevaarlijke loslopende blaffers, categorie dobermann.
Rottweiler: Bouvier die een hoop herrie maken, maar onder geen voorwaarde van het erf afkomen. Als je over een boerenerf wandelt, blijf dan toch maar uit te buurt. Zorg dat je een stok bij je hebt, niet om te slaan, het bij je hebben van een stok is al voldoende.
Kettinghonden: ook dit zijn zeer gevaarlijke bijtgrage beesten van de categorie pitbull. Zij liggen aan de ketting en zijn echt bedoeld om individuen met verkeerde bedoelingen uit de buurt te houden en in stukken te scheuren.
Jachthonden: categorie Beagles en Bloedhonden. Zoals de naam al aangeeft worden zij voor de jacht gebruikt. Zij zitten altijd in kooien om de simpele reden dat ze er anders vandoor gaan. Van jachthonden heb je weinig te vrezen. Het zijn lobbige goedzakken. Krijgen ze echter een wildgeur in hun neus, dan gaat er een knop om en veranderen ze plots, met name bloedhonden, in gewelddadige moordmachines, klaar om ieder everzwijn of hert in stukken te scheuren!
Drijfhonden: meestal Border Collies. Worden gebruikt om vee op te drijven. Zij blaffen niet veel, maar houdt ze in de gaten en kijk goed achter je!
Zij hebben de gewoonte achter je langs te sluipen en je onverwacht in de kuiten te bijten, wat ze ook bij het vee doen.
Ja, het leven van een Franse boerenhond gaat niet altijd over rozen!
De jachtperiode is tussen september en eind februari. Half februari stond ineens onze buurman en o.a. schapenboer, op de stoep met een grote bebloede plastic zak. “Wat is dit in hemelsnaam!” dachten we. In de zak zat een enorm ribstuk met schouderpartij dat al behoorlijk bestorven rook. We vroegen hem binnen voor een kop koffie, waarbij onze keuken zich onmiddellijk vulde met een enorme doordringende schapenlucht. “Alsjeblieft, namens de jachtvereniging!” zei hij. “Allemachtig, wat moeten we hier in godsnaam mee?” dachten we. We hebben alles in stukken gesneden en in de diepvries gedaan. Later hebben we er een stoofschotel van gemaakt. Het was heerlijk! Ieder jaar daarop kregen wij steevast een homp vlees, de ene keer ribstukken, de andere keer een schouderstuk. De achterbout ‘Gigot’ was steevast voorbestemd voor de elite troepen. De communicatie bij de jachtclub had dus klaarblijkelijk toch gewerkt.
Eind februari gingen we steevast naar de jagersmaaltijd. De jachtclub organiseerde ter afsluiting van het jachtseizoen hun fameuze jachtmaaltijd. Voor 14€ at je je helemaal klem. Het ritueel was ieder jaar exact hetzelfde.
Men verzamelde zich rond een uur of elf voor de apéro in de ‘gezellige ambiance’ van de salle de fêtes. Op een grote tafel lagen plastic bordjes met chipjes en pindanootjes. Er werd Ricard geschonken, zoete witte wijn en appelsap. Rond half een nam iedereen plaats aan lange tafels en begon de schranspartij steevast met een pizzapunt en werden enorme 5 liter kannen rode wijn op tafel gezet. Vervolgens een plak everzwijnpaté en fromage de tête. Dan kwam de daube de Sanglier geserveerd met een grote gepofte aardappel. Dan werden grote kommen sla op tafel gezet. Ondertussen werden op een groot houtvuur de hertenbiefstukjes klaargemaakt, die variërend van praktisch rauw tot doorbakken gegrild werden. De biefstukjes werden op een soort van ingenieuze in elkaar gelaste beddenspiraal gelegd, waarbij ze de hele zwik in één keer om konden draaien. Na de hertjes werden er grote hompen Roquefort en brood op tafel gezet en daarna het toetje zijnde een enorme punt abrikozen, perzik, appelvla. Ter afsluiting de koffie met een glaasje illegaal gestookte eau de vie.
Alles werd geserveerd op een kartonnen bordje waar je heel zuinig mee moest zijn, want je moest er de hele maaltijd mee doen. Wij namen dan ook steevast onze eigen borden, bestek en glazen mee. Een hertenbiefstukje snijden met een plastic mesje was niet echt handig.

De boeren gebruikten daar natuurlijk hun eigen ‘Laguiole’ mes voor, de minder kapitaalkrachtigen hun ‘Opinel’ mes.
Na de maaltijd kwam de burgemeester rond met een ijzeren koekjestrommel om de 14€ op te halen.
Één ding was zeker, aan het eind van de middag kon je geen pap meer zeggen en was je toe aan een stevige siësta waarbij je maag nog urenlang bleef door borrelen!

Bedankt Kees Wijnen ...

64/100 kaas

Een theorie met betrekking tot de ontdekking van het productieproces van kaas is dat het zo'n zesduizend jaar geleden bij toeval is ontdekt door nomaden.
Melk werd vaak bewaard in varkens- of rundermagen en als deze werden meegenomen, werd de melk voortdurend heen en weer geschud. Tijdens zo'n tocht kunnen de enzymen die van nature in de kalvermaag (de maagwand) zitten de zure melk veranderen in een vast (kaas) en vloeibaar (wei) gedeelte.

In 2011 werd ontdekt dat al 7000 jaar geleden kaas werd bereid in Polen, nadat men in potten na chemische analyse melkvetten had gevonden. Het betrof potten die doorboord waren geweest met strootjes tijdens het bakken, waardoor een zeef was ontstaan.
Kaas is een zuivelproduct met een vaste structuur.
Door het toevoegen van stremsel en zuursel worden de vaste stoffen in de melk (eiwitten, vetten en mineralen) gescheiden van het vocht (de wei). Voorts wordt zout en eventueel schimmels toegevoegd tijdens de bereiding van kaas.
Het Nederlandse woord voor kaas stamt van het Latijnse caseus, dat dezelfde betekenis heeft.

Kaas bevat, naast de hoofdbestanddelen dierlijk vet en eiwit, calcium en vitamines A, B en D. Studies hebben uitgewezen dat kaas gezond is voor de tanden.
Kaas wordt een 'levend' voedsel genoemd omdat er miljoenen bacteriën in leven en vaak ook schimmels.
Kaas wordt gemaakt van de melk van bijna alle gedomesticeerde herbivoren, dat is in verreweg de meeste gevallen van koemelk, geitenmelk en schapenmelk. Zo ook van buffelmelk, paardenmelk, kamelenmelk, rendierenmelk en jakmelk.

Is kaas eigenlijk wel vegetarisch?
Wist jij dat kaas eigenlijk niet vegetarisch is? Kaas bevat namelijk stremsel dat afkomstig is uit de maag van een kalf. Niet iedereen weet het, maar ook niet iedereen gaat er even streng mee om. Kaas is voor velen een grijs gebied; waar trek je de lijn? Sommige vegetariërs eten kaas wel, sommigen ook niet. Wil je graag toch helemaal vegetarisch eten, maar ben je een echte kaaskop? Dan helpen ik je met het uitzoeken van vegetarische kaas!

Wat is stremsel precies? Stremsel zorgt ervoor dat melk omgetoverd wordt in vaste kaas. Stremsel is een enzym uit de maag van een kalf. Stremsel uit de maag van een kalf is niet het enige soort dat er is.
Er is daarnaast ook nog genetisch gemodificeerd stremsel, waarbij een kalfsgen in een bacterie is toegevoegd. Het is in Nederland onduidelijk in hoeveel kazen gemodificeerd stremsel wordt gebruikt, omdat het niet op het etiket vermeld hoeft te worden. Biologische kazen mogen dit soort stremsel niet gebruiken. Het vegetarische alternatief voor deze twee soorten stremsel is microbieel stremsel.
Dit wordt gemaakt van micro-organismen. Kaas die hiermee wordt gemaakt, is vegetarisch.
Het zijn vaak de biologische kazen die vegetarisch zijn. Let er bij het kiezen op dat het etiket moet vermelden dat de kaas vegetarisch is.
Anders is er geen vegetarisch stremsel gebruikt.
Wil je helemaal vegetarisch eten? Er zijn gelukkig genoeg vegetarische kazen die met microbieel stremsel worden bereid. In veel kaaswinkels en natuurvoedingswinkels hebben ze vaak meerdere vegetarische, biologische kazen.

65/100 De geschiedenis van Citroën

De geschiedenis van Citroën is er eentje van iconische auto’s, maar ook van diepe dalen. Hoe een limoenman auto’s ging bouwen.  De oprichter en bezieler van Citroën, André Citroën, wordt in Parijs geboren op 5 februari 1878. Zijn roots liggen echter in Nederland, en meer bepaald Amsterdam, waar zijn overgrootvader handelaar is in groenten en fruit. Zijn familienaam is heel toepasselijk Limoenman, maar dat vindt die overgrootvader maar niets en hij laat de naam veranderen in Citroen. Zijn zoon, de vader van André, verhuist naar Parijs en moet vaststellen dat de Fransen geen raad weten met de uitspraak van Citroen. Om het zijn nieuwe medeburgers makkelijker te maken, wijzigt de naam subtiel in Citroën.  André Citroën trouwt met Giorgina Bingen, de dochter van een Italiaanse bankier. Als geboren ondernemer begint hij in 1905 een tandwielenfabriek. Daarna maakt hij fortuin met een munitiefabriek, om uiteindelijk in 1919 over te schakelen op de productie van auto’s onder zijn naam. Citroën introduceert de serieproductie in Europa en groeit meteen na WOI uit tot de grootste autofabrikant van Frankrijk en zelfs het hele Oude Continent.  Eén van de meest herkenbare merkemblemen uit de auto-industrie is ongetwijfeld de ‘double chevron’ van Citroën. De oorsprong ervan gaat terug tot 1905, toen Citroën nog een producent van tandwielen was.
De twee V’s verwijzen naar de typische vertanding van de tandwielen die Citroën op dat moment volgens een Russisch patent produceert. Het logo van Citroën is prominent aanwezig op de auto’s die in de jaren dertig worden gebouwd, zoals op deze Traction Avant die in 1934 zijn debuut beleeft.
In het begin van de jaren dertig worden bijna alle auto’s, ook de Citroëns van toen, via de achterwielen aangedreven. Er zijn een paar uitzonderingen, zoals de modellen van het Duitse Adler en Audi, die in kleine serie worden gebouwd. Als repliek concipieert André Citroën samen met zijn ingenieur André Lefèbvre de Traction Avant, letterlijk voorwielaandrijver, die in grote serie kon worden gebouwd.
De Traction Avant blijft in productie tot 1957. In totaal lopen meer dan 750.000 exemplaren van de montagelijn.
De Traction Avant bestaat in ontzettend veel varianten, zoals deze knappe Cabriolet. De Traction Avant wordt in zijn tijd geprezen omwille van zijn uitzonderlijke wegligging. De magie steekt in de combinatie van voorwielaandrijving met een onafhankelijke wielophanging en een laag zwaartepunt. Dat laatste is mogelijk omdat de auto geen afzonderlijk chassis heeft maar over een zelfdragende carrosserie beschikt. De ontwikkeling van de Traction kost echter handenvol geld en drijft Citroën naar het bankroet. Het bedrijf wordt in 1934 overgenomen door Michelin en André Citroën sterft in 1935 als een berooid man.
Tot de komst van de Traction Avant bouwt Citroën vooral eenvoudige en betaalbare wagens, een beetje in de geest van de Ford Model T. Na de overname door Michelin wordt het licht op groen gezet om weer een dergelijke auto te ontwikkelen maar dan met voorwielaandrijving, een uiterst lichte constructie en een kleine, eenvoudige motor. Het ontwikkelingsproject gaat van start onder de codenaam TPV of ‘Très Petite Voiture’. De lancering van wat uiteindelijk de 2CV zou worden, krijgt uitstel omwille van de Tweede Wereldoorlog. Na de vijandelijkheden worden vier verborgen prototypes ontdekt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zet Citroën de ontwikkeling van de TPV of de 2CV op clandestiene wijze verder. Citroën restaureert naderhand één van de prototypes. De 2CV is bedoeld als een betaalbaar transportmiddel voor wie op het platteland woont. Eén van de testen tijdens de ontwikkeling bestaat er dan ook in om door een weide te rijden met op de passagiersstoel een mand vol met eieren. De test is geslaagd als geen enkel ei breekt.  Naar aanleiding van het autosalon van Parijs in 1948 showt Citroën eindelijk zijn TPV of 2CV, die uitgroeit tot een symbool van mobiel minimalisme. Typisch is het oprolbaar canvas dak, de flapramen vooraan en een snelheidsmeter die niet zou misstaan op een brommer. De 2CV groeit vooral in de jaren zestig uit tot een symbool van vrijheid. Hij blijft in productie tot in 1990, goed voor een totaal van meer dan 3.800.000 geproduceerde exemplaren.
In Vlaanderen spreekt men van de 2PK, in Nederland hebben ze het over de Eend.
Op basis van de 2CV worden nog een hele reeks andere modellen ontwikkeld. Denk maar aan de Dyane, de Ami 6 en de Ami 8. De meest opmerkelijke is echter de jeepachtige Méhari, met zijn koetswerk uit kunststof. De Méhari belichaamt de ongedwongen sfeer die heerst aan de Côte d’Azur.  In oktober 1955 onthult Citroën op het autosalon van Parijs zijn fabelachtige DS. Na de eerste dag van zijn presentatie aan het grote publiek noteert Citroën meer dan 12.000 bestellingen. De auto wordt een demonstratie van het Franse kunnen. Het mag dan ook niet verwonderen dat Charles De Gaulle zich tijdens zijn presidentschap maar wat graag in een DS laat zien. Voor hem wordt zelfs een speciaal exemplaar met volledig open schuifdak gebouwd.
Citroën DS is zijn tijd ver vooruit, zoveel is zeker. Hij neemt de aandrijflijn van de Traction over maar vult die aan met een rits technische vondsten: vier schijfremmen, een bekrachtigde stuurinrichting en reminstallatie, een semiautomatische versnellingsbak en bovenal een hydropneumatische ophanging die voor een uitzonderlijk comfort en perfecte wegligging zorgt. Ook het interieur van ontwerper Famino Bertoni ziet er voor die tijd spectaculair uit. Kenmerkend is het één spakige stuurwiel, dat we later ook in andere Citroëns terugzien.
In de naoorlogse jaren worstelt Citroën met een probleem: in het gamma zit geen enkele middenklasser. Het aanbod beperkt zich tot enerzijds de minimalistische 2CV en de daarvan afgeleide modellen en anderzijds de gesofisticeerde DS. Die leemte wordt in 1970 ingevuld met de introductie van de GS. Het is de meest gestroomlijnde wagen van zijn tijd en in zijn genre de enige met een pneumatische ophanging. De GS blijkt echter niet zo betrouwbaar te zijn en ondervindt bovendien concurrentie van de Volkswagen Golf en het toenemend aantal Japanse modellen. Van de GS bouwt Citroën niettemin 1.874.754 exemplaren.  In hetzelfde jaar als de GS presenteert Citroën een nieuw topmodel, de SM. Deze riante coupé met meedraaiende koplampen is een sensatie, niet enkel door zijn opmerkelijke design. Onder de motorkap steekt een Maserati-motor, die helaas niet van de betrouwbaarste is. Van de SM worden iets meer dan 12.000 exemplaren gebouwd. Wie momenteel een dergelijke Citroën in zijn garage heeft staan, mag zich gelukkig prijzen. De SM is ondertussen van onschatbare waarde.
De recessie in de jaren zeventig en de toenemende concurrentie van vooral de Japanse constructeurs maakt dat Citroën afstevent op een financiële crisis, die uiteindelijk uitmondt in de overname door Peugeot in 1975. Van dan af worden heel wat Citroëns ontwikkeld die componenten delen met Peugeot-modellen, vaak ten koste van de eigen identiteit. Een voorbeeld daarvan is deze Saxo, die onderhuids eigenlijk een Peugeot 106 is.   Na de GS volgen achtereenvolgens de GSA, de BX (1983) en uiteindelijk de Xantia (1993). Het wordt de laatste middenklasser met een pneumatische ophanging. Hij deelt zijn aandrijflijn met de Peugeot 405. In 1994 introduceert Citroën de Xantia Activa met een actieve pneumatische ophanging. Het overhellen van het koetswerk in de bochten wordt geneutraliseerd door het aanpassen van de druk in de ophanging.
De DS blijft in productie tot in 1975. Hij wordt opgevolgd door eerst de CX en dan de XM. Beide auto’s slagen er nooit in het succes van hun roemrijke voorganger te evenaren. Uiteindelijk worden zowel de Xantia als de XM vervangen door de C5. De C5 was de laatste Citroën met een pneumatische ophanging.
In 2010 beslist PSA om de magische DS-typering van onder het stof te halen. Bedoeling is een heel gamma met premiummodellen op de markt te brengen. Dat gebeurt eerst met de DS3, als een concurrent van de Mini. Daarna volgen de iets grotere DS4 en het topmodel, de DS5, die hier naast de originele DS staat. Sinds eind 2014 is DS een apart merk binnen PSA.   Door de jaren heen heeft Citroën zich vooral geprofileerd als een constructeur van eigenzinnige en originele modellen. Met de C4 Cactus wilde Citroën dit imago opnieuw alle eer aandoen. Deze crossover werd in 2015 uitgeroepen tot ‘VAB-Gezinswagen van het Jaar’ in de categorie tot € 18.000. 
Tegenwoordig kun je al een 2CV kopen die electrisch rijdt, maar het omruilen van de motor kost al snel € 14.000,00.


66/100 Saint Vincent, de wijn drinker. 
Zoals elk jaar, op 22 januari, komen wijnmakers bijeen om hun patroonheilige te eren: Saint Vincent.
Rondom het vaatje wordt de nieuwe wijn gezegend.
Er wordt veel gezongen om de patroonheilige van de oogst te bedanken en dat hij voor goed volgend seizoen zal zorgen.
Daarna wordt er 'n rijk en sprankelend banket gedeeld met alle mensen die hebben bijgedragen aan het werk van de wijngaard
en wijn, deze traditionele afsluiter dag.  
St. Vincent was een diaken en martelaar van Saragossa (Spanje) in de vierde eeuw na Christus.
Waarom werd Saint Vincent patroonheilige van wijnmakers?  
Het slaat op de naam van Vincent: wijn voor de vrucht van de wijnstok en het percentage voor bloed.
Zijn verjaardag valt op 22 januari, deze datum markeert de wijnstok, het einde van de winterrust.

De legende beweert dat hij werd gemarteld in een pers wiel.
Snoeien stond er dit weekend op het programma, maar de kou stak daar een stokje voor.
Vooral in de Bourgogne en de Champagne wordt deze dag nog uitgebreid gevierd, met processies, missen en feestmalen.

Talrijk zijn ook de kerkjes die in de Champagne aan Saint Vincent gewijd zijn.
Hoe Vincentius, een diaken in Saragossa, patroonheilige van de wijnbouwers is geworden, is tamelijk duister. Verklaringen tieren welig, en variëren van een verband tussen vin en Vincentius tot een link tussen de druivenpers en de martelwerktuigen die Vincentius’ dood in 304 bewerkstelligden.
Want Vincentius was (is) een klassieke heilige, zo eentje die pal stond voor het geloof en onder helse pijnen stierf onder de handen van zijn vervolgers.
Het snoeien wordt soms in verband gebracht met de ezel van Vincentius, die lekker op wijnrankjes zou hebben gekauwd.
Enkele spreekwoorden die ik vond:
* Si le jour de la Saint-Vincent, le soleil luit comme un chapeau, on aura du vin plein le tonneau.   Als op de dag van Saint Vincent de zon schijnt als een hoed, zijn de wijntonnen straks goed gevoed.

* Si le jour de la Saint-Vincent est trouble, il met le vin au double.
Als St. Vincent's dag bewolkt is, verdubbelt hij de wijn.

* À la Saint-Vincent, le vin monte aux sarments.
Bij Saint-Vincent stijgt de wijn tot aan de wijnranken  

S’il gèle, il en descend.
Als het vriest, komt het naar beneden.
* Prends garde au jour de Saint-Vincent, car si ce jour tu vois et sens que le soleil soit clair et beau, nous avons plus de vin que d’eau.
Neem goed acht van de dag van Saint Vincent: als je die dag ziet en merkt dat de zon helder is, hebben we meer wijn dan water.

En het snoeien: dat wacht tegenwoordig niet meer op Saint Vincent.
Vaak wordt al in december begonnen met het onderhoud van de wijnstokken.
Gelukkig feest van St Vincent!

67/100 Léo Ferré

C'est extra, Jolie Môme en Paris canaille.
Léo Albert Charles Antoine Ferré (Monaco, 24 augustus 1916 – Castellina in Chianti, Toscane, Italië, 14 juli 1993, was een Monegaskische dichter, schrijver, componist, pianist en zanger.  Hij was een dynamische en controversiële persoon. Zijn carrière strekte zich uit vanaf de Tweede Wereldoorlog tot zijn dood in 1993. Hij bracht circa veertig albums uit, waarvan hij zelf de muziek en het merendeel van de teksten schreef. Een aantal van zijn chansons behoren tot de klassiekers van de Franse zangkunst, zoals Avec le temps
Léo Ferré was de zoon van Joseph Ferré, personeelsmanager bij het Monte Carlo Casino, en Marie Scotto, een Italiaanse coupeuse.
Hij had nog een twee jaar oudere zus, Lucienne. Toen hij zeven jaar oud was, maakte Ferré als sopraan deel uit van het koor van de Kathedraal van Monaco. Via zijn oom van moederskant, Albert Scotto, voormalig violist en directeur van de Opera van Monte Carlo, maakte Ferré kennis met de klassieke muziek van o.a. Beethoven (gedirigeerd door Arturo Toscanini ) en Maurice Ravel.
De Opera van Monte Carlo maakt deel uit van het Monte Carlo Casino en werd in 1878-79 gebouwd door Charles Garnier.
Met negen jaar werd Léo Ferré door zijn vader naar een katholieke kostschool in Italië gestuurd, waar hij zeven eenzame jaren zou doorbrengen. Gedurende deze tijd componeerde hij al een kyrie voor drie stemmen en een lied op het gedicht Soleils couchants van Paul Verlaine. Hij las in deze tijd ook werk van schrijvers als Voltaire, Charles Baudelaire, Paul Verlaine, Arthur Rimbaud en Stéphane Mallarmé. Zijn vader wilde niet dat Léo Ferré zich op het conservatorium liet inschrijven, dus vertrok Ferré in 1935 naar Parijs om daar rechten te gaan studeren. Gedurende deze periode leerde hij piano te spelen en ontwikkelde hij zijn schrijverstalent verder. In 1939 keerde hij terug naar Monaco met een diploma politieke wetenschappen op zak en werd in datzelfde jaar gemobiliseerd.
In augustus 1940 werd hij demobiliseerd.  Op 2 oktober 1943 trouwde Ferré in Issy-les-Moulineaux.
Aan het begin van de zomer van 1946 vertrok Léo Ferré definitief naar Parijs, waar hij voor drie maanden een contract had bij het bekende Parijse cabaret Le Boeuf sur le toit. Het werden zeven psychisch en financieel uitputtende jaren in Parijs, met uiteindelijk een klein stukje erkenning toen enkele bekende zangers en zangeressen, o.a. Edith Piaf, Henri Salvador en later ook Yves Montand en Les frères Jacques, zijn teksten gingen vertolken.
Maar het was Catherine Sauvage die voor zijn doorbraak verantwoordelijk was. In 1947 sloot hij zijn eerste contract met de platenmaatschappij Le chant du monde, die gelieerd was aan de Franse Communistische Partij.
Vanaf 1948 maakte Léo Ferré deel uit van het libertaire (anarchistische) circuit in Parijs en nam deel aan alle optredens die werden georganiseerd door de anarchistische krant "Le Libertaire" en de Franse Fédération anarchiste, die deel uitmaakt van de Internationale van Anarchistische Federaties.
Tijdens zijn leven weigerde Ferré in 1986 om de Grand Prix de la chanson française te ontvangen. Ook weigerde hij de rang van commandeur in de Franse Orde van Kunsten en Letteren. 
In 1950 eindigde zijn eerste huwelijk met Odette Schunck in een echtscheiding en in dat jaar leerde hij Madeleine Rabereau kennen, met wie hij in 1952 trouwde. Madeleine werd zijn muse, die Ferré’s eerste commerciële succes Paris canaille (Schofterig Parijs) uitbracht in 1953 op het album met dezelfde naam. De meeste teksten en de muziek werden geschreven door Léo Ferré. Dankzij het chanson Paris Canaille was Ferré eindelijk uit de financiële problemen. Paris canaille werd vooral beroemd door Catherine Sauvage.  In 1953 tekende Ferré een nieuw contract met de platenmaatschappij Odéon. Op dit album staat ook het chanson Le Pont Mirabeau, gebaseerd op een gedicht uit 1912 van Guillaume Apollinaire , waarbij het verdwijnen van de liefde in de loop der tijd vergeleken wordt met het water van de Seine die onder de Pont Mirabeau.
In 1959 had Léo Ferré geen contract bij een platenmaatschappij, maar hij bleef heel actief. In september van dat jaar vertolkte Ferré de eerste versie van het chanson L’Age d’or. Ook schreef hij in deze periode 51 chansons. In 1960 tekende hij een contract met Eddie Barclay, een Franse producer die veel artiesten ontdekte en bekend maakte, zoals Dalida, Charles Aznavour en Mireille Mathieu (Thank you Satan, 1961) die tekeer ging tegen zijn tijdperk. Sommige chansons waren op de radio verboden. In 2003 werd er postuum een album uitgebracht met de naam Les Chansons interdites ... et autres. Ferré was afwisselend sarcastisch, bitter, spottend (Les Parisiens), antimilitaristisch (Miss guéguerre), ironisch en sexistisch (Les femmes), teder (Nous deux), romantisch (Vingt ans), een anarchist, waar hij een kasteel Chateau de Pechrigal (Pech Rigal, 46300 Saint-Clair) uit de zestiende eeuw had gekocht. Zij adopteerden een chimpansee, die ze als een dochter overal mee naar toe namen. Tussen 1963 en 1968 woonde Léo Ferré met zijn echtgenote Madeleine Rabereau in het Franse departement Lot.
In 1968 ontstond er een breuk tussen Léo Ferré en Madeleine Rabereau. In het trieste chanson Avec le temps beschreef Léo Ferré in 1969 zijn diepe en bittere teleurstelling in de liefde. Vanaf 1990 sloot Ferré al zijn optredens af met Avec le temps, waarbij hij het publiek vroeg om niet te applaudiseren om vervolgens in stilte het podium te verlaten, zonder weer terug te komen. In 1975 dirigeerde hij ter gelegenheid van zijn album Ferré muet dirige diverse orkesten zoals het Orchestre Philharmonique Royal de Liège het Orchestre Pasdeloup in het Palais des congrès de Paris, waarbij hij ook zong. In 1976 tekende Ferré een platencontract met CBS. Dit werd het laatste contract dat hij afsloot, want in 1979 besloot Ferré om zelf zijn platen uit te brengen. In eigen productie verscheen in 1983 ook L’Opéra du pauvre die twee uur en zeventien minuten duurde, en de L’Opera des rats. Nog altijd heel actief ging hij op een maraton-tournee in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Italië, België, Canada en Japan.
Het laatste optreden van Léo Ferré was op 13 september 1992 tijdens het "Fête de l’Humanité" (ook wel: "Fête de la Révolution" genoemd).
Op 14 juli 1993 overleed Léo Ferré thuis in Toscane op 76-jarige leeftijd. Hij werd in besloten kring begraven op de begraafplaats in Monaco, waar ook Joséphine Baker (zij werd in 2021 herbegraven in Parijs), Anthony Burgess en Roger Moore.

68/100 Vlees op de BBQ
Het lekkerste vlees koop je bij je eigen slager. 
Je moet er vertrouwen in hebben en hij moet toch wel enige ervaring hebben. Maar dan?
Als je het hebt over genieten van vlees, dan heb je het al snel over de barbecue. En dan niet over het soort waarbij je sateetjes verbrandt boven een veel te heet vuur, maar over barbecueën als kooktechniek. Gebruik je barbecue als grill, oven of smoker en je maakt alles zelf wat je tot nu kant-en-klaar kocht.
Een hamburger of een steak is een peuleschil, qua bereiding, en voor een braadstuk zoals een picanha draai jij je hand niet om.
Ik help je graag een stukje op weg om een echte barbecueër te worden.
Hoe begin je?
Je hebt je voorgenomen om echt te leren barbecueën. Waar ga je mee beginnen? Allereerst moet je een en ander leren over je barbecue, en vervolgens over vlees en wat het doet. Je barbecue heeft een deksel. Dat wil zeggen, je barbecue hoort een deksel met thermometer te hebben, anders kun je de temperatuur niet goed controleren.

En daar komen we op het geheim van koken op je barbecue:
Temperatuur
Op twee punten moet je de temperatuur gaan meten: onder de koepel en in het vlees. In het geval van een steak of een hamburger heb je een trucje om te kijken wat de garing is. Voor ieder stuk heb je dus een combinatie van twee temperaturen en daarmee zorg je voor de perfecte garing: je bereidngs temperatuur en de kerntemperatuur. Een steak bijvoorbeeld, kun je bereiden op een garings temperatuur van 180 - 200 graden C. en de doeltemperatuur voor de kern is 55 graden (dat is medium). Als je die twee onder controle hebt ben je al goed op weg om het barbecueën onder de knie te krijgen.
Low&Slow
En als je dat eenmaal onder de knie hebt zul je ontdekken dat een burger of een steak niet zo moeilijk is. Tijd voor het volgende project: spareribs.
De techniek voor spareribs is weer heel anders. Spareribs worden ongegaard en ongekruid ingekocht en worden nooit maar dan ook nooit gekookt.
Dan spoel je de smaak uit het vlees en je maakt de vleesstructuur kapot. Nee, je gaat ze garen op de barbecue, op lage temperatuur en ook 'indirect'.
Indirect wil zeggen dat je de barbecue voorbereid zodat het vlees wel de hitte krijgt maar niet boven de vlammen ligt.
Je maakt een deel vrij waar geen kooltjes liggen. Dat wordt je indirecte zone.
Oersmaken
Ooit liep er een rund op deze aardbol rond die we beschouwen als de voorloper van alle runderrassen: het oerrund of Bos Primigenius.
Hoewel het oerrund is uitgestorven, vind je rassen met allerlei verschillende eigenschappen.
De Friese Holsteiner geeft enorm veel melk, de Angus is een echte vleeskoe en de Rubia Gallega is een werkos, naast melk- en vleeskoe.
Ieder ras heeft andere kenmerken en je kunt je voorstellen dat het vlees telkens andere smaaktonen kent. Wat je ziet is dat de laatste decennia rassen zijn doorgefokt op zo weinig mogelijk vet. En dat is jammer. De oorspronkelijke rassen hebben een goede vetaanzet en dat draagt bij aan smakelijk vlees.
Smaken zijn namelijk vluchtige stoffen die opgeslagen zijn in de vetten. Volledig mager vlees heeft dan ook niet zoveel smaak. Is dierlijk vet dan niet slecht voor je? Ik hoor die vraag vaker en het antwoord is: nee. Een beetje vet levert energie net als andere voedingstoffen. Teveel energie innemen, ja dat is dan weer slecht voor je, maar dat is niet de schuld van vet. In Nederland kennen we meerdere runderrassen. De koe die we het vaakst zien is de zwart-witte melkkoe, de Friese Holsteiner. Oude rassen kennen we ook en die bieden vaak mooi vlees. Voorbeelden zijn de Blaarkop, de Lakenvelder en de Brandrode. Deze koeien werden van oudsher gehouden als dubbeldoel-koe, dus voor melk en voor vlees. Deze runderen leveren vaak mooi vlees op met een rijke marmering.
Met recht een duurzaam Hollands streekproduct.
Buiten Nederland zien we rassen zoals Angus, Hereford, Blonde d’Aquitaine, Rubia Gallega, Wagyu, etcetera. Angus en Hereford zijn typische vleesrassen met een oorsprong in Engeland. Stevige kleine dieren die mals vlees voortbrengen met een redelijke marmering. Boordevol smaken (smaaktonen) meer dan andere rassen. Wil je zo’n rijpe smaak proeven? Probeer dan de Schotse Aberdeen Angus. De Black Angus is weer een heel ander rund, hoewel hij vaak verward wordt met de Aberdeen Angus. Black Angus is een stamboek dat is ontstaan in de VS. De runderen zijn groter en marmering van het vlees is rijker.
De smaak is notig en romig maar niet zo diep als de Aberdeen Angus. Het is maar net waar je van houdt. De Wagyu heeft zich eeuwenlang ontwikkeld in Japan, zonder gekruist te zijn met andere rassen, en staat bekend om zijn zeer rijke marmering en typerende smaak die je bij geen enkel ander ras tegen zult komen.
Eerlijk vlees
Vlees moet lekker zijn maar ook duurzaam. Plofkip bijvoorbeeld willen we niet op ons bord hebben en ook varkensvlees moet van boeren komen met respect voor dier en milieu. Dat vind ik ook en daarom kies ik voor duurzaam vlees zoals Gildehoen kip, Wroetvarken varkensvlees en het lokale Bommelse Blonde rundvlees uit de Bommelerwaard.
Vuur en vlam
Je hebt vuur en je hebt vuur. Met vuur bereiden we het vlees maar de manier waarop maakt nogal verschil. Uit de pan is echt anders dan uit de oven en een barbecue geeft extra smaak. Als je dan gaat voor het mooiste resultaat bevelen we de barbecue aan boven pan of oven, ook als het hartje winter is. Waarom? Met de oertechniek van open vuur voeg je smaak toe en als je de techniek onder controle hebt, kun je spelen met temperaturen, garing, rooksmaak en ‘bark’. Reken dus maar dat barbecueën een kunst is die je moet leren beheersen. Als je dat voor ogen houdt kun je een begin maken met het aanleren van technieken en het leren controleren van je barbecue. Daar kun je een studie van maken, maar hoeft natuurlijk niet. Ga lekker aan de slag en leer iedere keer iets bij, dan ben je op weg om een echte pitmaster te worden. Terwijl je oefent op je skills leer je ook je vlees beter kennen. Er is nogal wat verschil in kwaliteit.
Een ribeye van een graangevoed vleesrund gaat het echt winnen van de melkkoe. Een brisket van een dikbil? Ik kan het je niet aanraden.  De ervaring heeft ons geleerd welke snitten je van welk rund of varken moet hebben. Een brisket of picanha van het Wagyurund, een ribeye van het Uruguyaans grain-fed rund, de short ribs van het USA grain-fed rund, Botson Butt van het Wroetvarken, ga zo maar door.
Verleg je grenzen
Ontdek zelf de oersmaken en probeer eens wat nieuws op de barbecue. Een flank steak bijvoorbeeld, is een malse biefstuk uit de flank die vroeger bij ons bekend stond als vinkenlap. De bereiding voor rood gegeten rundvlees is niet moeilijk als je de basis onder de knie hebt.  
De basisregels zijn:
1. Zorg dat je vlees op kamertemperatuur is.
2. Bescherm het met een dun laagje olijfolie.
3. Houdt je barbecue stabiel op ongeveer 180/190 graden.
4. Grill met gesloten deksel en zorg daarmee dat de garing gelijkmatiger is en je geen last hebt van vlammen.
5. Draai een steak één keer, niet vaker. Te vaak draaien zorgt voor een onrustige garing zodat het vlees taai kan worden.
6. Het moment van draaien (bij een steak) is wanneer er vocht te zien is op de steak.
7. Gebruik bij een steak de truc met de vingers: rare, medium, medium/well, well done
8. Gebruik een vleesthermometer bij grotere stukken, 55 graden voor medium.
9. Gebruik mooi zout (zeezout, fleur de sel, keltisch zout, geen jozo) dit mag vooraf.
10. Gebruik peper uit de molen, achteraf.
Roken
Experimenteer ook eens met het roken van vlees of vis. Buikspek bijvoorbeeld, is heel geschikt om je eigen bacon te roken. De garing vindt plaats op een graad of 90, het buikspek moet een kerntemperatuur van 70 graden bereiken.
Veel bak en grillplezier !!

69/100 Met z'n 2en ...
Wat is het fijn als je met z'n 2en bent, want met iemand erbij is het allemaal veel gezelliger.  Als er één bijkomt, dan is de aandacht al snel weg en als je alleen bent krijg je minder aandacht.  Maar met z'n tweeën zijn is een geluk.
Ik dacht er vandaag aan, het is 22.2.22. 
Dat is 5 x 2, dat komt toch nooit meer voor.
Besef je dat? En dat amper een week na Valentijnsdag, dat één van de 2 ook al in het zonnetje stond. Of alle 2.
Samen eten, samen in de auto, samen een ballonvlucht maken, samen een fietstocht maken, samen zeilen, samen naar de bios, samen gezellig thuis blijven, samen voor de open haard, samen die fles leegdrinken, samen aan een tafeltje aan de boulevard, samen op vakantie, samen naar de kids, samen zijn, samen zijn, samen zijn.
Potverdriejandubbeltjes, wat een geluk als je met z'n 2en bent. Ik denk dan gelijk aan de mensen die alleen zijn, die bijna alles alleen doen.
Kom lieve mensen, zoek de 2e.
Ik zag een tekst voorbij komen met: "een relatie is met z'n 2e problemen oplossen die je alleen niet hebt".
Ja, makkelijk lullen, maar sommigen komen daar ook weer niet uit en dan ben je weer alleen. Laten we eens meer naar elkaar omkijken, het mag weer.

70/100 Karamel
Karamel, we zijn er dol op! Máár het zelf maken van die goddelijke goudbruine saus is nogal een uitdaging.
Gelukkig deelt Vincent zijn tips en tricks voor een perfecte karamel.  Of het nu gaat om een lekkere taart, een chocoladereep, doodgewone koekjes of een kop latte: karamel erin of erop maakt het allemaal net wat lekkerder. Bovendien heb je helemaal niet veel nodig voor een heerlijke karamel, alleen suiker, wat handigheid én oplettendheid. Want voordat je het weet brandt de karamel aan of kristalliseert de suiker. Voor het maken van de perfecte karamel, kun je kiezen uit twee methodes: de droge of de natte.
Droge methode:
voor de droge methode heb je alleen suiker en een pan nodig. De hoeveelheid suiker is compleet afhankelijk van wat je ermee wil gaan doen. Voor een klein schenkpotje is 150 á 200 gram suiker voldoende. Om de karamel te maken zet je een pan op laag vuur en voeg je in delen de suiker toe. Het toevoegen van de suiker doe je beetje voor beetje zodat de suiker geleidelijk aan kan smelten en langzaam kan karamelliseren. Door de suiker langzaam te laten smelten, voorkom je dat het aanbrandt. Daarnaast mag je met deze methode beslist niet roeren wanneer de pan op het vuur staatAnders krijg je klonten in je karamel.
Natte methode:
voor de natte methode gebruik je naast suiker ook water. Ook hier is de hoeveelheid afhankelijk van wat je ermee wil gaan maken. Wel is er een vuistregel qua verhouding: per 100 gram suiker, voeg je 3 eetlepels water toe. Om de karamel te maken voeg je al het suiker en water toe aan de pan en zet je deze op laag vuur. Laat het langzaam verwarmen om de suiker te smelten. Bij de natte methode mag je in tegenstelling tot de droge methode wel roeren wanneer de pan op het vuur staat. Wanneer het geheel is gesmolten, kun je beter stoppen met roeren. Anders komen er spetters tegen de rand en kan de suiker verbranden waardoor je karamel te donker wordt. Om dit te voorkomen kun je met een nat kwastje de rand van de pan insmeren.
Wanneer gebruik je welke methode?
Zowel de droge als natte methode is te gebruiken voor elk recept waarin karamel op de ingrediëntenlijst staat. Maak je voor de eerste keer karamel? Dan adviseer ik de natte methode. Deze duurt weliswaar wat langer, maar is een wat veiligere manier omdat de kans dat het aanbrandt minder groot is.
Tip:  laat de achtergebleven karamel in de pan uitkoken met water op het fornuis. Dat scheelt enorm schrobben tijdens de afwas.

71/100 Met de elektrische auto op vakantie.
Onze vrienden W & R bellen op: "hoi, komt het uit dat we het weekend naar jullie toe komen?"
Even in de agenda gekeken en gezegd dat het geen probleem is. Ze hebben een nieuwe auto gekocht ... met een accu. Dat willen ze op de afstand van ruim 1.000 kilometer wel even uitproberen.
Het is half mei, de schoolvakanties zaten erop en ze verwachtte geen extra drukte op de tolwegen. Maar ja, je moet zo af en toe wel even stoppen om de hond uit te laten, de benen te strekken, kopje koffie met een bezoek aan het toilet en ondertussen ... de accu opladen. Dat blijkt zo eenvoudig te zijn op de route Antwerpen - Gent - Lille - Parijs - Orleans - Chateauroux - Limoges - Brive - Cahors - Toulouse en verder. Oké, tot Parijs ging het wel, maar tussen Parijs en Brive bleken weinig oplaadstations te zitten. Loopt Frankrijk daarmee dan zo achter? Ze hadden verschillende kaarten bij zich: van de ANWB, Volvo, Ulys - Vinci, etc. maar om de accu(s) van je "statusblik" op voldoende peil te brengen zodat je niet stil komt te staan, moet je toch van de autoroute af. Ook niet ongezellig, want het platteland begint daar erg mooi te worden.
Maar niet alle laadstations zijn hetzelfde, openbare laadpunten leveren meestal een vermogen tussen 3.7 en 11 kilowatt. Sta je bij een lage, dan duurt dat langer dan bij een hoge KW laadpaal. Je moet het combineren met een lunch, of een rustpauze, of om de hond uit te laten. Maar houdt er rekening mee dat het veel langer duurt dan als je bij een benzinepomp staat. Een reis naar je vakantieadres is niet altijd duurder of goedkoper als je in een diesel - benzineauto of elektrisch rijdt. Met elektrisch rijden moet je soms ook wel een overnachting incalculeren.
Ik zou hier best nog meer over willen vertellen, maar ik heb zelf hier nul ervaring mee, behalve van gasten die ons komen bezoeken. Ik heb nu al een paar keer gehoord dat men bij een laadstation aankwam met een laag KW gehalte of dat er drie wachtende voor ze waren of dat ie er gewoon niet was of defect was. Daar sta je dan en je kunt nog maar 40 kilometer totdat je "blik" geen vermogen meer heeft. Ik zou zeggen, kom niet met een elektrische "bolide", tenminste, niet met eentje die een klein bereik heeft en zoek goed uit waar je je voiture goed kunt opladen en kijk ook uit naar een andere dichtsbijzijnde laadstation. Want als het station waar jij wilt bijladen druk bezet is, of kapot is of wat dan ook, dan moet je een alternatief hebben.
Ik wens je tóch een goede reis.
Lees ook: 
https://dutchmobilityinnovations.com/.../vakantie-met...

72/100 Alweer die muggen
07.08 uur dinsdagmorgen.
Gisteravond film gekeken, het werd laat maar dat was geen probleem want we konden lekker uitslapen.
Om 05.46 ik werd ik wakker van het meest irritante geluid dat je je maar kunt bedenken……
Juist. Een mug! 
In een reflex trek ik het dekbed tot over mijn oren, geen lichaamsdeel mag uitsteken.
Ha, die pakt mij niet meer. Ik doezel weg, om na een paar minuten klaar wakker te zijn vanwege oververhitting.
Zwaar geïrriteerd, vermoeid en lek gestoken sleep ik mezelf het bed uit. Ik vervloek die mug en krijg moordneigingen. 
Ik weet het, heb uw naaste lief, gij zult niet doden. Volgens de Boeddhisten zijn muggen misschien wel reïncarnaties van onze voorouders.
God, wat moeten dat etterbakken geweest zijn in hun vorig leven! 
In mijn visioen zie ik de mug geplet zijn tegen mijn pas geschilderde, avondzongele muur.

Even gaat er een rilling van afschuw door me heen……
Dan zie ik de rode vlek, van al het bloed dat die verrekkeling van me gestolen heeft.
In het midden zie ik een verkreukeld muggenlijfje, met nog een stuiptrekkend pootje, hij zoemt zijn laatste zoem uit.   Ha, Victorie is mine!
Na dit gemijmer besluit ik dat zo’n muggenjacht ook wel erg vermoeiend is en daarbij weet het kreng zich erg goed schuil te houden.  Ik twijfel, terug naar bed? Nee, te veel ergernis.
Opstaan en hopen dat ik vandaag ergens spontaan in slaap val.

Waar die hangmat wel niet goed voor is.  Ik heb mijn naaste lief, zolang hij maar geen mug is!
(Bericht van Monique Barten 2014)

73/100 Bedwantsen of oogstmijt (hooimijt of aoûtat)?

Daar zitten nogal wat verschillen in.  De eerste vind je in je huis en de 2e buiten in de tuin waar het gras wat hoger staat. Het zijn allebei ieniemienie kleine wezens die je haast niet met het blote oog ziet.
Bedwantsen zijn moeilijk te herkennen. Dat je geen bedwantsen ziet, hoeft nog niet te betekenen dat je geen last hebt. Ze zitten bijna de hele dag verborgen in kleine scheuren en kieren. Alleen om te eten komen ze uit hun schuilplaats. Volwassen bedwantsen zijn gemiddeld vijf millimeter groot. Het vrouwtje is vrijwel altijd groter dan het mannetje: soms wordt ze wel 8 mm groot.
Veel mensen komen er pas achter dat ze bedwantsen hebben zodra de beten op beginnen te vallen. Maar zelfs dan kan een plaag al lang aanwezig zijn, omdat mensen verschillend reageren op beten van bedwantsen. Het is een klein insect dat vooral in bedden en matrassen van hotelkamers leeft.
’s Nachts kruipt de bedwants op je huid om bloed te zuigen.  Op de plek van de beet ontstaat een bultje dat jeukt.
De bultjes verdwijnen vanzelf. Controleer bed, matras en beddengoed voordat u ergens gaat slapen. Zet uw koffer op een rekje of in de badkamer. Dan kruipt de bedwants niet in uw bagage. Schud en klop al je bagage buiten uit, voordat je je spullen weer inpakt en thuis uitpakt.
Was uw kleding en beddengoed op ten minste 60 graden.

De aoûtat of hooimijt is een bloedluis van ongeveer 0,3 mm groot met een lichaam dat bedekt is met dichte, korte haren.
De felrode larve heeft slechts 3 paar poten en is 0,2 mm groot , maar heeft 4 paar poten als hij tot pop is uitgegroeid . Zijn organen zijn al aangepast aan een bijt-zuigend gedrag. Deze kleine en onplezierige beestjes leven in het gras wat net iets hoger staat en springen op je als je er doorheen loopt. Zelfs op je kleren om daarna naar een lekker warm plekje op je lijf te gaan zitten. Op de benen komen ze het meeste voor, het wordt binnen 24 uur een jeukende bult en als je gaat krabben wordt dat uiteindelijk een klein kratertjes wat heel lang duurt voordat dat geneest.
Ik heb een tip als je merkt dat je last hebt van de beestjes:
Gebruik een zalf tegen de jeuk (met menthol). Krab niet aan de bultjes, anders krijg je littekens. Bultjes verdwijnen meestal vanzelf, net als muggenbulten.
Koop een flesje pure alcohol bij de apotheek of drogist en ga met een wattenstaafje over dat plekje heen, zodat je het goed reinigt. Meestal is het beestje al weer weg, maar als ie er nog zit maak je het dood door de alcohol. De jeuk verdrijf je door een zalf te kopen met antihistamine.
Berdien maakt een eigen middeltje wat uitstekend helpt tegen insectenbeten: olijfolie met de gele bloemetjes van het Sintjanskruid die je rond de junimaand kunt vinden. Als je dat maakt moet je het wel een paar weken in de volle zon zetten, het goedje wordt dan vol rood. Dit helpt uitstekend tegen welke jeuk dan ook !!
TIP: Doe in een weckpot 1/3 Sintjanskruid en vul de pot verder met gewone olijfolie.

Na drie weken door keukenpapier filteren en doe het dan over in kleine flesjes, zodat je waar je ook bent het altijd in je buurt hebt.

74/100 Geen corona, maar wat dan?
Moi?? Ik heb al bijna 8 weken de griep, een hardnekkige wat wellicht een corona variant moet zijn. Zonder dat het zich laat zien in de Covid-tests, ik heb mijn smaak nog, mijn longen zijn prima en ik heb geen koorts. En met mijn eetlust is niks mis mee, wel snel moe. 
Maar wel kortademig, keelpijn op en af en hoesten, die vreselijke kriebelhoest, vooral 's avonds.  En snotteren. Geen wijntje bij het eten, geen gezellig onderonsjes met vrienden, neen, dit is niet leuk.
Maar wat ik wel mag is een "Hot Toddy", niets Frans aan, maar best lekker en ik slaap er prima op.  
Ik hoop er snel vanaf te zijn en dat jullie er geen last van hebben of krijgen. 
Besmettelijk hoor ik je al denken? Zeker zeg ik, anders was ik er niet aan gekomen.
Anderen zeggen dat het niet zo is, maar het heerst wel. 
Op je gezondheid !!

75/100 Transport van en naar LDF
Als je met de auto naar Frankrijk rijdt en terug naar België of NL, dan kom je onderweg veel vrachtwagens tegen: autobrandstof, koeltransport, veetransport, bulktransport, die witte busjes met een Oost Europees kenteken, die kleinere bestellingen kriskras door Europa vervoeren, etc. etc. etc. maar ook verhuisbedrijven.
Ik heb er een 2 dozijn van opgezocht om mee te werken aan vragen van medelanders voor het vervoeren van hun hele of halve inboedel, een kast, 3 pallets materiaal, een zeilboot en andere zaken van en naar Frankrijk. Die service zou ik graag willen geven aan mijn 2.400 +/+ leden van Vice Versa (facebook Vice Versa meerijden met medelanders).
Van van de 24 bedrijven hebben slecht 2 gereageerd dat zij werk genoeg hadden en niet willen participeren met de groep. Dat vond ik een enorme tegenvaller, want je komt een hoop mensen tegen die zo'n transporteur nodig hebben. Bij een vraag bij mijn leden of daar behoefte aan was, waren er 50 (28.2.23) positieve reacties. Dus dat aantal kun je wel verdubbelen en zit je op 5 %. Ik blijf natuurlijk wel verder speuren naar bedrijven die wél hun goede naam willen verstrengelen met één van de snelst groeiende FB-groepen. En als je onderweg goed kijkt naar de logo's en kentekens van de vrachtwagens, kom je er heel veel uit België en Nederland tegen.
Ik heb een goeie ervaring met een transporteur die één van onze kennissen heeft verhuisd van Nederland naar Frankrijk. De oplegger, de langste die ik ooit heb gezien, werd voor de deur van het oude huis geparkeerd en de mensen hebben zelf die oplegger gevuld met hun huis en kantoor spulletjes. Vervolgens kwam de chauffeur met de trekker de oplegger ophalen en die werd in anderhalve dag naar het nieuwe huis in Zuid West Frankrijk gereden.
Aangezien de oplegger niet bij het huis kon komen werd de combinatie op een vlakbij gelegen parkeerplaats gezet en heb ik met het echtpaar én vrienden met 2 aanhangwagens geholpen om de boel naar het huis te rijden. De 2 chauffeurs hielpen daarbij een handje en binnen 6 uur was de wagen leeg en kon de truck zijn weg vervolgen. Terug naar NL. Leeg !! Jammer, want als ik dat had geweten zou iemand die juist terug wil naar NL daar gebruik van kunnen maken en zijn inboedel of goederen mee kunnen geven. Dus het gaat om: samenwerking, elkaar in de Vice Versa groep op de hoogte brengen van wat er komen gaat, zodat je eropin kunt haken. Zo bespaar je kosten, want zo'n bedrijf die 4 dagen onderweg is, zal best een paar stuivers kosten.
Tuut - tuut !!

76/100 Vlinderstruik
De romantische vlinderstruik is een sieraad in je tuin: met zijn kleurrijke en geurige bloemen lokt de struik de mooiste vlinders en andere insecten zoals bijen. Om te zorgen dat-ie zo bloemrijk blijft en geen enorme proporties aanneemt, kun je ’m het beste in maart snoeien.
De vlinderstruik, of Buddleja Davidii zoals-ie in het chic Latijn heet, is een plant uit de helmkruidfamilie en komt oorspronkelijk uit Azië. De struik bloeit van juli tot oktober en heeft dan prachtige, zoet geurende bloemen die een feestje zijn voor vlinders, bijen en andere insecten die gek zijn op nectar.
De struik heeft zijn naam te danken aan zijn smalle, lange bloemen. Die vorm is perfect voor de lange roltong van vlinders, die hiermee makkelijk bij de nectar onderin de bloem kunnen. Daarnaast heeft de plant nog een magisch trucje dat vlinders aantrekt. Het hart van de bloemen verandert namelijk van kleur zodra deze bestoven is: van geel naar oranje. Vlinders kunnen uitstekend kleuren zien, veel meer dan mensen. Ze zullen daarom eerder kiezen voor een bloem met een geel hartje, omdat hier meer nectar te halen valt.
Wil je je vlinderstruik bloemrijk en gezond houden, dan is het verstandig om ’m 1 x per jaar te snoeien. Het beste moment om je vlinderstruik te snoeien is maart, als de nachtvorst voorbij is.
De struik kan temperaturen tot -15 graden verdragen en is dus wintervast. Zet je echter te vroeg de snoeischaar erin, dan kunnen de takken sneller kapotvriezen. De hele maand maart is daarom het perfecte moment om te gaan knippen. Wacht niet langer dan half april.
Een vlinderstruik hoef je niet per se te snoeien, maar in dat geval zal hij heel hoog worden en gaan de bloemen steeds hoger zitten. Het beste kun je vanaf kniehoogte, dus zo’n 60 à 70 centimeter alles wegknippen. Wees niet te bang dat je de plant verpest, want hij groeit gewoon weer aan.
Omdat de vlinderstruik stevige takken heeft, kun je het beste een snoeischaar met een aambeeld, dus een platte onderkant, gebruiken. Hiermee kun je namelijk meer kracht zetten.
Voor echt dikke takken kun je een takkenschaar gebruiken.
Het hoofdsnoeien gebeurt in maart, maar ook gedurende het bloeiseizoen kun je je vlinderstruik bijhouden, zodat je langer van de bloemen geniet. Knip begin juni de toppen van de nieuwe scheuten af zodat deze zich kunnen vertakken.
Je krijgt dan een vollere struik. Ook kun je de uitgebloeide bloemen direct wegknippen.
Daarmee voorkom je verspreiding van de zaden en kan de plant opnieuw bloeien.
En als je de plant snoeit, zet dan wat stokken in de zwarte aarde, je zult snel zien dat de plant een nieuw leven krijgt en dat je op meer plekken zo'n struik hebt. Ik heb dat gedaan door b.v. 6 takken samen te binden en in de grond te zetten.
Het is echt genieten als je ook de kolibrievlinder op bezoek krijgt. Die kun je prachtig op je camera vastleggen.
Geniet ervan !!

77/100 Opstaan !!
Ik heb mijn telefoon altijd uitstaan tussen 23.00 en 09.00 uur. Even rust en geen getingel van die apps, facebook meldingen van één van mijn groepen of een telefoontje of er nog plaats is in het vakantiehuis.  Maar op een ochtend had ik 3 oproepen staan toen ik mijn telefoon activeerde. Van dezelfde persoon.
De eerste om 07.10 uur, daarna 07.30 uur en nog eens van 08.00 of in die buurt.
Of ik kan helpen, een kennis in buurt die vroeg had willen vertrekken naar NL maar met een lege accu stond. Tja, dat hebben we allemaal wel eens meegemaakt, deuren open, achterklep open om spullen in te pakken en vergeten dat die lampjes ook stroom vreten.
Dus gelijk maar even gebeld wat er aan de hand was en of ik nog kon helpen, bijna 2 uur nadat de eerste oproep kwam. Neen, dat hoefde niet want ze hadden al de Belgische buurman gebeld en die was met zijn tractor aan het helpen. Oké, succes.  Maar omdat ik maar niets hoorde, ben ik om 09.30 uur toch maar in de 4x4 gestapt om te gaan kijken.
Buurman met grote tractor stond in het talud naast de volgepakte auto, weer een andere buurman met een kleinere tractor tegen de auto aan, met startkabels. Dát is natuurlijk dé manier om iemand te helpen met een lege accu. Maar hoe leeg was ie?
Ze hadden al geprobeerd de auto aan te duwen, het is een schakelbak, dus dat kan. Met een automaat is dat andere koek. Dat is niet gelukt, dus de auto stond op een pad 200 meter van het huis. Ik heb het even aangezien, wat vragen gesteld en heb toen maar gevraagd of ik iets kon doen.  Neen, met de kabels lukt het niet dus ze wilde de lokale garage maar bellen. In mijn 4x4 heb ik 3 vaste attributen: een dikke trekkabel (daar kun je een tractor mee uit de sloot trekken), een jumpstarter én van die dikke accukabels, daar kun je een truck mee helpen als ie zonder stroom zit.  Dus toen ik zei dat die accukabels van de 2e buurman misschien te dun waren en ik van die dikke bij me had, of we het daarmee maar eens moesten proberen, werd er gemompeld van doe maar. Aantrekken was al geprobeerd, dus dat hebben we achterwege gelaten, met de jumpstarter lukte het niet dus ik de 4x4 naast de auto gereden, schuin in de talud, want die kabels hebben niet de grootste lengte. Met de 2e buurman eerst de rode toen de zwarte aangekoppeld, mijn motor even flink op toeren gebracht en toen starten met de probleem-auto.
Warempel, na de eerste keer pakte ie het al en wroem, wroem, wroemmmmm ... Allemaal blije gezichten en de vrouw kon uit het huis gehaald worden en de reis kon dan eindelijk beginnen, echter met 3 uur vertraging.
Ik werd hartelijk bedankt en de uitnodiging voor een etentje op maat werd mij voor de hulp beloofd.
Ach, zonder die hulp was dat ook wel gelukt, maar altijd leuk om tijdens de lunch "het er nog eens over te hebben".
En ik weer naar huis, ik had zin in een bakkie koffie, de eerste van die dag.
Maar geweldig dat onze kennis al 2 buurmannen op de been had gebracht om te komen helpen, zo doe je dat natuurlijk.

Bon voyage ...
En ik? Ik heb lekker kunnen uitgeslapen maar weer een ervaring erbij ...

78/100 tapas ??

Uiteraard gaat ook Frankrijk mee met de internationale keuken, maar dan moet je het wel goed doen. Ik ken b.v. maar één resto die de echte goede hamburgers maakt voor een redelijke prijs. En pizza's? Ook die worden vaak met de "Franse slag" gemaakt. Ik ga wel eens in op een annonce dat er ergens een tapas avond wordt georganiseerd. Leuk !! denk ik .... Spaanse muziek, Spaanse wijntjes en echte tapas. Niet stukjes pizza, kaas en worst in plakjes gesneden. Ik heb met mijn Berdien en mijn staf in het verleden wel een miljoen tapas gemaakt, op de originele manier. Bezorgd door heel NL en een stukje over de grens zelfs. Met de hand gemaakt, stuk voor stuk met een keuze toen wel uit 45 soorten. Er waren bestellingen bij van 150 maar ook van 2.000 stuks. We hebben in LDF ook tapas workshops georganiseerd voor mensen uit de buurt, of ze kwamen uit Nederland en logeerden o.a. bij ons. Dus voor 5 tot 15 personen. Dat is wel heel wat anders dan toen we in NL tapas workshops verzorgden voor 30 tot 150 personen. Maar ook de inkoop, je moet een heuse leverancier/groothandel in de buurt hebben om je ingrediënten bij elkaar te zoeken. Al sinds lange tijd wordt in Spanje bij een drankje tapas geserveerd, in eerste instantie vooral omdat de mensen van de tapas dorst kregen en dus meer gingen drinken. De man achter de bar zette ze bij een glaasje wijn op de bar of tafel zoals wij in Frankrijk wel eens een schaaltje nootjes krijgen. Maar vooral ook omdat het gewoon een lekkere smaakmaker is bij een glas wijn, bier of sherry. Tapas zijn kleine pittig gekruide hapjes van vis, vlees, groenten, etc. En ze worden opgebouwd: vaak eerste een stukje brood, dan een plakje vis (b.v. sardine), sla, Seranoham, een tomaatje, eitje of augurkje, dotje mayo, enz. Het schoteltje met lekkers - de tapa - werd als een dekseltje op het glas gezet, zodat vliegen geen kans kregen om in het drankje terecht te komen. 'Tapar' betekent namelijk afdekken.In de loop der eeuwen zijn de tapas uitgegroeid tot een manier van leven. Veel Spanjaarden gaan 's avonds een tapasbar in om met elkaar bij te praten onder het genot van een drankje en een of meerdere tapas. Inmiddels zijn er ontelbaar veel soorten tapas en heeft iedere tapasbar of restaurant zijn eigen specialiteiten. Ze zijn allang niet meer bedoeld voor het afvangen van de vliegen maar dienen als een onderdeel van het sociale leven van Spanje. Ze worden op een schoteltje of een klein bordje geserveerd waar men gezamenlijk van eet. Met houten prikkertjes erin, zodat later de kas opgemaakt kan worden hoeveel je van een bepaald soort hebt gegeten. Er wordt niets opgeschreven. Samen met brood en andere ingrediënten kunnen tapas echter ook een complete avondmaaltijd vormen.
Hieronder enkele voorbeelden van de tapas die wij maakten:

  • albóndigas con salsa de tomates: gehaktballetjes in tomatensaus
  • alcachofas con jamón Serrano: artisjok met Serranoham
  • dätiles con bacon: dadels met spek
  • filete americano con pan Catalans e queso parmesan: Catalaans brood, filet Americain en Parmezaanse kaas
  • gambas al ajillo e piment: garnaaltjes in knoflookolie, peterselie en pepertjes
  • gambas envueltos en jamón: grote garnalen met ui en kappertjes in Serranoham
  • gazpacho: koud tomatensoepje met aardappelcrème
  • huevo cocido con ajo, perejil y aceitunas en un vaso: gekookt eitje met knoflook, peterselie en olijven
  • huevo con salmón ahumado de mayonesa en un vaso: gekookt ei met gerookte zalmmayonaise
  • pan catalán con jamón serrano y anchoas: Catalaans brood met Serranoham en ansjovis
  • pasta atun e de aceituna: tapenade van tonijn én van olijven met verse toastjes
  • pasta de tomate seco con tostado e sardinas: tapenade van sardientjes én van gedroogde tomaat met verse toastjes
  • rollo de jamón serrano, rúcula, semillas y pesto: rolletje Serranoham, rucola, pitten mix en PESTO
  • tortilla chorizo: wrap met chorizo, kruidenkaas en ijsbergsla
  • tostado aguacate con pescado ahumado: vers toastje met avocado, gerookte zalm, koriander en rode pepertjes
  • tostado con mayonesa de caballa: knoflooktoast met makreelmayonaise
  • tostado crema de Cabrales al coñac: vers toastje met Cabrales kaas, cognac en peterselie
  • brocheta de carne de cordera picarda: spiesje van lamsgehakt

79/100 De eerste avond-eet-markt

Het is 7 juli, de eerste avond-eet-markt in ons favoriete dorp Besse (24).
We hebben ons lang verheugd hier weer naar toe te gaan, 8 vrijdag-avonden aan lange tafels zitten met medelanders en ook leuk met onbekende Franse bezoekers.
Je kunt er van alles krijgen: gefrituurde courgettebloemen, knoflookbroodsoep (met kaas), gegrilde eendenborst karbonades (1/2 eendenborst plat op de bakplaat met mosterd, zout en peper), heerlijke verse salades, wijntjes uit Florimont, vooral die witte (kost wel tegen de € 13,00) die ik nogmaals niet drink is een favoriet. Maar al snel ga ik over op de rode Domme. Stokbrood van naamgenoot Vincent uit Thédirac, hij heeft ook andere lekkere broodproducten bij zich, of je haalt wat frietjes met zo'n knijpzakje mayonaise > kinderen zijn er nog steeds dol op wij ook af en toe < en als dessert wat kaasjes van de geitenboer. Soms staat er een mademoiselle met ijsjes - vers gemaakt in eigen keuken, of lekkere taartjes. Wat wil je nog meer. En als je alles uitrekent inclusief 2 flessen wijn, want je deelt ook wat uit, ben je voor 2 personen zo'n € 50,00 kwijt. Avondvullend programma :-).
We moesten mijn zitmaaier in die buurt ophalen om 18.00 uur en waren dus vroeg op de makt. Iedereen stond al klaar, maar net toen we aankwamen begon het te miezeren en wat later te regenen en later vielen de ijsklompjes de lucht uit. We hebben het even aangezien en zijn toen maar "gevlucht" om ergens onder een boom te staan om de auto te beschermen. Maar de hagel viel ook door het bladerdek heen, dus we zijn maar terug naar huis gereden, een domper.
Thuis de zitmaaier onder de carport gezet en de auto onder het zomerdek in de tuin. Berdien had de mand uitgepakt en was begonnen aan het bereiden van de maaltijd. Natuurlijk ligt er altijd wat in de koelkast wat als maaltijd kan dienen, dus dat was niet zo moeilijk. 
Net toen we aan tafel wilde gaan belde een vriendin waarvan de man een paar dagen in NL was dat de stroom al een tijdje eraf lag en ze wist niet hoe dat weer aan te zetten. Wij alles in de mand en richting Montcléra om haar te helpen en daarna gezamenlijk te eten, want dat kon zij dus ook niet. Nog snel een aggregaat met haspel in de auto gezet en binnen 8 minuten waren we onderweg. Inderdaad, het was pikdonker in het huis, behalve een lamp op accu. Dus snel naar de groepenkast, maar alles zat erop, dus moest het aan de eeuwig oude bovenleiding liggen elders in het bos. Dat gebeurt bij iedereen wel eens per jaar. Dus dat ding aangezet, tjee wat een herrie, dan maar in de cave, en toen 3 lampen erop gezet. Al snel stond er wijn, kaas en salade op tafel en over elektra werd niet meer gesproken. Gezelligheid onder elkaar met wat kaarsjes aan.
De avond-eet-markt? Ach, volgende week is er weer eentje. Eentje? Wel keuze uit 50 in de regio. Kijk maar eens op: https://genietenmetoostvogel.nl/avond-eet-markten/.
Maar jammer van al die ondernemers, kleine ondernemers waarvan de meeste er al een hele dag op hadden zitten, deze avond als verloren moesten zien gaan. Het brood is morgen te oud, de salade wordt slap, het werk is voor deze avond voor niets geweest. Maar met goede moed staan ze een volgende keer weer voor je klaar.
Ga er eens naar toe en schuif eens aan bij mensen die je niet kent, je krijgt de leukste verhalen ... en uitnodigingen.

80/100 vakantie
Ook wij gaan op vakantie, terwijl wij een zelf een heerlijk vakantiehuis hebben.
Maar na 2 maanden verhuurseizoen met gasten, schoonmaken, zwembad bijvullen en vragen beantwoorden zijn ook wij toe aan ander vertier.
Heerlijk naar het zuiden, aan de Middellandse zee : Serignan Plage, Cap D'Agde, Collioure en dan de Pyreneeën oversteken omdat het weer in Spanje nét iets beter is.
Als je gepakt hebt en in de auto zit begint het al, bekende vakantieplaatsen worden doorgenomen waar we ook met de kinderen zijn geweest.
Toen wij voordat wij in Frankrijk woonden en met de caravan op stap gingen, was dat niet voor één of 2 weken. We trokken die sleurhut wel 5 weken achter ons aan.
Eerst maar Parijs zien door te komen, dan komen we al snel in de buurt van de Dordogne. We hadden daar een vast adresje in Camping Saint-Julien-de-Lampon, aan de rivier op een gemeente camping en je kon er 's morgens zo instappen. De kinderen hebben daar leren zwemmen, gewoon met de stroom meedrijven, beentjes en armpjes bewegen, dat waren hun eerste zwemlessen.
Daar hebben we eind jaren 90 ook mensen leren kennen die nu goede vrienden zijn, lees het verhaal van “vrienden voor het leven”.
Maar soms was de weersvoorspelling slecht en trokken we verder. “We stoppen pas als we een half uur in de zon hebben gereden” zei ik altijd en soms kwamen we in de buurt van Sitges of Torredembarra uit. Daar bleven we een paar dagen tot een week om dan weer verder te trekken. Kinderen vonden het fijn op de camping, omdat je daar vriendjes kan maken maar het was altijd treurig om te vertrekken en dan werden er adressen uitgewisseld. We hebben een paar stellen die we op vakantie zijn tegengekomen, waar we nog steeds contact mee hebben.
Je ziet een enorm verschil van gastvrijheid van de medewerkers van campings en hotels. Of je in de binnenlanden zit of aan de kust. Aan de kust ben je nummer 587 en in de binnenlanden kennen ze je bij je naam en nemen ze de tijd voor je om alles uit te leggen. Zo kwamen wij dit jaar in Carcasson, een oude vestingplaats in Zuid West Frankrijk. We zijn vaker in de plaats geweest, je hebt er behalve hele dikke muren gezellige straatjes met winkeltjes, terrasjes en resto's. De eigenaar heeft ons het hele huis laten zien, hij verhuurt slecht 5 kamers en heeft een flink zwembad erbij. De rondleiding duurde zelfs een half uur en nu waren wij eens ongeduldig van 'geef nu die sleutel en laat ons met rust'. Aan het strand sta je in de rij bij de receptie en krijg je een sleutel en moet je het zelf maar uitzoeken, sommigen geven je wel een plattegrond mee, dat dan weer wel.
En wat is het genieten met het eten. Niet canard, biefstuk of kip maar oesters, krabpoten, mosselen, boulots en langoustines. We waren eens bij de visafslag in een klein plaatsje, we stonden in de rij te wachten om binnen te komen. Neen, we hadden niet gereserveerd maar we hadden het adres wel doorgekregen van onze Franse buren. Dus Berdien zei: ja hoor onze buren (met naam) hebben vorige week bij u gereserveerd. De gasten voor ons werden geweigerd omdat ze niet gebeld hadden v.t.v. Maar wij mochten na een half uur terug komen. Oeps. We kregen een minitafeltje tussen de keuken en toilet en uiteindelijk waren we blij dat we binnen mochten maar of we ook een tafeltje aan de achterkant, aan het water konden krijgen. De bediening vond dat eigenlijk maar niks en we moesten maar geduld hebben en warempel na 15 minuten kregen we het mooiste tafel achterin, op het terras net boven het water, waar de boten van die oesterkwekerij liggen en die ook af en toe naar de banken gingen om een nieuwe voorraad te halen. We kozen voor een gemengd menu: 6 oesters en 6 mosselen. 6 Mosselen? Ja hoor, 2 waren cru – rauw, 2 waren gegratineerd en 2 waren gegratineerd met Nolly Prat. Met stokbrood en als hoofdgerecht ieder een pannetje gestoofde mosselen. Berdien met 'saffraansaus' en ik in de standaard witte wijn. Heerlijk was het en het was ook méér dan genoeg. Met een heerlijke witte Picpoul de Pinet van € 20,00. Die was zo lekker dat ik bij het afrekenen nog zo'n fles bestelde om mee te nemen. Later zag ik die ik daarvoor € 18,00 had betaald. Oef, maar oké, het was een geweldige beleving in Chez Tintin in Marseillan. Vergeet dus niet te reserveren als je daar naar toe gaat, ze zijn 's middags en 's avonds open.

In Frankrijk is het sowieso beter om te reserveren.
In de bergen eet je “cassoulet” en in Spanje natuurlijk die overheerlijke sardines à la plancha en zeker de tapas, waar je uit tien tot 15 soorten kan kiezen. En het leuke daarvan is dat je niet iedere keer dat je iets haalt moet afrekenen. In iedere tapa zit een stokje en je neemt om af te rekenen je bordje mee en de kassière telt de stokjes naar formaat. Wat een vertrouwen en ik heb nog nooit gezien dat iemand stiekem een stokje over z'n schouder gooide.
We hadden eens een huisje geboekt “aan het strand”, maar dat was zeker 300 meter lopen en we gingen terug naar de receptie om te vragen of ze niets anders hadden. Niet dus, maar als we over een 2 uurtjes terug wilden komen dan had ze wellicht iets. En ja hoor, we kregen een huisje tot bijna aan de laatste duin voor de zee, dat was maar 50 meter lopen. We moesten wel bijbetalen, want dat huisje was weer luxer. Geen probleem, natuurlijk, het gaat toch om vakantie, je wilt tenslotte zelf ook genieten zoals onze gasten van hun vakantiehuis bij ons genieten.
Dit jaar (2023) hebben we die camping met die mooie strandhuisjes weer bezocht en weer hebben we een upgrade gekregen voor een huisje met geweldig uitzicht i.p.v. een huisje tussen al die anderen. Tja, je moet af en toe voor jezelf opkomen om er iets meer van te genieten toch?
Morgen gaan we door, misschien naar Collioure of door naar Lloret de Mar of Bégur. Dat ligt aan de weersvoorspellingen, want eigenlijk terug naar huis willen we nog niet.

Op de bonnefooi want dat moet mogelijk zijn in de tijd dat de grijze golf op vakantie is.

81/100 Boot zonder peddels
Als de kinderen de deur uit zijn en je hebt geen hond, dan moet je het met je tweetjes doen. Ook op vakantie, want de kinderen hebben hun eigen leven en gaan met hun kinderen naar een park of camping waar jij niet zo'n behoefte aan hebt.
Dus je huurt een camper en gaat lekker toeren door Europa en dan kom je opeens bij een mooie kampeerplek aan de Middellandse zee.
Manlief heeft een opblaasboot meegenomen, waar vroeger de kinderen op het water mee speelde. Echter de roeispanen vergeten, wat nu?
Nou, moeders had wel een idee, vroeger gingen de kinderen aan een tuigje, de hond aan de riem toen die werd uitgelaten dus waarom manlief niet voortrekken in zijn opblaas boot. Een lang touw erdoor, achter de nek en langs de schouders van vrouwlief, wist de man uren door te brengen op zijn zeeschuit, terwijl de vrouw heuphoog door het water banjerde om hem van het ene punt naar het andere punt te trekken. We moesten turen waar ze bleven en in de verte zagen we haar groene topje (de dag erna een rode) en zijn geel/blauwe boot. Na een half uur kwamen ze weer voorbij, de andere kant op.
Uiteraard heeft de echtgenoot het wel verdiend, lekker varen in zijn eigen boot na een jaar hard werken. Maar zonder morren voldeed zijn vrouw aan zijn wens om heerlijk op de rug de omgeving af te speuren.  Zij zal ook wel hebben genoten van die rust achter zich.
Da's nou liefde … nou liefde, is dit taken verdelen of moderne slavernij? Zouden ze hebben gezien dat wij dat wel heel apart vonden? Ik denk wij niet alleen.

83/100 Sanglier = everzwijn
Wie heeft hem niet de weg over zien steken, wie heeft nog net kunnen remmen?
Het wilde zwijn is in Zuid West Frankrijk niet meer weg te denken.
Woon je tegen de bosrand en heb je een mooi gazon?

Vergeet het maar, als je het niet afzet met een hek van één meter hoog, heb je kans dat een groep everzwijnen je gras even komt verticuteren.
Het everzwijn is familie van het varken, maar is een stuk magerder, ook zwart wild of borstelwild genoemd. Het reguliere stukje varkensvlees is rijk aan vetten, door vaak beperkte beweging gehad en een aangepast voedingspatroon. Daarentegen komt het wild zwijn uit de vrije natuur. Door het vele bewegen en het eten uit de natuur smaakt het vlees kruidiger, maar is het toch een mals stukje vlees. Alleen met minder vet.
Tien procent van de wilde zwijnen in het noordwesten van Europa hebben genen van tamme varkens. De bewuste genen zouden ze hebben gekregen in het begin van de 21e eeuw, waarschijnlijk na kruising met gefokte wilde zwijnen, die op hun beurt vaak met tamme varkens werden gekruist. Het everzwijn heeft naast een dikke ondervacht een donkere, borstelachtige vacht die 's winters langer en donkerder is dan in de zomer.
In het voorjaar vallen de winterharen uit. Dan krijgen ze een kortere en lichtere vacht.

Wilde zwijnen hebben een gedrongen romp en stevig lijf. De achterpoten zijn korter dan de voorpoten. Ze hebben een langwerpige kop met een afgeplatte, sterke snuit. De neus eindigt in een wroetschijf. Hun oren zijn breed, rechtopstaand en behaard. 
Het heeft kleine ogen, het zichtvermogen is relatief slecht; zo kunnen ze een mens niet herkennen als deze zich niet beweegt. Daarentegen is hun reuk- en tastzin zeer goed ontwikkeld, ze hebben ook een zeer fijn gehoor. Volwassen dieren hebben een staart die eindigt in een pluim. Volwassen mannetjes worden keilers of beren genoemd. De vrouwtjes zeugen.
De beren hebben twee slagtanden, die door jagers "houwers" worden genoemd. Deze slagtanden, hoektanden in de onderkaak, staan naar boven gericht. Ook de bovenste hoektanden zijn sterk ontwikkeld en wijzen eveneens omhoog. Hoe ouder een mannetje is, des te verder steken deze hoektanden naar boven uit. Over de borstkas heeft het mannetje een vier centimeter dikke laag kraakbeen. Deze laag dient ter bescherming van de longen en het hart tijdens gevechten. De biggen, ook wel frislingen genoemd, hebben aanvankelijk een zwartbruine vacht met goud geelachtige strepen. Deze strepen, ook wel zwijnenpyjama geheten, lopen van voor naar achter over de rug. De strepen van de biggen dienen ter camouflage en verdwijnen na drie tot vijf maanden na hun geboorte.
Jagers uit de regio doen aan populatiebeheer en schadebestrijding van o.a. het zwijn.

Door de toenemende hoeveelheid, komen zij ook steeds dichter bij het leefgebied van de mens. Met auto ongelukken en schade in tuinen tot gevolg. Door het beheren hiervan, met afschot tot gevolg wordt deze populatie in stand gehouden, waardoor mens en dier veilig met elkaar kunnen leven. Alle producten van wild zwijn worden normaal gesproken geportioneerd door een erkende poelier. Dit betekent dat het dier vrij is van schadelijke stoffen zoals trichinella (rondworm die in dieren en mensen leven).
Afhankelijk van de leeftijd en het gewicht zijn er diverse bereidingsvormen mogelijk.

Denk aan een wild zwijn aan het spit, het duurt net zoals een speenvarken een paar uur om het vlees helemaal gaar te grillen, regelmatig draaien aan het spit is dan ook een vereiste.

84/100 Kaas - wijnmarkt
Eerste weekend van november organiseert Bruno Pelvillain uit Anglars (46) zijn jaarlijkse kaas-wijnmarkt. In de salle de fête met daarachter een heuse partytent. Dit jaar voor de 23e keer met 34 exposanten.

Als je binnenkomt krijg je een zakje om je nek met een glas erin, om de proeverij compleet te maken. Dat kostte drie euro en de entree was gratis. Leuke gadget om te bewaren en wat extra zakgeld voor de organisatoren.

Wij komen er graag, want daar vindt je een aantal wijnhuizen uit de Bourgogne, Bordeaux, Rhône, Elzas, Loire,Languedoc en uiteraard uit de regio Cahors, de befaamde Malbec of Côt.
Keuze genoeg en overal mag je proeven. Lekker? Dan neem je minimaal een doosje mee.
“Uhh, heb je er ook eentje koud staan?” Dan neem ik die alvast mee voor bij de oesters.
Daar is het altijd druk, want achter de stand stond nu slecht één man oesters open te maken op kartonnen bordjes waar 6 of 12 stuks op liggen. Met wat citroen.

Dit jaar was het een ander, vorige jaren was de presentatie véél beter: grote rvs schalen waar je gemakkelijk 12 oesters op kon leggen, 3 man achter de stand en je kreeg er brood en boter en qua opmaak een takje zeewier. (We hoorden later dat die man 3 weken voor de beurs had laten afbellen wegens ziekte, beterschap voor hem!)
Meer is niet nodig en dan lekker slurpen. Je moet dus wel geduld hebben, want de rij is best lang en als je slim bent ga je in gesprek met de wijnverkoper waar je langs komt en proef je daar ook het één en ander.

Bij de oesters hadden we een witte bio-wijn met de naam “le Poisson Ivre”. Grappig, de vis op het etiket ligt ook nog in een kronkel. Bij dezelfde stand kochten we ook een rode biowijn met de naam “My name is Red” met een foto van een gorillakop op het etiket. Hoe komen ze er op en wat moet je wel niet op je etiket zetten om je wijn te promoten.
Verder die kazen ... ja die kaasboer kennen we van de markt. Ook daar mag je proeven en neem je verschillende kaasjes mee, want je gaat natuurlijk achterin de tent aan één van die lange tafels zitten om gezellig met vrienden en wie dan ook die aan tafel zitten, lekker je oesters, kaas, foie gras, noten en andere geneugten te verorberen.
Uiteraard hebben we onze borden, bestek en glazen meegenomen, zo ook een net tafelkleedje, opener, servetjes, pepermolen en een ijsemmertje. Allemaal voor de ultieme smaakbeleving. Je ziet genoeg mensen om je heen die dat niet hebben en soms zie je ze heimelijk naar je turen van wat wij allemaal bij ons hebben. Dus die eten van papieren of plastic bordjes, zo ook het bestek en glazen. Als je dit doet, moet je het goed doen is ons motto. Tussendoor loop je nog eens langs de kramen: chocolade uit de regio; worsten in alle smaken, er was zelfs een stand waar je allerlei zakmessen kon kopen. Zo is er ook de altijd aanwezige kraam waar ze “aligot” verkopen: puree met kaas op smaak gebracht met knoflook, room en boter, een stevig kostje. Dit jaar hebben ze een 2 traiteurs kunnen overhalen om te komen met een dagmenu voor weinig, meestal smaakvol echter de worst was niet te eten en de aardappeltje niet warm genoeg, verder zag de kip er behoorlijk gegrild uit. We misten dit jaar wel de imker, waar we altijd wat flesjes pollen en honing mee namen. Terug aan tafel hebben mijn metgezellen de wijn al van kant gemaakt, dus voordat ik ga zitten even snel wat nieuwe halen, meestal een fles wit en een fles rood Godsdrankje. Gelukkig kun je de doosjes wijn die je hebt gekocht bij de verkoper laten staan en voordat je naar huis gaat maak je nog een ronde om die op te halen. Dan hoef je er niet mee te slepen.
Ik heb ooit eens met iemand meegelopen langs die wijnhuizen en hij kocht best veel, daar was later een steekwagen voor nodig en moest ik een aantal keren achter hem aan hobbelen om de wijn naar zijn auto te brengen, want zelf kon hij dat niet meer. Eén maal belde hij mij op, het was 3 of 4 maanden later en vertelde dat er een wijnhuis voor de deur stond met 4 dozen wijn die hij vergeten was op te halen, het bedrijf heeft het toch netjes thuisbezorgd. Toen hij mij daar de schuld van gaf en dat ik beter op had moeten letten heb ik hem gezegd dat hij de facturen had en daarna heb ik dat niet meer gedaan. Samen een flesje drinken bleven we wel doen. En je komt er altijd wel bekenden tegen en dan wordt er gelijk doorgegeven waar ze al een plekje aan die lange tafels hebben bemachtigd en dat je daar nog wel bij kan. Altijd gezellig en het eten tussen de Fransen is ook super, want dan hoor je weer eens wat anders.
De klok tikt door en op een gegeven moment heb je het wel gezien, dus met onze vrienden die met ons meereden samen de doosjes opgehaald en op naar huis, uitladen en … toch nog een wijntje? Oké, want die hij had liggen moesten heel bijzonder zijn én bio, ook dat is niet onbelangrijk. Na 2 flessen werd er nog snel iets gekookt en helemaal voldaan zaten we om 20.00 uur in de auto op weg naar huis.
Wat een onvergetelijke dag was dat weer, genoeg wijn op om het de dag erop wat rustiger aan te doen. Proost !!

85. Onze buren
In Frankrijk hebben wij een dubbel huis, waarvan het oude gedeelte uit 1830 komt en het nieuwe gedeelte uit 1980. Nadat we het huis kochten, hebben we de jaren erna flink gerenoveerd: keuken, dak, velux ramen, een carport, buitenkeuken, buitentoilet, poolhouse, zwembad met een trap erin, de hele tuin schoongemaakt, etc. Het was behalve rondom het huis een rimboe waar je echt niet doorheen kon lopen. We hebben er 4 jaar over gedaan om alles op te ruimen. Dode bomen gingen gezaagd naar het houthok en met de duizenden takken hebben we een takkenwal gemaakt die nu zo'n 600 meter lang is, 2 hoog en 2 diep. En dat moet je daarna ook bijhouden, want dat zakt natuurlijk in.
Ja, het leven is mooi, want nu loop je over je terrein wat grotendeels een park is geworden met een eiken- en dennenbos, vijvers, boomgaard en grasveldjes. Met een parkeerveld waar we eens een week een feest hebben gegeven met live music, lange tafels, bar en keukenuitgifte.
We hebben dat gecombineerd met een vide grenier en hebben 550 monden gevoerd.
Supergezellig.
Daar waren onze Franse buren ook bij, hulp bij het opbouwen, hulp achter de bar, gezellig samen lunchen, dineren, borrelen enzo.
Dezelfde buren passen ook op ons huis, als we er niet zijn. Ze wonen 250 meter van ons en komen regelmatig kijken of de poezen voldoende brokken hebben en als het toch gaat vriezen worden de planten die daar niet tegen kunnen binnen gezet. Zonder deze geweldige mensen wordt het moeilijker om een huis te bezitten in Verweggistan. Als wij er zijn, wordt spontaan of een week v.t.v. een afspraak gemaakt om te komen borrelen, dan staat de tafel gedekt en wordt er ook meegegeten. Of als de buurkinderen vrij zijn, mogen ze komen zwemmen, want ze hebben geen zwembad. Alternatief is een meer iets verderop, ook leuk.

Van die mensen kun je echt op aan, ik had ooit een steek in mijn borst en was ongerust.
Na een telefoontje met mijn Nederlandse huisarts kreeg ik te horen direct een ambulance te bellen. Maar ik belde de buurvrouw en zij kwam gelijk om mij naar het ziekenhuis te brengen, want Berdien was op dat moment niet thuis. Ook fijn dat zij in het snelle Frans de artsen bij de 1e hulp uitlegde wat ik mankeerde, dus ik hoefde niets te zeggen.
Gelukkig was het niets en ben ik helemaal onderzocht en dat is ook wel eens goed.
En dan woon je ook nog in NL.
Begin januari, wij waren in NL, belde de buurman mij op dat ie bij ons huis was en vroeg of hij de planten die onder het afdakje stonden naar binnen moest brengen want het zou gaan vriezen. Bedankt buurman !!
Tot half 2022 woonden wij in Berg en Dal en hadden daar een beste tuin, gazon, bloemperken, grind, struiken, etc. Als we thuis kwamen, was het altijd een klus om alle onkruid weg te halen, te snoeien en op te ruimen. Dat deed niemand voor ons, behalve een enkele keer kwam Timo, onze zoon, maaide het gras en veegde het blad bij elkaar. Nu wonen we in Heteren met uitzicht op de Neder-Rijn en daarachter de Rijn. Zonder tuin, tenminste dat is gemeenschappelijk in onze wijk en een hovenier verzorgt dat. Maar met een groot terras met een boom erboven.

Ook daar hebben wij top buren, die zonder aan te kondigen de post binnen op tafel leggen, het onkruid snoeien en het blad van het terras opruimen.
Uniek vinden wij dat, tenminste, dat waren we helemaal niet gewend.
In december kwam ik de buuf voor het huis tegen en ze vroeg hoe het ging. “Prima” zei ik, maar Berdien is ziek. “Wens haar beterschap” zei ze. Ik was amper binnen en de bel ging. Het was de buuf met een zak perssinaasappelen.
En toen we de vorige keer terug naar LDF gingen, kwamen ze nog even afscheid nemen en kregen we een doosje met allemaal NL.-se producten: drop, stroopwafels, stroopwafellikeur, een kaasje, etc. Lief toch!
Ze zeggen het ook: “Een goede buur is beter dan een verre vriend”.

Enter your text here...

86/100 - cordon bleu
Wie kent dat niet, in de jaren 70 was het een favoriet stukje vlees.
Een gepaneerde (kalfs)schnitzel of kipfilet.
Eerst werd het stukje vlees in de lengte (horizontaal) voor ¾ ingesneden en werd er een plak ham met daarin een plak kaas gestopt. De ham komt aan de buitenkant, zodat de kaas er niet uit kan lopen.
Als kaas wordt Emmentaler, Gruyère of Raclette gebruikt.
En om het goed dicht te houden ook nog 2 satéstokjes, die je na het bakken er gemakkelijk uit kon halen. Daarna wordt het vlees door een opgeklopt ei gehaald en gepaneerd.
Een variant van de cordon bleu is de kip Kiev. Dit is een kip cordon bleu gevuld met knoflookboter en kruiden. De Servische keuken kent een variant (Karađorđeva šnicla) die gevuld wordt met Kajmak, een soort zure room. Deze wordt door zijn fallusvorm ook wel Maagdendroom genoemd. De Valdostana is een variant uit de Italiaanse keuken waarbij een schnitzel tijdens het bakken eerst met ham en daarna met een laag kaas bedekt wordt. Eventueel worden daar nog kruiden overheen gestrooid.
Maar hoe komen ze eigenlijk aan de naam “cordon bleu”?
Het betekent letterlijk “blauw lint”.

Hendrik III, koning van Frankrijk richtte in het jaar 1578 de orde op van de Heilige Geest, “l'ordre du Saint Esprit”. Het was een orde van katholieke edelen die beloofden er alles aan te doen om de protestanten klein te krijgen. Deze orde wordt al vlug een van de meest prestigieuze ordes van de Franse Monarchie. De heren van deze orde kon je herkennen aan het dragen van een blauw lint van aan de rechter schouder naar de linker heup of soms was het een blauw lint als hanger rond de nek met daaraan het kruis van de Orde. 
De heren van deze orde werden dan ook vaak 'le Cordon Bleu' genoemd, “het Blauwe Lint”.
De orde verdwijnt als ook de Franse monarchie verdwijnt, eerst bij de Franse Revolutie en dan bij de machtsgreep van Philippe d'Orleans (1830). 
Maar de term Cordon Bleu blijft synoniem voor iets bijzonders, iets uitmuntends. 
Wie de allerbeste was in zijn domein werd wel eens le 'Cordon Bleu' genoemd.
In 1827, net voor de orde helemaal verdwijnt verschijnt een kookboek: het boek draagt als titel: "Le Cordon bleu, ou Nouvelle cuisinière Bourgeoise" en werd bijzonder populair, het telde meer dan vijftig herdrukken, jaar na jaar. Het boek verwijst met zijn titel naar de beste onder de koks, maar ook naar de gewoonte van de orde van de Heilige Geest die elke vergadering liet volgen door een bijzondere gastronomische maaltijd.
In 1895 richt culinair journaliste Marthe Distel haar kooktijdschrift op, ze noemt het 'La Cuisinère Cordon Bleu'. Ze wilde de gastronomische keuken van Frankrijk laten doordringen tot de dagelijkse kost van de Fransen. 
Naast het tijdschrift organiseert Marthe ook kookcursussen door topkoks gegeven. De eerste lessen gaan door in de keuken van het Palais Royal, het leegstaande gebouw van de Orleansen in het centrum van Parijs. Na Parijs verovert de Cordon Bleu van Marthe ook de rest van Frankrijk... en daar blijft het niet bij. Parijs was toen een plaats waar mensen van over de hele wereld naar toe kwamen en dat was ook het geval in de lessen van Marthe. 
Al bij de eerste sessies is er een Rus en een Japanner aanwezig.  En Marthe zorgt ook voor nieuwe scholen in het buitenland.  En ook die dragen de Franse kookkunsten hoog in het vaandel. Vandaag is de private kookschool 'Cordon Bleu' aanwezig in veel steden over de hele wereld: Adelaide, Kobe, Londen, Melbourne, Ottawa, Korea, Sydney, Tokio en ook in Amsterdam aan de Herengracht en is eigendom van de familie Cointreau. In Parijs vind je de kookschool vandaag op de oude terreinen van de Citroen-fabriek Quai André-Citroën, www.cordonbleu.edu/paris. 
Sinds het kookboek, het tijdschrift en de kookscholen wordt Cordon Bleu vooral geassocieerd met gastronomie en kookkunst. 
En vermoedelijk had je het al geraden, een van de toprecepten van het kookboek en van de kookschool van Marthe Distel is wat wij vandaag 'Cordon Bleu' noemen.
Hier kun je o.a. het kookboek “Le Cordon Bleu Pastry School” bestellen: www.bol.com/nl/nl/p/le-cordon-bleu-pastry-school/9200000092311854, het is in het Engels geschreven maar ik neem aan dat je het boek ook in de Franse taal kunt bestellen.

87/100 - Schoorsteenvegers

Speedy Gonzalez zijn ze. Keurig werk, ze kwamen een half uur te vroeg en binnen een half uur waren ze weg. Ik heb het 18 jaar zelf gedaan en ze zeiden dat het er goed uit zag. Maar je moet het doen voor de bon die de verzekeraar nodig heeft als je huis affikt. Pa op het dak, de zoon met sterke stofzuiger bij de 2 haarden en alles werd piekfijn opgezogen terwijl opa de boel op een afstand in de gaten hield. Al 4 generaties. In NL betaalde ik € 40,00 voor het vegen, hier voor de 2 schoorstenen € 190,00. Het zou een tientje minder zijn als ik contant zou betalen.
Huh ?? Dus zonder TVA halen die jongens toch even € 170,00 binnen, snel verdiend.
Maar voor mij een goed gevoel dat de schoorstenen goed waren onderhouden en dat ik zelfs met het stoken van oud pijnboomhout geen reprimande heb gekregen.
Advies was om het 2x per jaar te doen, jaja, ze werken snel maar ze willen ook zo snel mogelijk weer terug komen. Wat heeft dat voor zin? Een sterke stofzuiger met een goede, dicht zak, is wel zo belangrijk. Want het roet komt naar beneden in de kachel en degene die je open haard schoon maakt doet het zo nauwkeurig, dat ik er zelfs van heb geleerd.
Rekjes werden verwijderd, de kleinste kiertjes werden schoongezogen. Er werden nog een stuk of 8 spijkertjes gevonden. Degene die op het dak staat, pa dus, heeft hetzelfde veegprincipe als ik, een borstel met een flexibele stang, waar je iedere keer een verlengstuk aan kunt koppelen. Je moet het voorzichtig doen en ook het dakje van je schoorsteen schoonmaken.
Die is bij mij best zwart, maar dat komt door roet en dat mocht geen probleem heten, zei de specialist. Maar is het verplicht om je schoorsteen te vegen voor je huis verzekeraar?
De eis kan ingesteld worden door de prefecture of gemeente. Algemene wet is het niet.
De wettelijke verplichting om je schoorsteen te laten reinigen is niet rechtstreeks gebonden aan je brandverzekering. De verzekeraar gaat echter wel uit van het “goede huisvader principe”.
Dit betekent dat je alle mogelijke maatregelen moet nemen om schade aan je woning (zoals een schoorsteenbrand) te vermijden. Ik heb het onze verzekeraar gevraagd. Die dekken zich natuurlijk in. Waarom moet de schoorsteen worden geveegd? Een onjuiste reiniging van interne of externe schoorstenen kan leiden tot problemen zoals het vrijkomen van gassen die gevaarlijk zijn. Het vegen verwijdert roet en verbrandingsresten die zich op de muren van het schoorsteenkanaal bevinden.
Het regelmatig (laten) vegen van je schoorsteen zorgt er enerzijds voor dat brand wordt voorkomen, anderzijds vermindert deze handeling de kans op koolmonoxide vergiftiging. 
Antwoord van onze verzekeraar die zegt: “Alle schoorstenen, boilers, houtkachels en inzetkachels in de verzekerde woning moeten jaarlijks worden geveegd door een professional. In geval van een brand- of ontploffingsclaim wordt een specifiek eigen risico toegepast als de schoorsteen op het moment van de claim langer dan 2 jaar niet geveegd is. Dit eigen risico is 5 keer het bedrag van het algemene eigen risico, met een minimum van € 380,00.”
Het is ook verplicht een factuur te tonen als je je huis verkoopt, zodat de koper verzekerd is dat je schoorsteenkanaal in goede staat is.
Nou ik ga vanavond weer een lekker vuurtje stoken, in maart kan het nog koud worden.
Wees voorzichtig !

88/100 - lunchen
Ja, dat lunchen is iets wat wij een beetje vreemd vinden in de Lage Landen. Om 12.00 uur gaan bijna alle winkels dicht, zelfs de bakker sluiten zijn deuren tussen 12.15 en 12.30 uur. Om te eten. Want de Fransen hebben 's middags hun warme maaltijd. Thuis of in een resto. Daar zit nogal wat verschil in, je kunt alleen een hoofdgerecht nemen, of met een voor- of nagerecht of met een voor- en nagerecht. En bij sommige krijg je ook nog een paar stukjes kaas vóór het nagerecht. Met wijn, water en koffie.
Vandaag zijn we wezen shoppen in Cahors, bij E.Leclerc. Tjee, wat een winkel, je kunt er nagenoeg alles krijgen en het parkeerterrein stond helemaal vol om 11.00 uur.
Ik heb Berdien afgezet bij de ingang, dan kan ze rustig lopen neuzen en vergelijken. Daar heeft ze meer verstand van dan ik, ik moest een pomp van het zwembad laten nakijken, wat dat ding ratelde. Ik ben nog even naar de wasbeer voor geweest, even afborstelen met water en alle pollen eraf van de regenbui gisternacht. En toen Berdien weer ophalen, ze was nog niet helemaal klaar dus geholpen met de rest en om 12.30 uur naar huis, de achterbak volgeladen met boodschappen. We reden door Mercues en vervolgens naar Espère, waar we vroeger nog wel eens bij dat (chauffeurs) resto gingen lunchen. Kom, laten we eens kijken hoe het hier is, want we waren er zeker 6 jaar niet meer geweest. Er was nog 1 tafeltje van 2 over, die gasten waren al vertrokken en werd het tafeltje schoongemaakt en mochten we gaan zitten. Al snel kwam de serveerster die in rap Frans het menu uit haar mouw schudde. Welke wijn: un quart rosé et un quart rouge s.v.p. Die werd snel gebracht met een fles koud water en wat stokbrood. Voorgerecht: rauwe ham met bietensalade en cornichons, vervolgens op hetzelfde bord, pintade met iets van doorgegaarde witlof met een plak kaas erover. Daarna kwam ze met een schaal kaas langs, we kregen ieder een blokje van de 2 soorten die erop lagen. Ohh, riep ik nog, brie en Emmentaler? Neen zegt ze, dat is Camembert, Oké … ook goed. Daarna een waslijst aan dessert mogelijkheden en Berdien nam een appeltaartje en ik een mocca-ijsje, deux boules. Of we ook koffie wilde, graag! Heerlijk die koffie en we hadden al gelijk dezelfde gedachte, daar moeten we een pak van halen. Maar ze mochten het niet zomaar verkopen.
Bij het afruimen zei ik de serveerster nog dat die camembert geen camembert was maar toch brie en lachend beaamde ze dat ik gelijk had. Gelukkig … mijn smaak is nog oké. Afrekenen bij de kassa ad € 30,00 samen en weer naar huis. De prijs is heel redelijk als je nagaat dat ze wel 8 tot 10 keer aan je tafeltje komen. 16 jaar geleden was het daar € 13,50 p.p. Maar het zit daar altijd vol, ook menig grote lange trucks staan op het P-terrein. Ja, die jongens moet je niet teveel vragen en het moet ook van goede kwaliteit zijn, anders komen ze niet meer.
Maar de prijzen liggen nu overal echt anders dan vroeger.
Nu vragen ze € 15,00 tot € 18,50 voor 3 gangen en moet je de wijn en koffie er nog bij optellen, zit je al snel op € 22,50 tot € 25,00 p.p. Ook niet erg, maar toch ...
Het was weer een belevenis, supervriendelijke mensen en bij het afscheid nemen was het “á la prochaine” !! Tuurlijk, we zullen er nog wel eens een keer lunchen.

89 – Zwemmen
Heerlijk zo'n zwembad bij je vakantiehuis. Dat was ook waarop wij zochten toen we in 2006 onze Résidence kochten. Want in NL hadden wij ook een zwembad laten bouwen van 60 m3 omdat we toen met de kinderen wegens werkzaamheden niet op vakantie konden.

Dus we waren al een beetje verwend. Echte aanrader.
Het bad hier in LDF is niet groot, maar groter dan een paar maanden daarvoor.

De vorige eigenaar kreeg het huis niet verkocht omdat het zwembad toen 3 x 2 was.
Daarvoor lag een citerne van 8 x 4. Dat heeft ie in 2006, vlak voordat wij het kochten omgeruild, de citerne werd zwembad en het zwembadje citerne.
Dus hij moest de citerne voor een deel afbreken en liner – skimmer – inlaten erin en een groot zeil met buizen (barre) eroverheen. Een flinke investering.
Groot genoeg zo'n waterbak. Maar ik snap wel waarom, in 1985 toen de toenmalige eigenaresse het terrein ombouwde tot parktuin, werd in de tuin een waterslang met gaatjes ingegraven van wel 5 km. denk ik. Plus over het terrein verspreid 6 waterkranen. De 800 bomen, planten en heesters die toen werden gepland met 60 vrachtwagen aarde, kregen via dat slangenstelsel regelmatig water uit die enorme citerne van 30 m3.
Maar nu is dat niet meer nodig, ik heb de meeste slangen weggehaald en de bomen zijn al zo ingeburgerd in het landschap dat ze zelf hun water uit de grond halen.
In het “locale technic” staat een zuiveringsinstallatie voor het water en middels een pomp wordt het water van het zwembad gefilterd en naar een “pompe á chaleur” gedirigeerd, zodat als het terug in het bad komt, het schoner en warmer is dan toen het eruit ging.

Maar die pomp ratelde al een behoorlijke tijd en toen het afgelopen weekend zo'n prachtig weer was ergerden wij ons daaraan. Dus met dat ding naar de leverancier in Cahors, daar zit Cash Piscine in een gloednieuw gebouw en werd ik direct geholpen. Een medewerker stak de stekker in het stopcontact en haalde die er meteen weer uit. Brrrrrr, wat een klere herrie.
Nog meer dan bij ons, want die staat hier in een geïsoleerde kelder. “Nou monsieur, die kunnen we wel maken maar dat kost je rond de € 250,00 euro en een nieuwe koop je voor € 130,00 meer.” Dus ik nam maar een nieuwe mee. De oude direct naar de stort gebracht wat ze hier de dechetterie noemen en op naar huis dat ding installeren. Koud kunstje want ik had het eerder gedaan omdat de kelder een jaar of 10 ook al eens onder was gelopen en het apparaat een tijd onder water heeft gestaan. 
Dat was dus de reden van die ongelooflijke herrie. En ja hoor, na 20 minuten draaide ik de schakelaar om maar hoorde niets. Niets? Dat dacht ik, een zacht brommend geluid en het geluid van nieuw spoelend water trof mijn oren en ik kon mijn geluk niet op. Wat een rust.
Dat had ik vorig jaar al moeten doen. Het water was vorige week nog 14 graden en na 3 dagen warmtepomp erbij was de temperatuur al lekker boven de 20 graden. Op naar de 26 ofzo, want dat is het lekkerst. Behalve als het in de zomer rond de 40 graden wordt, dan wordt dat water wel eens 30 graden. Soep noemen we dat. Maar dat moet je wel aanhouden, dan is het verschil niet al te groot.
Mmmm, weer een klus gedaan, zo blijf je altijd bezig met je 2e huis in LDF.

90/100 Oostvogel-geschiedenis, 200 jaar in de mode
(heeft wel niets met LDF te maken, maar wel met de schrijver)

1/13 
Het begon in 1795: "Met de hoed in de hand …", zo is het begonnen. 
En "door het gansche land" is Oostvogel beslist gekomen, nadat het bedrijf als klein Oostvogeltje in 1795 uit het ei kroop, om flink te groeien en voortvarend de vleugels uit te slaan. Het nest was Delden (6 km ten NW van Hengelo). Daar had Johannus Oostvogel een hoedenmakerijtje en vandaar uit verkocht hij zijn producten. Vaak was hij zelf op pad, de handel op de rug. In februari 1795 noteerde hij: "Een dag naar Vlaardingen. Verteringen fl. 0,28. Beuringen fl. 27,00." Hij had dus goed verdiend en spaarzaam uitgegeven, hooguit een paar koppen koffie en 'n borrel. Zo begon de geschiedenis van het bedrijf Oostvogel, dat vandaag de dag nog altijd een begrip is. Momenteel zingt Oostvogel nog steeds een mooi lied in het concert van de modewereld. 

2/13
Het was het jaar 1800. "Uit de kleren gescheurd" was het kersverse bedrijfje al vlug. Het jaar 1795 was nog niet ten einde of er werd naar Hengelo verhuisd. Dat was niet meer dan een gehucht: het telde slechts 630 zielen. Johannus Oostvogel nam er een stuk of 6 van in dienst, als gezellen. Samen maakten ze de verschillende soorten hoeden., waarvan de voorloper van de "hoge zijden", die in de woelige Napoleontische tijd werd gedragen. Meer dan 50 jaar stond Johannes aan het hoofd van de gestaag groeiende zaak, terzijde gestaan door zijn 3 zoons.  Hoewel oorspronkelijk uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig, waren het kranige Tukkers geworden, die de handen uit de mouwen wisten te steken. Het was een hele bedrijvigheid, daar in het Hengelose bedrijfje, dat aan de Langestraat gevestigd was. Een sober pandje, dat meer op een pakhuis of een werkplaats leek dan op een winkel.

3/13 
1830 "Het hemd is nader dan de rok", moet Johannes Oostvogel hebben gedacht, toen het de zaak wat minder begin te gaan. Uit eigenbelang moest het roer worden opgegooid. Niet alleen had immers ook in het hoedenmakers vak de machine zijn intrede gedaan, maar bovendien was de hoed van de eerste plaats verdrongen door de pet. Dus schakelde Oostvogel over op het maken van petten. Dit konden de modieuze petten zijn, zoals ze in Frankrijk in zwang waren geworden,; maar even zo goed de echte Twentse boerenpetten. Voor elk wat wils! Het bleek echter een schot in de roos. Het ging de zaak weer voor de wind. De naam Oostvogel kreeg vermaardheid vanwege de uitstekende en degelijke kwaliteit hoofddeksels die geleverd werd. Van overal uit de omtrek kwamen de klanten. Vooral vlak voor Pasen was het een drukte van belang. Daags voor Pasen was er geen pet meer in de winkel.

4/13
1885 “Petje af”, zeiden de klanten goedkeurend, toen oostvogel een fraaie hoeden- en pettenwinkel opende naaste het oude pand aan de Langestraat. Dit vond plaats in 1885. Twente ontwikkelde zich razendsnel van agrarisch gewest tot centrum en bolwerk van textiel- en metaalindustrie. De welvaart nam toe en hiermee steeg de vraag naar luxueuze en modieuze artikelen. De nieuwe Oostvogel, die vader Johannes had opgevolgd, zond zijn oudste zoon Everhardus Hendricus naar het buitenland om zijn vakbekwaamheid te vergroten. De jongen kwam niet alleen terug met uitgebreide kennis van het hoeden- en pettenvak, maar had bovendien de kunst van het bontwerken geleerd.
Oostvogel begon dus met het vervaardigen en verkopen van bontkragen en andere bontartikelen, die gretig aftrek vonden.
Al vlug was de winkel annex werkplaats aan de Langestraat te klein en moesten de Oostvogels een nieuw nestje bouwen.

5/13
1895 "Nu maken ze het al te bont", zou tegenwoordig gemopperd worden, want bont mag in onze dagen niet meer. Vroeger werd bont echter probleemloos geaccepteerd. Oostvogel maakte er flink reclame mee. De grote advertenties in de dagbladen waren versierd met levenechte tijgers en vossen en hadden teksten als:  "Opening winterseizoen! Onze collecties bontwerken zijn geheel compleet.  Bontmantels vanaf fl. 39,75! Bontkragen: fl. 2,75! Vossen: fl. 9,75!  Reparaties en veranderingen in den kortst mogelijke tijd en zeer voordelig!" Wat een prijzen in die dagen! Zelfs de reiskosten werden vergoed, zo beloofden de advertenties. De klant had keuze uit meer dan 140 bontmantels en nog meer vossen, bontkragen, martercols, bontvellen en moffen. De mof werd veel gedragen in die tijd. Ze hield de handen op koude dagen lekker warm. 's Winters zag je geen dame zonder mof. Wellicht komt het ding nog wel eens terug als modeartikel!

6/13
1906 "Krap in de kleren zitten", dat was wat de firma Oostvogel in het begin van de vorige eeuw ondervond. De zaak aan de Langestraat was te klein geworden. Tevens was dat straatje aan de stille kant. Oostvogel zag zich genoodzaakt een andere plek te kiezen, niet alleen ruimer, maar ook iets wat meer " op stand " was. Deze werd gevonden op de hoek van de Hengelose Nieuwstraat en Enschedesestraat. Na een grondige verbouwing werd daar een zaak gevestigd waar herenmode artikelen werden verkocht. De hoeden- en pettenafdeling bleef aan de Langestraat. Vanaf de opening in 1906 was de nieuwe zaak een geweldig succes, niet in het minst door de nog altijd toenemende vraag naar bont. Aan de winkel was daarom een afdeling pelterijen, zoals bontverwerking werd genoemd, verbonden. De omzetten bleven maar stijgen en de cliëntèle gestaag toenemen. Ook uit de omliggende plaatsen kwam men naar Oostvogel, zodat overwogen werd ook elders zaken te stichten.

7/13
1920 "Men gooide er niet met de pet naar". Nee, Oostvogel pakte de zaken voorvarend aan. De bedrijfsleiding was ervan overtuigd dat het stichten van nevenvestigingen noodzakelijk en verantwoordelijk was. Er werd een pand gekocht aan de Enschedese Haverstraat, waarna het verbouwd werd tot een eigentijdse en sjieke winkel. Op 15 augustus 1916 vond de feestelijke opening plaats. Het was G.F. Oostvogel die over het nieuwe bedrijf de scepter zwaaide, hetgeen hij met grote ijver en ondernemingszin deed. Al in 1921 werd een naastgelegen pand bij de zaak betrokken, zodat een ruime en fraaie winkel ontstond. In de kerstnacht van 1930 sloeg echter het noodlot toe. De Enschedese vestiging werd door brand verwoest. Toen ze weer was opgebouwd, had het lot weer een onaangename verrassing in petto: de oorlog brak uit! Inmiddels was ook in Almelo een Oostvogel winkel gesticht. Aan de Grotestraat had F.O. Oostvogel de leiding. Ook hier verliepen de zaken uitstekend. Nee, men gooide er niet met de pet naar.

8/13 
1930 "Van hetzelfde laken een pak" was het in andere steden. Het ging de diverse Oostvogel vestigingen dermate voor de wind, dat men het oog liet vallen op Arnhem. In 1924 werd daar ook een zaak geopend.
Nijmegen (Frits Oostvogel, mijn opa en later mijn vader Frits H. G.) volgde korte tijd later. Ook deze beide zaken kwamen tot grote bloei. De oorlog pakte niet alleen desastreus uit voor deze twee winkels, maar stak bovendien een stokje voor het plan eveneens een vestiging te stichten in Utrecht. Tot die tijd verliep alles voorspoedig. De bouwstenen van het succes waren: nauwgezetheid, kwaliteitsbewaking, een fijne neus voor nieuwe ontwikkelingen in de modebranche, betrouwbaarheid en spaarzaamheid. E.H. Oostvogel legde deze uitgangspunten vast in leuzen, zoals: " Wie veel verteert op kleine winsten en nooit wil zijn één der minsten, wie niet boekhoudt en niet schrijft, 't is vreemd indien hij koopman blijft". En ook: "Leer, dan weet ge wat; spaar, dan hebt ge wat, werk, dan zijt ge wat". Maar hoe goed ook de intentie was, de crisistijd brak aan en ook Oostvogel moest een veer laten.

9/13
1945 "Dat gaat je niet in de koude kleren zitten", verzuchtte men medelevend over de schade die gedurende de oorlog aangericht werd aan de Oostvogel zaken. Inderdaad was de ramp enorm! Zowel het Enschedese pand, als die te Arnhem en Nijmegen werden ofwel geheel vernietigd, of zwaar beschadigd. Het werk van vele generaties was ten gronde gericht. Maar in mei 1945 kwam de zon op boven de puinhopen en begonnen de vogels weer te zingen. Ook Oostvogel verhief wederom de stem. Als de vogel Phoenix verrees hij uit de as. Men man en macht werd het bedrijf weer op poten gezet. Het was met recht "een nieuwe lente en een nieuw geluid", want allerlei moderniseringen werden ingevoerd. Al vlug bloeide de onderneming als nooit tevoren. Terwijl de opgaande lijn zich duidelijk begon af te tekenen, werd het 150-jarig bestaan van de firma gevierd. Het oude werd de rug toegekeerd en het nieuwe werd met energie en vitaliteit tegemoet getreden. 

Op naar het 200-jarig jubileum!

10/13
1953 "Kleren maken de man", zo luidde de stelregel van Oostvogel na de oorlog.
Vincent Oostvogel (de schrijver dus) zag in 1953 het eerste levenslicht.
En de Hengelose vestiging kreeg een gloednieuwe jas. Het oude, door bombardementen beschadigd pand werd afgebroken om een gloednieuwe zaak te doen verrijzen. Op 7 oktober 1953 jubelden grote advertenties: "eindelijk kunnen we de deuren van ons nieuwe pand voor u openen! Met genoegen zullen wij u in ons nieuwe bedrijf ontvangen, omdat het naar de eisen van deze tijd is ingericht. In een moderne sfeer treft u een uitgebreide collectie aan in de bekende betrouwbare kwaliteiten". En, als toegevoegd om de cliëntèle gerust te stellen, in kleine letters: "tevens zult u in deze omgeving de oud, zo vertrouwde sfeer aantreffen welke altijd ons kenmerk is geweest". Het was een reis naar Zweden die de inspiratie voor de moderne sfeer had gegeven. Daar werden opzienbarende nieuwigheden aangetroffen. "Ze hadden daar geen toonbanken! Het publiek stond zomaar tussen de overhemden te grabbelen. Vrije keuze! Er was hooguit één juffrouw achter de kassa. Het was de "vrije winkel". De reis opende ons de ogen voor de vrije winkel".

11/13
1990 "Zuiver achter z'n vestje", dat bleek Oostvogel te zijn. Een vitale zaak achter een fraai uiterlijk. Een vestje dat overigens nogmaals veranderd werd. Het jaren vijftig bouwwerk kreeg een moderne facelift. De winkels in Nijmegen en Arnhem zijn in de zestiger jaren doorverkocht wegens gebrek aan opvolging. Jammer! Maar nu verheft zich in het hart van Hengelo een eigentijds, ruim en statig pand. De grote etalageruiten weerspiegelde de slenterende of juist jachtig voorthollende mensenmenigte. Maar binnen is het rustig. Niet alleen voor het oor, maar ook voor het oog. Het interieur is smaakvol en met zorg geschilderd in gereserveerd diepgroen en warm donkerrood. Het koper glanst gezellig, het chroom koel. Er is helder glas, koud en transparant als bergwater, maar er is ook zachte vloerbedekking. Er is evenwicht tussen de complementaire kleuren, die de huisstijl bepalen, en de gebruikte materialen. Het zijn tegenstellingen die elkaar opheffen. Het resultaat is een zaak, die een sfeer heeft van zowel voorname distinctie als knusse openheid. De rekken, schappen en kasten vol kleding dragen hetzelfde uit. Moderne mode, maar exclusieve mode.

12/13 
1995 "Met de hoed in de hand" is Oostvogel door "het gansche land " gekomen. Het begon met de hoed en twee eeuwen later prijkt de naam Oostvogel nog in diverse binnensteden. De firma Oostvogel is en blijft een begrip. Een kwaliteit beter dan elders, een stuk fraaier, maar ook persoonlijker: gericht op de klant met onafhankelijke smaak. Ja, de firma Oostvogel bloeit als nooit tevoren. Of, beter gezegd, nooit tevoren sloeg Oostvogel krachtiger de vleugels uit. Vleugels, die ons getoond worden door alle Oostvogel's die in de loop van de tijd als beeldmerk dienst hebben gedaan. 200 jaar op de wieken, dat is wat in 1995 gevierd werd. 
Wat betreft het huidige beeldmerk doet de heer Oostvogel senior ons overigens weten dat het Oostvogel-tje eigenlijk naar de verkeerde kant vliegt. Het zou niet oostwaarts moeten vliegen, maar, in overeenstemming met de naam, uit het oosten moeten komen. Een relativerende opmerking. Geboren uit bescheidenheid. "Met de hoed in de hand … ", weet u wel?

13/13
2014 " Aan de veren kent men de vogel", heb ik weloverwogen gekozen toen ik op 5 februari j.l. de laatste Oostvogel winkel aan de Koornmarkt 22 in Almelo betrad. 
Het is waar wat er is geschreven, lees maar terug in de oudere berichten. Een echte Oostvogel-winkel waar je tussen de overhemden kan graaien en zelf op onderzoek kan gaan naar de kleur of het model dat je wenst. En natuurlijk komt er iemand op je af met de vraag: "Kan ik u ergens mee helpen meneer?" werkt geruststellend en weet je dat je goed zit. Ik antwoordde met een kort antwoord dat ik Vincent Oostvogel ben en Frederique Oostvogel werd gelijk van het kantoor gehaald: want er kwam een Oostvogel op bezoek. Koffie en thee werd gezet, koeken kwamen op tafel, vragen werden gesteld, bewondering alom. Ik had een echte Oostvogel hoed besteld uit de jarig dertig van de vorige eeuw, compleet met doos. Deze kreeg ik zomaar mee, met tientallen Oostvogel merkjes en kleerhangers waar trots de naam Oostvogel op prijkt. Compleet met diverse draagtassen en met een mooie lamswollen trui (met korting) heb ik met de belofte snel terug te komen, de laatste Oostvogel winkel verlaten. 
De laatste Oostvogel winkel? Ja, maar komt er nu een eind aan dit tijdperk?
Neen, een echtpaar dat de naam Oostvogel niet draagt heeft de naam. logo en formule overgenomen en zitten in Ootmarsum: https://www.oostvogelootmarsum.nl.

Trots, ja ... dat ben ik zeker ... om deze achternaam te dragen.